Verschenen in: Tribune, winter 2025, pp. 35-40. Boekrecensie: Machtige mythes: Hoe 21 economische sprookjes ons land steeds ongelijker maken (en wat daaraan te doen). Auteurs: Vrijmoeth, Noten, Kram, Koopmans en De Vos. Amsterdam: Uitgeverij Van Gennep.
In dit handzame boekje ontrafelen vijf FNV-onderzoekers de economische mythes die ons land gevangen houden in neoliberaal beleid: mythes over hoe hard we werken, over stijgende prijzen, over ongelijkheid, over ons belastingstelsel en over het bedrijfsleven. Wat schuilt er achter deze sprookjes en wiens belangen worden er gediend? Machtige mythes is een helder geschreven verzameling eye-openers, die niet alleen stof tot nadenken geven maar ook aanzetten tot actie. In deze recensie bekijken we een aantal van deze mythes en laten we zien hoe de onderzoekers van de FNV er vakkundig korte metten mee maken.
Is het vaste contract ‘te vast’?
Werkgevers roepen al heel lang dat het vaste contract ‘te vast’ is. Al die ‘luxe’ werknemersrechten zijn maar lastig voor ondernemers. Zij moeten door globalisering immers concurreren met bedrijven in lagelonenlanden zoals China en India, waar werknemersrechten niet zoveel voorstellen.
In 1994 pleitte toenmalig werkgeversvoorman Rinnooy Kan dan ook voor meer ‘Darwin in de arbeidsmarkt’: werkenden moesten maar wennen aan de ‘survival of the fittest’ die globalisering met zich mee zou brengen. Als ‘BV Nederland’ niet voor flexibelere contracten zou kiezen, zo waarschuwde Rinnooy Kan, dan zouden we de internationale concurrentie verliezen, ten koste van de werkgelegenheid en welvaart in ons land. De oproep van Rinnooy Kan was dan ook niet aan dovemansoren gericht: de Paarse kabinetten van PvdA, VVD en D66 maakten flink vaart met de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Met ingrijpende gevolgen, aldus de FNV-onderzoekers:
‘Het aandeel vaste contracten onder alle werkenden heeft sinds 2003 een duikvlucht genomen van 73 procent naar nog slechts 56 procent in 2022. Hadden we er ook wat aan? Nee. Inmiddels moeten we concluderen dat deze flexibilisering van de arbeidsmarkt volledig verkeerd heeft uitgepakt. Het leverde namelijk nauwelijks extra banen op, maar maakte wel het bestaan van veel mensen veel moeilijker.’ (p.21-22)
De onderzoekers van de FNV laten aan de hand van cijfers over de Europese arbeidsmarkt zien dat er geen enkel verband te constateren valt tussen de mate van ontslagbescherming en de werkgelegenheid. De claim van werkgevers en VVD’ers, dat vaste contracten tot minder banen en flexibele contacten juist tot meer banen zouden leiden, klopt dus simpelweg niet. De vraag is dan: wat heeft die flexibilisering precies opgeleverd? En voor wie? Antwoord: vooral extra winst voor werkgevers, die minder kwijt zijn aan ‘dure’ werknemers, en extra onzekerheid en ellende voor werkenden.
Het schrijnende daarbij is dat de flexibilisering vooral terechtkwam bij de 10 procent Nederlanders met de laagste inkomens: ‘In 2003 kon 64 procent van de werkende mannen in deze groep nog rekenen op een vast contract. In 2021 was dit nog maar 18 procent.’ (p.22-23) Juist de mensen die het al moeilijk hadden, werden dus het hardst geraakt door de stress van toenemende onzekerheid op de arbeidsmarkt. Het mag dan ook niet verbazen, zo merken de onderzoekers op, dat juist de mensen met de laagste inkomens het vaakst uitvallen door ziekte.
Geniepige inflatie-sprookjes
Terwijl de werkende klasse in het voorjaar van 2023 gebukt ging onder historisch hoge prijsstijgingen – steeds duurdere boodschappen, hogere energierekeningen en onbetaalbare woningen – waarschuwde Klaas Knot, de president van De Nederlandsche Bank, voor een ‘loon-prijsspiraal’. Als de vakbonden hun zin zouden krijgen, en het koopkrachtverlies voor werkenden met hogere lonen gecompenseerd zou worden, dan zou dat volgens Knot leiden tot nóg hogere inflatie. Want tja, werkgevers zouden dan genoodzaakt zijn de hogere loonkosten door te berekenen aan de consumenten.
Werkende mensen moesten dus maar door de zure appel heen bijten en accepteren dat ‘echt iedereen even hard geraakt wordt’ door de inflatie: werkenden én werkgevers. De gierende inflatie trof immers héél Nederland en was nou eenmaal van buitenaf veroorzaakt: eerst door de covid-pandemie en later door Russische oorlog tegen Oekraïne, die tot hogere olie- en gasprijzen leidde. Dan past het niet om klassenstrijd te gaan voeren; dat althans was de boodschap van Klaas Knot.
Zoals de FNV-onderzoekers echter laten zien, zitten in dit ogenschijnlijk plausibele verhaal een aantal kwalijke mythes verborgen. Ten eerste was er geen enkel bewijs dat er inderdaad sprake was van een loon-prijsspiraal. Vanaf het begin van de inflatie in 2021 begonnen weliswaar ook de lonen te stijgen, maar de prijzen stegen nog veel harder. Zelfs nu lopen de loonstijgingen nog achter bij de prijsstijgingen. Van een loon-prijsspiraal kan dus geen sprake zijn, aldus de FNV-onderzoekers: ‘Hoe kunnen lonen de prijzen tot een vicieuze cirkel drijven als ze nooit sterker stijgen? Het antwoord: dat kunnen ze niet.’ (p.35)
Graaiflatie en monopolies
Ook van de mythe dat de inflatie iedereen – werkenden én werkgevers – even hard zou raken, laten de FNV-onderzoekers weinig heel. Aan de hand van harde cijfers laten zij zien ‘dat bedrijven juist in de periode van hoge inflatie extra winst hebben weten te maken’ (p.39).
Dat is natuurlijk raar: als de inflatie écht iedereen even hard zou raken, dan zouden winsten juist gedaald moeten zijn. Dat dit niet gebeurde, ontkracht nogmaals het idee van een loon-prijsspiraal; het zijn niet de hogere lonen geweest die de prijzen hebben opgedreven, maar juist de hogere winsten. De inflatie was voor een groot deel ‘graaiflatie’: het prijs-opdrijvende effect van onverzadigbare winsthonger bij bedrijven.
De onderzoekers laten overtuigend zien dat graaiflatie vooral een Nederlands fenomeen was: van 2021 t/m 2024 lagen de prijzen in de Nederlandse supermarkten namelijk een stuk hoger dan in onze buurlanden. ‘De verklaring? In Nederland droegen hogere winsten [...] sterker bij aan de prijsstijgingen dan in andere Europese landen’. (p.40) Kortom, Nederlandse bedrijven maakten misbruik van de inflatie om hun winsten te verhogen: ze hebben de inflatie niet alleen doorberekend in hun prijzen, maar er zelfs nog een schepje bovenop gedaan.
Gevolg: extra koopkrachtverlies voor de Nederlandse werkende klasse. Zo bezien was de waarschuwing van Klaas Knot voor ‘te hoge looneisen’ extra geniepig: het graaiende grootkapitaal werd de hand boven het hoofd gehouden, terwijl werkende mensen werden leeggeknepen met te dure boodschappen.
Volgens de FNV-onderzoekers wijst dit op een dieper probleem in de Nederlandse economie. Want volgens de economische standaard-theorie zouden bedrijven niet zomaar hun prijzen moeten kunnen verhogen; klanten zouden dan immers uitwijken naar concurrenten met lagere prijzen. Dat supermarkten als Albert Heijn en Jumbo in tijden van inflatie wél hun prijzen konden verhogen, om extra winst te maken, betekent dus dat zij te weinig concurrentie hebben van andere supermarkten: ‘Wie in bepaalde woonplaatsen niet naar de Albert Heijn of Jumbo wil, zal flink om moeten rijden en heeft daar niet altijd zijn in.’ (p.41) Supermarkten maakten dus misbruik van hun lokale monopolieposities om de prijzen extra te verhogen. Dat blijkt ook uit de cijfers: ‘In de periode met graaflatie behaalden bedrijven met meer marktmacht dan ook hogere winstcijfers.’ (p.41)
Dragen de breedste schouders écht de zwaarste lasten?
Een van de meest interessante – en schokkende – onderdelen van Machtige mythes vormen de hoofdstukken over het Nederlandse belastingstelsel. Hier richten de FNV-onderzoekers hun pijlen op een breed gedeeld idee, namelijk dat ons belastingsysteem ‘best wel progressief’ zou zijn: de breedste schouders dragen de zwaarste lasten.
Op papier lijkt dat te kloppen: de inkomstenbelasting gaat in drie stappen omhoog naar een belasting van 49,5 procent voor de allerhoogste inkomens (vanaf iets meer dan 76 duizend euro per jaar). Ook de belastingen op winst en vermogen zijn tamelijk progressief: het mkb betaalt relatief minder winstbelasting dan het grootbedrijf, en bij vermogensbelasting zijn de laagste vermogens belastingvrij. Kortom: best wel sociaal, zou je denken – op het socialistische af zelfs, zo meende minister-president Mark Rutte destijds: ‘We zijn natuurlijk een land dat in de kern diep socialistisch is. We hebben een eindeloze overdracht van geld van de ene groep naar de andere groep.’ (p.74)
Rutte deed deze opmerkelijke uitspraak tijdens een Kamerdebat op 1 april 2020. En hoewel hij het serieus bedoelde, blijkt het – voor wie in de cijfers duikt – inderdaad niet meer dan een 1 april-grap te zijn, en een slechte bovendien. In 2022 werd Rutte’s rooskleurige beeld van Nederland als ‘herverdelend landje’ hard onderuit gehaald door het Centraal Planbureau (CPB), dat aan de hand van cijfers liet zien hoe het écht zat. Het grote probleem, zo concludeerde het CPB, is dat mensen met veel vermogen in staat zijn een groot deel van hun geld voor de Belastingdienst te verstoppen via handige belastingtrucs en ‘creatieve’ boekhouding.
Het CPB besloot om dit weggestopte geld mee te rekenen, en toen bleek ineens ‘dat de allerrijksten in ons land het minste belasting betalen van iedereen’! (p.76) Sterker nog: de rekenmeesters van het CPB lieten zien dat juist de mensen met de lagere inkomens relatief het meeste belasting betaalden: ‘Toen de onderzoekers het land opdeelden in een aantal groepen, zagen ze dat de helft van het land met de lagere inkomens meer dan vijftig procent van hun geld kwijt is aan de Belastingdienst.’ (p.76) Tweeëneenhalf keer zoveel als de allerrijksten!
Deel van het probleem, zo laten de FNV-onderzoekers zien, is dat er procentueel meer belasting wordt geheven op inkomen uit werk dan op inkomen uit vermogen (zoals huur, rente en dividend). Een andere factor die meespeelt is de ongelijke verdeling van de btw op consumptie. Deze belasting drukt het zwaarste op de laagste inkomens, omdat zij een veel groter deel van hun budget aan boodschappen kwijt zijn dan rijke mensen, die veel meer kunnen sparen. ‘Het is een soort extra belasting op inkomen’, schrijven de FNV-onderzoekers: ‘In tegenstelling tot andere belastingen is de btw juist niet progressief, maar regressief: iedereen betaalt hetzelfde tarief, waardoor lagere inkomens relatief – als aandeel van hun inkomen – meer betalen.’ (p.77)
Kortom, wie dit alles bij elkaar optelt, moet concluderen dat Nederland allerminst een ‘socialistisch’ landje is, zoals Rutte voorspiegelde. De breedste schouders dragen hier níet de zwaarste lasten. Sterker nog, zo concluderen de FNV-onderzoekers, als het gaat om progressiviteit dan bungelt het Nederlandse belastingstelsel in internationaal opzicht tamelijk onderaan: ‘Zo’n beetje elk West-Europees land én de Verenigde Staten belasten progressiever dan wij.’ (p.77) Weer een illusie armer en een ervaring rijker.
Tot slot: werkende klasse, verenigt u!
Een van de sympathieke aspecten van Machtige mythes is dat de FNV-onderzoekers het niet alleen bij cijfers laten, maar ook oproepen tot actie en daar tips voor geven. De cijfers zijn natuurlijk uiterst belangrijk, maar ze komen pas tot leven als we er wat mee doen. De auteurs sluiten het boekje dan ook af met de ontmanteling van een venijnige ‘bonusmythe’, het passief-makende idee ‘dat we er toch niets aan kunnen veranderen’.
Hiervoor duiken de FNV-onderzoekers de geschiedenis in, om te laten zien hoe arbeiders, vakbonden en socialisten in het verleden door gezamenlijke strijd belangrijke overwinningen hebben behaald – van een verbod op kinderarbeid tot de achturige werkdag, van hogere lonen tot de vijfdaagse werkweek, van ontslagbescherming tot algemeen kiesrecht voor mannen én vrouwen, en ga zo maar door.
De werkende klasse heeft ontzettend veel economische macht en als we die macht heel bewust samen inzetten, dan is the sky the limit zogezegd. Dat bleek onlangs nog maar eens bij de inspirerende staking in de Rotterdamse havens, waar slechts een paar honderd sjorders de wereldwijde handel konden stilleggen – wat herinneringen opriep aan de oude vakbondsleus: ‘Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil!’ En dat kunnen wij als SP alleen maar beamen.
Machtige mythes ontrafeld
Interview met Vera Vrijmoeth en Felix Kram
Op 11 november vond in TivoliVredenburg de boekpresentatie plaats van Machtige mythes, waarin vijf onderzoekers van de FNV kritisch kijken naar 21 mythes die de economische ongelijkheid vergroten. De avond had als veelzeggende titel meegekregen: ‘Hoe grijp je de macht?’ – tekenend voor de praktische inzet van het boekje, waar het ontmaskeren van mythes hand in hand gaat met een gepassioneerd pleidooi voor een strijdbare werkende klasse. De Tribune sprak erover met twee van de auteurs, Vera Vrijmoeth en Felix Kram.
Hoe is het idee achter jullie boek ontstaan?
Vera: ‘Het boekje is ontstaan omdat we in de FNV al vier jaar lang onderzoek deden naar scheefgroei in de economie. We deden dat vanuit de overtuiging dat je moet begrijpen hoe kapitaal werkt om de belangen van arbeid te kunnen verdedigen. Wat ons toen schokte was dat er heel veel beelden over de economie circuleren die gewoonweg niet kloppen – beelden die vooral door de werkgevers en partijen als de VVD verspreid worden. En die journalisten soms klakkeloos overnemen. Gaandeweg zijn we onze taak steeds meer gaan zien als het aangaan van de cijfer- en beeldvormingsstrijd, om die schadelijke mythes te ontkrachten.’
Hoe komt dat nou, dat die verkeerde beelden zoveel invloed hebben?
Vera: ‘Wij vragen ons dat ook af. Politici en werkgevers hebben er soms gewoon belang bij om deze beelden neer te zetten. En vaak hebben journalisten dan niet de achtergrondkennis om deze materie goed te kunnen doorzien.’
Felix: ‘Deel van het probleem is ook dat die verkeerde beelden vaak een simplistisch beeld schetsen, dat juist daardoor heel eenvoudig en logisch lijkt. De VVD heeft het er bijvoorbeeld vaak over dat het niet gaat om de verdeling van de taart, maar dat de taart als geheel groter moet worden, want daar zou iedereen van profiteren. Zeker als je de achterliggende cijfers niet goed kent, dan kan dat een heel aantrekkelijk verhaal zijn, ook omdat je zo conflicten over verdeling uit de weg gaat.’
Vera: ‘Bovendien is het zo dat onze commerciële media grotendeels in handen zijn van grote buitenlandse bedrijven. Die mediabedrijven zijn eigenlijk een soort monopolies geworden, dus daar zit wel een probleem. Maar het is niet helemaal helder hoe dat doorwerkt in de berichtgeving over de economie. Sowieso is economie een heel ontoegankelijke discipline. Het wordt expres zo complex gemaakt dat er een soort autoriteit vanuit gaat, waardoor mensen denken: dat begrijp ik toch niet, dus daar hou ik me maar niet mee bezig!’
Hoe proberen jullie daar tegen op te boksen?
Felix: ‘Onze taak is om dat ingewikkelde cijferwerk te doen en dan vervolgens de vertaalslag te maken naar het grote publiek, om het voor iedereen begrijpelijk te maken. Dan helpt het enorm als je zo’n onderwerp in één treffende term kunt samenvatten, waarmee je je eigen frame tegenover dat van de werkgevers en de VVD kunt zetten. Bij de discussie rond de loon-prijsspiraal was dat betrekkelijk eenvoudig, omdat we toen de term ‘graaiflatie’ hadden, die in één aansprekend woord aangaf wat wij bedoelden.’
Vera: ‘In 2023 is ‘graaiflatie’ niet voor niks het woord van het jaar geworden.’
Felix: ‘Maar in andere gevallen is dat moeilijker, vanwege de technische details. Neem bijvoorbeeld de ‘buffelboete’, de belastingverhoging die – om onduidelijke redenen – met ingang van 2025 werd ingevoerd voor mensen met een laag inkomen, vooral parttimers die er fors op achteruitgingen. Daar kwamen wij bij toeval achter, omdat de FNV telefoontjes kreeg van mensen die plots minder loon overhielden. Wij zijn dat gaan uitzoeken en dan wordt het al snel héél technisch. Je moet dan het belastingsysteem induiken en onderzoeken hoe de heffingskortingen werken. Dat is voor leken bijna niet te volgen. Maar ook hierbij hielp het dat een slimme FNV-bestuurder, Linda Vermeulen, de catchy term ‘buffelboete’ bedacht, waardoor het door de media kon worden opgepikt.’
Vera: ‘Daardoor is het gelukt om een heel technisch onderwerp – dat eigenlijk niemand echt snapt – samen te vatten in een heel simpele boodschap: mensen met een laag inkomen zijn meer belasting gaan betalen en dat raakt ongeveer 800.000 huishoudens. Schoof werd daardoor gedwongen erop te reageren. Vlak voor de verkiezingen was dat best wel explosief.’
Is er een rol voor de SP bij het ontmaskeren van die ‘machtige mythes’?
Vera: ‘Absoluut. Het lezen van onze onderzoeken en daar vragen over stellen in de Tweede Kamer of in de provincie of gemeenteraad, dat maakt echt heel veel uit. Ook het organiseren in wijken is hierbij van vitaal belang. Persoonlijk geloof ik niet in het idee: ‘Ik stem op een politicus, dus die moet het dan allemaal maar voor mij gaan fixen.’ Nee, als we iets willen veranderen aan hoe die economie werkt, dan zullen we allemaal ons steentje moeten bijdragen.’
Felix: ‘Wat dan ook helpt, is dat je er acties of een bredere campagne aan kunt koppelen.’
Vera: ‘Want als je zoiets als ‘graaiflatie’ naar buiten brengt, dan krijg je misschien wel aandacht in de media, maar dat ebt dan ook weer snel weg. Terwijl als je dat koppelt aan acties, zoals bijvoorbeeld de staking bij de distributiecentra van Albert Heijn – een van de bedrijven die onder vuur lag vanwege de graaiflatie –, dan wordt zo’n verhaal nóg sterker en dan leidt dat tot meer aandacht in de media. En dan is het heel goed als politieke partijen die acties ondersteunen en daarbij aanwezig zijn.’
In jullie boek ontmaskeren jullie 21 mythes die de ongelijkheid vergroten. Wat is jullie top drie van meest schadelijke mythes?
Vera: ‘Ik vind de ‘Eerst verdienen, dan verdelen’-mythe toch wel de meest schadelijke. Daardoor wordt het beeld neergezet dat vooral bedrijven welvaart creëren, in plaats van het besef dat het vooral werkende mensen zijn die samen met de overheid welvaart creëren. Op dit moment is dat een heel schadelijke mythe, zeker in combinatie met de huidige bezuinigingen op de WW, de WIA en de publieke sector in het algemeen. Zo ondermijn je de basis van onze economie, maar ook ons gezamenlijke bezit als samenleving. Want we weten uit onderzoek dat publieke investeringen heel goed zijn voor ons verdienvermogen als land. Bovendien, publiek vermogen komt ten goede aan iedereen, maar als je dat steeds kleiner maakt, ten gunste van privaat vermogen, dan komt dat alleen ten goede aan een kleine rijke minderheid.’
Dat idee, dat alleen bedrijven welvaart creëren, heeft ook te maken met een andere mythe die in jullie boek ontkracht wordt, namelijk dat een goed investeringsklimaat zou vragen om lagere belastingen op winst en vermogen.
Vera: ‘Tegenover dat argument kun je heel goed een ander argument zetten, namelijk dat het verdienvermogen van onze economie juist afhankelijk is van de publieke sector. De overheid zelf creëert heel veel waarde voor de economie door haar publieke investeringen. Overigens zeggen bedrijven dat zelf ook. Bij de bezuinigingen op het hoger onderwijs bijvoorbeeld werd er door CEO’s van grote bedrijven in Nederland gewaarschuwd dat deze bezuinigingen niet goed zijn voor ons verdienvermogen. Ook bij de CPB-doorrekening van het verkiezingsprogramma van de VVD werd dat duidelijk. De VVD wilde bezuinigen op het onderwijs en daarover zei het CPB stellig: ‘Dat is niet verstandig voor de economie’. De VVD presenteert zichzelf wel als de verstandige economische keuze, maar als je concreet kijkt naar hun plannen, dan ondermijnen ze juist op langere termijn het verdienvermogen van Nederland.’
Welke mythes staan er nog meer in jullie top drie?
Felix: ‘Ik vind de mythes over uitkeringsgerechtigden heel schadelijk voor het publieke debat. Hierbij zie je dat er zondebokpolitiek wordt bedreven. De VVD spreekt altijd van ‘uitkeringstrekkers’, wat een heel negatieve term is. De VVD schetst graag het beeld dat het veel aantrekkelijker is om een bijstandsuitkering te trekken dan om aan het werk te gaan. Daarom heeft Yeşilgöz er recentelijk nog voor gepleit dat de uitkeringen niet meer mee mogen stijgen met het minimumloon. Het verschil tussen bijstand en inkomen uit werk zou niet groot genoeg zijn en daarom zouden mensen niet genoeg gestimuleerd worden om aan het werk te gaan. Daar zijn wij ook ingedoken en wat blijkt? Wat de VVD hierover zegt, klopt gewoon niet. Er is een groot verschil van ongeveer 800 tot 1.000 euro per maand tussen een fulltime minimumloon en een bijstandsuitkering voor een alleenstaande. Dus dat de bijstandsuitkeringen te hoog zouden zijn, zodat werken niet loont, dat is echt onzin. Ik vind dit om twee redenen een heel schadelijke mythe. Ten eerste omdat, als je gaat bezuinigen op de uitkeringen, je een heel grote groep mensen in de armoede drukt. Maar ook omdat je op deze manier werkenden en uitkeringsgerechtigden tegen elkaar uitspeelt; je ondermijnt de onderlinge solidariteit. Beide groepen gaan er daardoor op achteruit. Want als werken meer moet lonen, dan kun je ook gewoon de lonen verhogen, maar dat zegt de VVD natuurlijk niet.’
En de laatste mythe in jullie top drie?
Vera: ‘Wat ik ook een heel schadelijke en actuele mythe vind is die over de middenklasse. Heel veel mensen denken namelijk dat ze tot de middenklasse behoren, zowel de mensen met minder dan 20 duizend euro vermogen als de mensen met een vermogen tot één miljoen euro. Als je mensen vraagt: ‘Waar zit je in de vermogensverdeling?’, dan denken de meeste mensen dat ze ongeveer in het midden zitten. En dat is heel problematisch, omdat dat betekent dat mensen heel vaak hun eigen belang niet goed kunnen inschatten. Dat zag je ook bij de afgelopen verkiezingscampagne heel goed. Yeşilgöz had het de hele tijd over de middeninkomens, die geraakt zouden worden in hun portemonnee als de belastingen voor rijke mensen omhoog zouden gaan. Maar dat is natuurlijk helemaal niet zo. Het is, denk ik, moeilijk voor een leek om dat verkeerde beeld door te prikken.’
Hoe komt dat dan, dat mensen hun eigen economisch belang vaak niet goed kunnen inschatten?
Vera: ‘Veel mensen hebben heel weinig besef van hoe de welvaartsverdeling precies in elkaar zit. Mensen zien vooral hun eigen omgeving en denken dan dat ze qua inkomen en vermogen best wel gemiddeld zijn. Maar ze zien niet de mensen met de heel hoge inkomens en vermogens, want die wonen en werken op heel andere plekken. Er zijn dus heel grote verschillen die mensen in hun dagelijkse leven niet ervaren. En ongetwijfeld speelt er ook iets psychologisch mee, in die zin dat mensen het zien als een soort falen als ze onder het gemiddelde zitten. Zeker in een kapitalistische samenleving, waarin alles draait om welke successen je hebt behaald, word je dan geconfronteerd met je eigen ‘falen’. Maar uit onderzoek blijkt ook dat als je mensen laat zien hoe de welvaartsverdeling écht in elkaar zit, ze over het algemeen dan wel zeggen: Oh, ik word nu toch wel voorstander van hogere belastingen voor rijke mensen!’
Kortom, het heeft zin om deze ‘machtige mythes’ te blijven ontkrachten, om mensen duidelijk te blijven maken hoe het écht zit…
Felix: ‘Zeker weten. Wat wij heel interessant vinden is dat als je mensen vraagt of ze voor meer herverdeling zijn, dan zegt een overgrote meerderheid ‘Ja’. Zo is er een paar jaar geleden onderzoek gedaan naar het verhogen van het minimumloon naar 16 euro per uur en daarbij gaf een meerderheid van de kiezers van CDA, NSC, PVV en BBB aan dat ze dat een goed idee vonden. Dus bij sommige sociaal-economische kwesties denken heel veel mensen in de maatschappij best wel links, maar vervolgens gaat er dan iets mis in de vertaling naar de politiek. En dat heeft veel te maken met die economische mythes; die staan dan een linkse overwinning in de weg. En daarom moeten we onderzoek blijven doen, en onze bevindingen steeds maar weer herhalen, herhalen, herhalen, om op die manier een nieuw frame neer te zetten, gekoppeld aan acties.’
Vera: ‘Wat heel bepalend is in verkiezingen, zo blijkt uit onderzoek, dat is welke issues er op dat moment dominant zijn. Dat is dan waar de mediadebatten over gaan, en waar de gesprekken op straat over gaan. Maar dat verbergt dan de andere opvattingen van mensen over sociaal-economische thema’s. Ik denk dat ook bij de afgelopen verkiezingen de debatten niet van een heel hoog inhoudelijk niveau waren. En dat zie je dan terug in de uitslag.’
No comments:
Post a Comment