Showing posts with label klimaatcrisis. Show all posts
Showing posts with label klimaatcrisis. Show all posts

Marcuse en de ‘irrationele rationaliteit’ van de eendimensionale maatschappij

 

Een van de interessantste – en meest actuele aspecten – van Marcuses analyse van de “eendimensionale maatschappij” is zijn visie op de “irrationele rationaliteit” ervan. De eendimensionale maatschappij wordt volgens Marcuse volledig beheerst door (instrumentele) rationaliteit – door technologie en wetenschappelijke kwantificatie, door efficiency-denken en de monetarisering van alle waarden (als ergens geen prijskaartje aan gehangen kan worden, dan is het waardeloos), en door de exclusieve focus op economische groei en winstmaximalisatie – met als uitkomst een kille, keiharde maatschappij die door en door irrationeel is. 


De “meest onpartijdige aanklacht” aan dovemansoren gericht

In die zin zegt Marcuse: “Het samengaan van toenemende productiviteit en toenemende vernietigingskracht, het roekeloos omgaan met de mogelijkheid van de totale vernietiging [...], het in stand houden van ellende tegenover ongekende rijkdom, vormen de meest onpartijdige aanklacht – ook al zijn ze niet de raison d’être van deze maatschappij, maar slechts haar bijproduct: haar verregaande rationaliteit, die de efficiëntie en de groei drijft, is zelf irrationeel.” (Marcuse 2023: 27) Deze irrationaliteit van de heersende orde – die zo duidelijk blijkt uit de “valse behoeftes” van het consumentisme, de verspillende planned obsolescence van producten, de grootschalige industriële vervuiling van het milieu en vernietiging van de natuur, de constante dreiging van een allesverwoestende kernoorlog (tijdens de Koude Oorlog) – deze irrationaliteit vormt, zoals Marcuse zegt, “de meest onpartijdige aanklacht”. 


Het is desalniettemin een aanklacht die aan dovemansoren is gericht, omdat in de eendimensionale maatschappij rationaliteit en irrationaliteit onontwarbaar met elkaar verstrengeld zijn. Daardoor kunnen belangrijke mannen met stropdassen elk negatief aspect goedpraten als zijnde ‘nou eenmaal noodzakelijk voor onze veiligheid en welvaart’. Daartegen protesteren is leuk als je jong bent, maar als volwassene – met een drukke baan, een hypotheek, studerende kinderen en twee auto’s voor de deur – weet je wel beter. Vandaar het gezegde: “Als je jong bent en niet links, dan heb je geen hart. Maar ben je als volwassene nog steeds links, dan heb je geen verstand.” In de eendimensionale maatschappij sluiten hart en verstand elkaar uit: wie verstandig is, accepteert de harteloosheid van dit systeem als een noodzakelijk kwaad. Aldus Marcuse: “binnen en tegenover de dodelijk efficiënte organisatie van de hedendaagse welvaartsmaatschappij doet niet alleen het radicale protest zelf belachelijk, kinderlijk en onvolwassen aan, maar ook de pogingen om dat protest onder woorden te brengen, het te formuleren en te beargumenteren.” (Marcuse 2022: 26)


Vernietiging van de natuur? Onze industrie heeft toch grondstoffen nodig. Dreigende kernoorlog? Het is juist de Mutually Assured Destruction die nucleaire grootmachten van oorlog afhoudt (de zogenoemde MAD-doctrine). Verspilling door planned obsolescence? Nodig voor de winstgevendheid van bedrijven en daarmee voor de werkgelegenheid. Ongelijkheid tussen arm en rijk? Goed voor de competitieve, hardwerkende en innoverende “spirit of capitalism” – een typisch neoliberaal punt, dat bijvoorbeeld door Boris Johnson werd gemaakt toen hij nog burgemeester van London was en door een interviewer werd geconfronteerd met de groeiende ongelijkheid in zijn stad: “Ik geloof niet dat economische gelijkheid mogelijk is. Sterker nog, een mate van ongelijkheid is essentieel voor de geest van afgunst en het ‘keeping up with the Joneses’. Afgunst en hebzucht zijn waardevolle stimulansen voor economische activiteit.” (The Guardian 27-11-2013)


De madness van de MAD-doctrine

Het is precies deze onontwarbare verstrengeling van instrumentele rationaliteit en irrationaliteit die de moderne welvaartsmaatschappijen eendimensionaal maakt: omdat elk negatief gevolg (vervuiling, ongelijkheid, oorlogsdreiging etc.) als rationeel noodzakelijk of op z’n minst als technisch oplosbaar wordt opgevat, is geen enkel negatief gevolg voldoende om mensen aan het systeem als geheel te doen twijfelen. Integendeel: omdat de problemen die het systeem veroorzaakt alleen eendimensionaal dwz. binnen het systeem zelf opgelost kunnen worden, groeien juist de grootste problemen steevast uit tot de grootste stimulansen van het systeem. In die zin zegt Marcuse in de openingszin van De eendimensionale mens: “Dient de dreiging van een atoomramp die het menselijk ras zou kunnen uitroeien niet ook ter bescherming van de krachten die dit gevaar in stand houden? De inspanningen om een dergelijke catastrofe te voorkomen, overschaduwen het zoeken naar de mogelijke oorzaken ervan in de hedendaagse industriële samenleving.” (Marcuse 2023: 23) 


De dreiging van een nucleaire holocaust tijdens de Koude Oorlog had haar wortels in de irrationele tegenstelling tussen twee onderdrukkende systemen: westers kapitalisme en Sovjet-communisme – zoals Thijs Lijster zegt: “tussen twee systemen die beide gebaseerd zijn op ontmenselijking en uitputting van de natuur” (Lijster 2023: 16). Maar in plaats dat deze dreiging van totale vernietiging aanleiding gaf om de tegenstelling te problematiseren (bijvoorbeeld door de derde optie van een klassenloze markteconomie), leidde zij er juist toe dat de tegenstelling verhardde en uitmondde in een waanzinnige wapenwedloop, waarin beide kampen uiteindelijk genoeg kernwapens hadden om al het leven op aarde te vernietigen (de ‘madness’ van de militaire MAD-doctrine). En zoals Marian Donner terecht opmerkt, als we in het bovenstaande citaat van Marcuse het woord “atoomramp” vervangen door “klimaatramp”, wordt de blijvende actualiteit van Marcuses analyse in één klap duidelijk (zie Donner 2022: 25). 


Kapitalisme en klimaatverandering

Want ook voor de huidige en in rap tempo escalerende klimaatcrisis gelden de woorden van Marcuse: “De inspanningen om een dergelijke catastrofe te voorkomen overschaduwen het zoeken naar de mogelijke oorzaken ervan in de hedendaagse industriële samenleving.” Toegegeven: inmiddels is genoegzaam bekend dat de verhitting van de aarde veroorzaakt wordt door de menselijke uitstoot van broeikasgassen, bovenal door de verbranding van fossiele brandstoffen (waarbij het broeikasgas CO2 vrijkomt). Daarom wordt er nu door overheden en bedrijven met veel tamtam ingezet op de “groene transitie” naar “duurzame energiebronnen”. In die zin is er officieel zeker aandacht voor de oorzaken van klimaatverandering. Maar, en dat is waar Donner op doelt, de moverende achterliggende oorzaak – namelijk het extractieve karakter van het kapitalistisch systeem als zodanig – wordt niet ter discussie gesteld. Integendeel, de escalerende klimaatcrisis is juist aanleiding tot verdere uitbouw van dat extractieve systeem, precies omdat de oplossingen voor de crisis alleen binnen het systeem gezocht kunnen worden.


Het systeem blijft steken in techno-fixes. Denk aan de ‘schone’ elektrische auto’s die geen CO2 uitstoten, maar waarvan de batterijen wel het metaal lithium vereisen; als iedereen overschakelt op een elektrische auto of fiets, zal de wereldwijde natuurverwoesting door de benodigde lithium-mijnbouw gigantisch zijn. Of denk aan de diverse vormen van geo-engineering die bedacht worden om het klimaatprobleem op te lossen. Zoals het zonlicht dimmen door met vliegtuigen grote hoeveelheden stofdeeltjes in stratosfeer te brengen. Of kunstmatig regen opwekken door, zoals China doet, raketjes met chemische stoffen in de wolken te schieten. Of door massaal over te schakelen op kernenergie om de CO2-uitstoot naar nul te krijgen. We bestrijden dan de ene ramp door een andere ramp voor te bereiden (nucleair afval blijft duizenden jaren dodelijk radioactief). 


Ultieme klimaatadaptatie: vluchten naar Mars

En dat is dan nog in het gunstigste geval, als er überhaupt wordt nagedacht over de oorzaken achter klimaatverandering en de (technische) oplossingen daarvoor. Er zijn namelijk ook genoeg krachten in het systeem – primair de overweldigende belangen van de fossiele industrie – die pertinent níet af willen van fossiele brandstoffen en olie-gebaseerde producten als plastic, en die ‘problemen’ als klimaatverandering en plastic soup in de oceanen dan maar ‘op de koop toe’ nemen. Vanaf de industriële revolutie eind 18e eeuw heeft de motor van de kapitalistische winstmachine altijd gedraaid op fossiele brandstoffen, en die motor moet wél blijven draaien, nu en in de toekomst, anders ‘stort het systeem in’ (lees: anders maken multinationals niet genoeg winst, en dat vinden de aandeelhouders niet leuk). Tegenover de officiële inzet op duurzame energie staat daarom de even officiële inzet op wat men met een mooi eufemisme “klimaatadaptatie” noemt, wat feitelijk neerkomt op de cynische boodschap: klimaatverandering is onvermijdelijk, leer er maar mee leven. Verhoog de dijken maar tegen de stijgende zeespiegel en koop maar een airco om het hoofd koel te houden. 


Aan het extreme uiteinde hiervan staan de rijkste mannen ter wereld, Bezos en Musk die van gekkigheid niet weten wat ze met hun miljarden aan moeten en daarom maar – als verveelde verwende jongetjes – hun eigen ruimtevaartprogramma’s opzetten, naar eigen zeggen ‘om de mensheid te redden’ van de onvermijdelijke klimaat- en eco-catastrofe (zie Donner 2022a: 23). “We zijn bezig om deze aarde te vernietigen”, zei Bezos. Dus tja, als de mensheid wil overleven, dan móeten we wel de ruimte in (waarbij “de mensheid” blijkbaar wordt gereduceerd wordt tot de superrijken die een ‘one-way ticket’ voor een raket van Bezos kunnen betalen). “Een levensverzekering”, noemt Musk zijn beoogde Marskolonie. Dat zij met elke gelanceerde raket zo’n 300 ton CO2 de atmosfeer inpompen, en zo een aanzienlijke bijdrage leveren aan dezelfde klimaatcatastrofe waarvan zij ‘de mensheid’ willen redden, vormt de perfecte illustratie van de “irrationale rationaliteit” die volgens Marcuse wezenlijk is voor de eendimensionale maatschappij.

Gebruikte literatuur
– Donner, Marian (2022a), De grote weigering. Amsterdam: Prometheus Nieuw Licht.

– Lijster, Thijs (2023), “Voorwoord” bij Marcuse (2023), pp. 7-21,

– Marcuse, H. (2022), Eros en cultuur: Een filosofische bijdrage tot het werk van Freud. Utrecht: Erven J. Bijleveld.

– Marcuse, H. (2023), De eendimensionale mens: Studie over de ideologie van de geavanceerde industriële samenleving. Amsterdam: Atheneum-Polak & Van Gennep.













Solidariteit is een gevaarlijk woord voor de elite

Verschenen in: Joop BNNVARA, 7-12-2022

Van alle kanten worden we opgeroepen tot solidariteit. We moeten solidair zijn met Oekraïne. We moeten solidair zijn met arme landen die het meeste getroffen worden door klimaatverandering maar daar het minste aan bijgedragen hebben. En we moeten solidair zijn met de natuur. Dus eet minder vlees! Verbruik minder energie! Laat je huis isoleren! Zet zonnepanelen op je dak! Koop een elektrische auto!


Vooropgesteld: ik deel al deze oproepen tot solidariteit volkomen. Maar het is wel opvallend dat hierbij steevast de belangrijkste vorm van solidariteit – die van rijk met niet-rijk – vergeten wordt, zeker als deze oproepen gedaan worden door de heersende elite. En dat is een grote fout, waarmee deze elite haar eigen draagvlak ondermijnt en onheil over zichzelf afroept. Want zolang de rijke minderheid op haar beurt niet solidair is met de niet-rijke meerderheid, klinken de oproepen aan de bevolking om toch vooral solidair te zijn en ‘offers te maken voor de goede zaak’ hol en hypocriet. En de bevolking weet dat: wij zijn niet achterlijk. Daarom zal er van bovengenoemde vormen van solidariteit – met Oekraïne, met armere landen, met de natuur – weinig terechtkomen als de rijke elite niet óók gevraagd wordt om offers te maken. Solidariteit betekent immers: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.


Solidariteit is daarom een gevaarlijk woord, zeker als de elite het tegen z’n eigen bevolking inzet. Dan kan het zich razendsnel als een boemerang tegen hen keren. In januari van dit jaar verslikte Rutte zich er al in toen hij klaagde over een gebrek aan solidariteit onder Nederlanders om samen de coronamaatregelen te dragen. Hij kreeg toen de wind van voren: met ruim 30 jaar neoliberaal beleid heeft de VVD stelselmatig de solidariteit in Nederland kapotgemaakt. Dat Rutte vervolgens een potje gaat zitten mopperen dat “de onderlinge solidariteit minder vanzelfsprekend lijkt te worden” is dan het toppunt van VVD-hypocrisie. 


Dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten?

Als we allemaal in naam van solidariteit een stapje terug in onze welvaart moeten doen, dan moeten de allerrijksten de grootste stap zetten. Dat is logisch, dat is wat solidariteit ís. Als de rijke minderheid zich aan die plicht onttrekt, geholpen door een politieke elite die haar stelselmatig de hand boven het hoofd houdt, dan wordt het draagvlak voor solidariteit ondergraven. Niet omdat mensen egoïstisch zouden zijn of niet begaan met Oekraïne, met arme landen, met de kelderende biodiversiteit of de rampzalige gevolgen van klimaatverandering – integendeel! Dit alles gaat heel veel mensen ontzettend aan het hart, gelukkig. Veel mensen snakken naar een solidaire samenleving, waar we nou eindelijk eens goed voor elkaar en voor de natuur gaan zorgen. Maar het is moeilijk om de ‘prijs van solidariteit’ te betalen als je ziet dat de allerrijksten zich stelselmatig aan die solidariteit onttrekken. Zo is Nederland nog steeds een belastingparadijs voor de grootste vermogens. 


Het is voor gewone werknemers moeilijk te accepteren dat zij geen inflatiecorrectie van zo’n 11 procent kunnen krijgen (‘want dat zou de inflatie alleen maar verder aanjagen’), terwijl de top van het Nederlandse bedrijfsleven er vorig jaar jaar met maar liefst 32 procent op vooruit is gegaan. De gemiddelde bestuursvoorzitter verdient nu veertig keer zoveel als een gemiddelde werknemer bij hetzelfde bedrijf. Dan is het voor die gemiddelde werknemer lastig te accepteren dat hij door de westerse boycot tegen Rusland nu geconfronteerd wordt met onbetaalbare energieprijzen en dito boodschappen. “Waarom betaal ik de prijs voor solidariteit met Oekraïne, terwijl mijn baas er in één jaar tijd 32 procent bij krijgt?”, zo vraagt deze werknemer zich geërgerd af. En terecht.


Oekraïne en klassenstrijd op z’n Brits

In het Verenigd Koninkrijk, toch al een land met traditioneel een heel scherpe klassentegenstelling, zien we momenteel welk onheil de heersende klasse over zichzelf afroept door solidariteit alleen van de niet-rijke meerderheid te vragen en niet van zichzelf. Zo haalde Nadhim Zahawi, de Iraaks-Britse voorzitter van de Conservatieve Partij, zich de woede en hoon van de Britse werkende klasse op de hals door een aangekondigde staking van het zorgpersoneel af te doen als een cadeautje aan Poetin. Het zorgpersoneel zou met z’n looneis alleen maar de inflatie verder aanwakkeren en daarmee de strategie van Poetin in de kaart spelen, namelijk om de explosief gestegen energieprijzen als wapen tegen Oekraïne en het Westen in te zetten. Volgens Zahawi zou het zorgpersoneel solidair moeten zijn met Oekraïne en dus af moeten zien van loonsverhoging, om zo de interne eenheid van de Westerse steun voor Oekraïne te bewaren. “Dit is geen tijd om verdeeld te zijn. We moeten samenwerken om, naar ik hoop, meneer Poetin een heel duidelijke boodschap te sturen dat hij energie niet op deze manier als wapen kan gebruiken”, aldus Zahawi.


Het zorgpersoneel van de NHS, de publieke zorgsector van het Verenigd Koninkrijk, had namelijk voor 20 december een staking aangekondigd uit protest tegen de bezuinigingen op de NHS, die inmiddels op omvallen staat. Het zorgpersoneel sluit zich daarmee aan bij werkers in de spoorwegen, het onderwijs en de post, die ook stakingen hebben aangekondigd voor december. Zij zien zich daartoe genoodzaakt vanwege de groeiende armoede door de geëxplodeerde energiekosten, die veel Britten dwingt te kiezen tussen heating or eating – een armoede die nog verergerd is door de negatieve impact van de Brexit op de Britse economie. Én natuurlijk door het recente debacle met de mislukte Thatcher-lookalike Liz Truss, wiens neoliberale belastingplannen (lagere belastingen voor de allerrijksten) tot gigantische problemen voor de Britse economie hebben geleid. Veel pensioenfondsen dreigden daardoor om te vallen, waardoor veel Britten nu een lager pensioen kunnen verwachten.


Met andere woorden: de Conservatieven duwen de Britse economie met hun rechts-populistische, neoliberale wanbeleid dieper de grond in – en als gewone mensen daartegen in het geweer komen door hogere lonen te eisen, wordt hen bij monde van de conservatieve leider Zahawi doodleuk verteld dat ze Poetin in de kaart spelen en verraad plegen aan de Westerse solidariteit met Oekraïne. Gevolg? Alom verontwaardiging over de conservatieve hypocrisie van Zahawi en nóg meer boze werknemers die vastbesloten zijn om het land tijdens de feestdagen met een algemene staking plat te leggen. Solidariteit is inderdaad een gevaarlijk woord voor de elite.


Klimaatrechtvaardigheid, óók in eigen land

Ook voor klimaatbeleid geldt dat het alleen succesvol kan zijn als er serieus werk wordt gemaakt van solidariteit, dus als de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. De recente klimaattop in Egypte heeft wat dat betreft een voorzichtige eerste stap voorwaarts gezet met de afspraak dat arme landen door rijke landen gecompenseerd zullen worden voor klimaatschade, zoals de overstroming in Pakistan of de historische droogte en hongersnood in de Hoorn van Afrika. Dit beoogde schadefonds is een eerste stap in de richting van klimaatrechtvaardigheid, omdat de rijke landen met hun economische groei van de laatste 150 jaar dé grootste aanjagers van klimaatverandering zijn geweest, terwijl de rampzalige gevolgen daarvan vooral bij de arme landen in het globale zuiden terecht zijn gekomen, terwijl zij nauwelijks broeikasgassen hebben uitgestoten.


Maar voor échte klimaatrechtvaardigheid is natuurlijk veel meer nodig. Ten eerste moeten we beseffen dat deze ‘klimaat-tegenstelling’ tussen rijke en arme landen óók binnen de rijke landen zelf speelt, namelijk in de klassen-tegenstelling tussen de rijke elite en de niet-rijke meerderheid. De eenvoudige waarheid is dat hoe rijker je bent, hoe groter je ecologische voetafdruk en hoe meer verantwoordelijkheid je draagt voor klimaatverandering en de bredere ecologische crisis. Dan gaat het enerzijds om de luxe-consumptie van de rijken – grotere huizen, megajachten, vaker vliegen, etc. – die veel zwaarder op de planeet drukt dan de veel bescheidenere consumptie door minder vermogenden. Zo blijkt uit recent onderzoek dat Amerikaanse miljardairs met hun luxe-consumptie ruim 500 keer meer CO2 uitstoten dan de gemiddelde Amerikaan – en in andere rijke landen zal die verhouding niet veel anders zijn. Maar het gaat ook om de ecologische voetafdruk van de economische activiteiten die nodig zijn om de welvaart van de rijken in stand te houden. De rijkste één procent van de wereldbevolking (die allemaal minstens miljonair zijn) harkt jaarlijks ongeveer een kwart binnen van het mondiale BNP. Dit betekent, aangezien alle economische activiteiten in meer of mindere mate gepaard gaan met uitstoot van broeikasgassen en grondstoffenverbruik, dat de rijkste één procent verantwoordelijk is voor grofweg 25 procent van alle ecologische schade die ‘onze’ economieën aanrichten.


Cadeautjes aan het fossiele grootkapitaal

Kortom, willen we écht klimaatrechtvaardigheid, dan mag er van de rijke minderheid een substantieel groter offer verwacht worden. Maar in Nederland is daar geen sprake van, integendeel zelfs. De lusten en lasten van het Nederlandse klimaatbeleid zijn zeer ongelijk verdeeld. Zoals Milieudefensie-directeur Donald Pols in een interview uitlegt: “Bij het huidige neoliberale beleid is het zo dat de arme huishoudens relatief gezien drie tot vier keer meer energiebelasting betalen dan rijke huishoudens. Van dat belastinggeld gaat 80 procent naar het financieren van de groene transitie bij de grote bedrijven. Van de 20 procent die overblijft gaat ook nog eens 80 procent naar de hogere inkomens, voor subsidies op zonnepanelen, elektrische auto’s en dergelijke. Die subsidies krijg je alleen als je er zelf voor kiest om zonnepanelen te nemen of je huis te isoleren. Maar dan moet je wel al een eigen huis hebben en genoeg geld hebben om zo’n beslissing te kunnen nemen. Voor de lagere inkomens is dat gewoon niet te doen. Dus zij betalen relatief wel meer energiebelasting, maar krijgen daar veel minder voor terug. Dat is oneerlijk en inefficiënt beleid.”


Het absolute toppunt van dit onrechtvaardige, irrationele beleid is wel de 17,5 miljard euro aan verkapte subsidies die de Nederlandse staat jaarlijks uitkeert aan de fossiele industrie – dus precies aan die sector die het meeste schuldig is aan de klimaatcrisis. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wil zelf geen inzicht geven in de hoeveelheid subsidie aan deze sector, maar op basis van publiek beschikbare informatie is berekend dat het tenminste vijf procent van de hele rijksbegroting betreft. Het totale ­bedrag is minstens drie keer groter dan de klimaatbegroting! Niet alleen handelt de regering zo in strijd met het Parijse klimaatakkoord van 2015, waarin landen – inclusief Nederland – afgesproken hebben te stoppen met fossiele subsidies. Maar de regering steekt zo ook een levensgrote middelvinger op naar alle Nederlanders die zich inzetten voor duurzaamheid en klimaatneutraliteit. Terwijl zíj zich kosten noch moeite besparen om milieubewuster te leven, gebruikt de staat óns belastinggeld om jaarlijks een miljardencadeautje te geven aan de toch al superrijke aandeelhouders van de vervuilende fossiele industrie. Het ideaal van solidariteit – de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten – is hier volledig op z’n kop gezet. 


Wat als we nou eens kappen met deze cadeautjes aan de fossiele industrie? En wat als we het zo vrijgekomen bedrag van 17,5 miljard per annum gebruiken om de exploderende energiekosten en boodschappenprijzen voor de armste Nederlanders te compenseren? Dát is pas solidariteit! Dát is de beste manier om brede steun te houden voor de sancties tegen Rusland. 





Heidegger en de klimaatangst

 Verschenen in: Nieuw Wij, 8 september 2022.


Existentiële angst speelt een centrale rol in de Zijnsfilosofie van Martin Heidegger (1889-1976). Angst brengt ons in contact met "het Niets" van het "zijn-ten-dode" en laat zo – in contrast daarmee – de wereld des te indringender aanwezig zijn. In de existentiële angst wordt volgens Heidegger "het Zijn" van de wereld "ontsloten". 

Maar hoe zit het met de klimaatangst, de groeiende angst onder jongeren en bezorgde (groot-)ouders om de op termijn maatschappij-ontwrichtende en levensbedreigende gevolgen van klimaatverandering en ecologische ineenstorting? Heeft ook deze angst een "Zijnsontsluitende" werking? Dat de existentiële dreiging van escalerende klimaatverandering fors kan ingrijpen in het gevoelsleven is duidelijk: klimaatstress en eco-depressies zijn aan de orde van de dag – je kunt er zelfs voor naar de klimaatpsycholoog. Voor velen is de klimaatcrisis óók een existentiële crisis. Is klimaatangst wellicht de hedendaagse vorm van Heideggers existentiële angst? 

Zoals volgens Heidegger ons angstige "zijn-ten-dode" de wereld des te indringender aanwezig laat zijn, zo kunnen we ons afvragen of ons huidige ten-eco-catastrofe-zijn de aarde juist als kostbaar ecosysteem tevoorschijn laat komen. In 1945, vlak na de massa-vernietiging van hele steden en vele miljoenen mensenlevens, schrijft Heidegger in een brief aan Sartre dat nu "eindelijk de beslissende ervaring wordt gewekt hoe afgrondelijk de rijkdom van het Zijn zich in het wezenlijke Niets herbergt". Ligt in het dreigende Niets van de klimaatangst niet ook de "rijkdom van het Zijn" besloten? Maar dan in de vorm van de verbazingwekkende, veelkleurige en voedende rijkdom van het aardse ecosysteem, het wonder van de natuur en de verbondenheid van al het leven op aarde? Een rijkdom die door de klimaatangst ontsloten wordt als van ons allemaal en het waard om voor te vechten

We mogen bij dit alles Heideggers pijnlijke nazi-verleden niet uit het oog verliezen. Hoe actueel zijn filosofie ook lijkt in het licht van de klimaatcrisis, feit blijft dat Heidegger jarenlang een enthousiaste nazi was die zijn filosofie projecteerde op de nationaalsocialistische "wedergeboorte" van het Duitse volk. Blijkbaar laat zijn filosofie een dergelijke interpretatie toe. Deze morele ambiguïteit van Heideggers denken komt duidelijk naar voren als we met een Heideggeriaanse blik naar het fenomeen van de klimaatangst kijken.

Aan de ene kant kunnen we vanuit Heidegger de fundamentele en zelfs historische betekenis van deze angst aan het licht brengen: de klimaatangst "ontsluit" een geheel nieuwe "Zijnservaring" waarin het gangbare westerse wereldbeeld – het Gestell in Heideggers terminologie – problematisch wordt en het wonder van de natuur op vernieuwde wijze tevoorschijn komt. We zouden hierbij kunnen spreken van een wereldwijde, ecologische "Zijnsontsluiting" door de klimaatangst. Aan de andere kant blijkt uit het intens sociale, solidaire en maatschappijkritische karakter van de klimaatangst ook duidelijk het sociaal-politieke tekort van Heideggers filosofie – een tekort dat nauw samenhangt met zijn verleiding door het nazisme. 


"Troosteloze razernij van de techniek"

Een ecologische interpretatie van Heideggers analyse van existentiële angst ligt ook voor de hand omdat Heidegger met zijn notie van het Gestell – de geglobaliseerde westerse mindset waarin de natuur slechts als hulpbron voor de technologie kan verschijnen – van grote invloed is geweest op de ecologische beweging. In het Gestell culmineert volgens Heidegger onze "Zijnsvergetelheid": we zien in de wereld om ons heen niet meer het "wonder van het Zijn" maar alleen nog maar "materiaal voor menselijk gebruik". De kritiek die binnen de ecologische beweging klinkt op het "extractivisme" als diepste oorzaak van de ecologische crisis herinnert duidelijk aan Heideggers kritiek op het Gestell

Zo zegt Naomi Klein: "Extractivisme is de mentaliteit van de bergtopafgraver en de oerboskapper. Het is het reduceren van leven tot gebruiksobject zonder eigen integriteit of waarde… Het is ook het reduceren van menselijke wezens tot arbeidskracht, die hardhandig wordt uitgeperst en opgejaagd…" De overeenkomst met Heidegger is treffend als deze in 1950 schrijft: "De aarde en haar atmosfeer verworden tot grondstof. De mens verwordt tot mensenmateriaal dat aan vooropgestelde doelen wordt aangepast." Ook de verschrikkingen van de bio-industrie, die in Heideggers tijd nog in de kinderschoenen stond, zag hij duidelijk aankomen toen hij over het boerenbedrijf schreef dat dit "gemotoriseerde voedingsindustrie" aan het worden was, "in wezen hetzelfde als de productie van lijken en gaskamers". 

Ook de binnen de ecologische beweging gangbare kritiek op het antropocentrisme, waarbij het extractivisme gelijk wordt gesteld aan de heerschappij van de mens over de natuur, vinden we terug bij Heidegger. In het moderne Gestell triomfeert volgens hem het ego van de moderne mens die alles aan zichzelf afmeet en onderwerpt: "In het planetaire imperialisme van de technisch georganiseerde mens bereik het subjectivisme van de mens zijn hoogtepunt." 

Bij Heidegger treffen we hier een 'doemdenken' aan dat ook de hedendaagse ecologische beweging niet vreemd is. Hoewel Heidegger zich in zijn tijd nog geen voorstelling kon maken van de huidige opwarming en uitputting van de aarde, is de dreiging van een ongekende planetaire ramp door onze bevangenheid in het Gestell duidelijk voelbaar in zijn latere werk, waar hij waarschuwt voor de "massaficatie van de mens" en de "vernietiging van de aarde". Ook bij Heidegger treffen we het ecologische angstbeeld aan van "een verwoeste aarde" die alleen nog dient "om de heerschappij van de mens zeker te stellen". 

Het Gestell als de "troosteloze razernij van de ontketende techniek" kan volgens hem alleen maar eindigen in een algehele "wereldverduistering". In het Gestell schuilt het "hoogste en uiterste gevaar".


"Alleen een god kan ons nog redden"
Volgens Heidegger zijn we inmiddels zó in het Gestell gevangen dat we niet meer daarbuiten kunnen denken: we kunnen alleen nog maar technische oplossingen aanreiken voor de problemen die het Gestell veroorzaakt. "Techniek eist meer techniek", aldus Safranski in zijn Heidegger-biografie: "We hebben de natuur opgevorderd en nu vordert de natuur ons op om daarmee door te gaan, op straffe van de ondergang. Zo sluit de cirkel zich tot een vicieuze cirkel van Zijnsvergetelheid." 

Is dit niet precies het probleem van de geo-engineering en techno-fixes die nu bedacht worden om het 'klimaatprobleem' op te lossen? Zoals de zon dimmen door met vliegtuigen grote hoeveelheden stofdeeltjes in stratosfeer te brengen? Of kunstmatig regen opwekken door, zoals China doet, raketjes met chemische stoffen in de wolken te schieten? Of door massaal over te schakelen op kernenergie om de CO2-uitstoot naar nul te krijgen?

Daarmee is het Gestell voor Heidegger een soort noodlot geworden. De Zijnsvergetelheid van het Gestell is zo totalitair, zo alomvattend geworden dat we er niet meer op eigen kracht uit kunnen komen. Vereist is dan ook geen actief verzet tegen het Gestell maar juist "gelatenheid", zegt Heidegger. Gelatenheid als het "laten-zijn van de zijnden", het bieden van ruimte en openheid aan medemensen, dieren en de natuur om zich te tonen zoals ze zijn – in plaats van ze dwangmatig "op te vorderen" als materiaal voor ons gebruik, zoals in het Gestell

Maar ook gelatenheid omdat actief verzet tegen het Gestell juist het moderne subjectivisme in de hand zou werken. Het activisme van de moderne mens is precies het probleem, niet de oplossing. Aldus Heidegger: "Een omwenteling van de huidige toestand van de wereld kan niet [...] vanuit een menselijk rekenen en door menselijke machinaties teweeg worden gebracht; dat kan alleen al niet, omdat de menselijke machinaties het stempel van de toestand [van het Gestell] dragen en eraan vervallen zijn."

Het enige dat we kunnen doen volgens Heidegger is in die gelatenheid verblijven, wachten en hopen dat van daaruit een nieuwe "Zijnservaring" opgang zal maken onder de mensheid. We kunnen die ommekeer niet afdwingen of voorspellen; hij komt – als hij al komt – "als een dief in de nacht" zoals Heidegger zegt in navolging van Paulus over de Wederkeer. We zien hier inderdaad een soort theologische rest bij de ex-katholiek Heidegger. In het beroemde interview dat Heidegger vlak voor zijn dood voor het tijdschrift Der Spiegel geeft, zegt hij dan ook, als hem gevraagd wordt hoe aan het Gestell te ontsnappen: "Alleen een god kan ons nog redden."


Theologie van het Niets
Die theologische rest heeft er van meet af aan ingezeten bij Heidegger. Als afvallige katholiek zet hij zich af tegen de geloofswereld van zijn jeugd, maar tegen wil en dank neemt hij veel daarvan over in zijn eigen denken. Heideggers Zijn is in zekere zin "God zonder God". Zijn filosofie biedt een atheïstische post-theologie na Nietzsche's "Dood van God" waar alle traditionele voorstellingen van het goddelijke ongeloofwaardig zijn geworden. Het goddelijke 'is' er nog wel, maar het is voor Heidegger onvoorstelbaar, onbenoembaar en onbegrijpelijk geworden.
Het Zijn is datgene wat alles laat zijn maar dat zelf 'niets' is. "Het Zijn van het zijnde 'is' zelf geen zijnde", zegt Heidegger in zijn vroege meesterwerk Zijn en Tijd (1927). Het Zijn is de donkere achtergrond van niet-zijn in contrast waarmee het zijnde pas als zijnde kan 'oplichten' – een achtergrond die naar voren treedt in het besef van onze eigen sterfelijkheid, ons toekomstige niet-zijn. In de existentiële angst dringt dit Niets zich aan ons op: "In de heldere nacht van het Niets van de angst ontstaat pas de oorspronkelijke openheid van het zijnde als zodanig: dat het zijnde is – en niet Niets", aldus Heidegger in zijn befaamde voordracht Wat is metafysica? (1929).
Het beangstigende daarbij is niet zozeer de dood zelf, het vooruitzicht dat we vroeg of laat moeten sterven, maar de algehele zinloosheid die dit met zich meebrengt. Als ik er uiteindelijk toch niet meer ben, wat maakt het dan allemaal uit? Waarom carrière maken? Waarom kinderen krijgen? Waarom afval scheiden? Daaronder steekt volgens Heidegger een nog fundamentelere zinloosheid, die van het Zijn zelf. Het beangstigende is dat het Zijn, qua Niets, ons 'niets' te zeggen heeft: het biedt geen ultieme verklaring van de wereld, geen alomvattend doel, geen noodzakelijkheid, geen zingeving, geen stenen tafelen met geboden. 

Het Zijn is de ultieme grond waarop de wereld rust, maar als zodanig is het tevens een "afgrond" die alle betekenis en zingeving opslokt. De existentiële angst laat de radicale toevalligheid van de wereld zien, het verontrustende feit dat er geen ultieme reden is waarom alles is zoals het is en waarom we doen zoals we doen. De wereld is er gewoon, zomaar. En het zou allemaal net zo goed heel anders kunnen zijn. Dit besef maakt ons radicaal vrij én verantwoordelijk: op zich is het leven zinloos, de enige zin die het heeft is de zin die wij er – op niets gebaseerd – aan geven.
Voor de alledaagse mens is deze radicale vrijheid en zinloosheid een té zware opgave. Daarom wentelen we onze verantwoordelijkheid af op anderen, dwz. we vluchten in wat Heidegger de "oneigenlijkheid van het Men" noemt. Om zelf niet vanuit de eigen grondeloze vrijheid te hoeven kiezen, kiezen we "wat men nou eenmaal kiest", we doen "wat men nou eenmaal doet", we vinden leuk "wat men nou eenmaal leuk vindt" en we zeggen "wat men nou eenmaal zegt"... Zo ontneemt het Men ons de last van het zinloze ten-dode-zijn. We zeggen: "Ach ja, men sterft nou eenmaal", alsof de dood alleen anderen treft, maar niet onszelf.
Daarmee laten we volgens Heidegger een uitgelezen kans aan onszelf voorbijgaan, de kans om het Zijn te ervaren. Dat is waar het de post-theoloog Heidegger uiteindelijk om te doen is: het op niets gebaseerde leven is zinloos maar tegelijk laat zich daarin een ultieme zin ontdekken, het wonder van het Zijn zelf, het onbegrijpelijke feit dát er iets is en niet niets. We kunnen, zoals gezegd, daaraan geen inhoudelijke zingeving onttrekken. Het enige dat de Zijnservaring doet is het leven "intens" maken, het verhoogt de "potentialiteit van het leven", omdat het de zijnden "zijnder" maakt. De Zijnservaring is "het wakker-zijn van het bestaan voor zichzelf", aldus Heidegger.

Existentiële angst slaat dan om in een jubelende, post-religieuze vreugde. Aldus Safranski: "In de jubel wordt het bestaan de hemel waarin de wereld en de dingen terechtkomen als ze in hun verbazingwekkende 'dat' verschijnen." Dát ze er zijn, en niet niets. Daarmee wordt ook de "schuld" duidelijk die volgens de ex-katholiek Heidegger het Men aankleeft, de schuld van het wegvluchten voor de eigen sterfelijkheid. Daardoor kan de oneigenlijke mens geen oog hebben voor het wonder van het Zijn. De oneigenlijke mens leeft in de 'zonde' van de Zijnsvergetelheid, een mentaliteit die volgens Heidegger culmineert in het Gestell waarin de moderne mens streeft om 'onsterfelijk' te worden door alles te beheersen en alle risico's uit te sluiten…


Globaliteit van de klimaatangst
In hoeverre kunnen we nu de klimaatangst vergelijken met de existentiële angst zoals Heidegger die begrijpt? Op het eerste gezicht lijkt dit problematisch. Want gaat het bij de klimaatangst niet eerder om wat Heidegger "vrees" noemt in plaats van angst? Vrees is volgens Heidegger de existentiële angst in haar "oneigenlijke modus" waarbij de angst geprojecteerd wordt op iets bedreigends ín de wereld, terwijl het in de angst gaat om het zinloos worden van de wereld als geheel. Zo is de vrees een onderdeel van de vlucht in het Men. Aldus Heidegger: "De vrees overvalt vanuit het binnenwereldlijke zijnde, de angst daarentegen rijst op uit het-in-de-wereld-zijn als [...] zijn-ten-dode". De existentiële angst wordt in de vrees gereduceerd tot een specifieke angst voor iets, angst voor de tandarts, angst voor ontslag, angst voor lekkage… 

En de angst voor klimaatverandering? Is dat ook 'slechts' een vorm van vrees? Een "oneigenlijke" angst voor iets dat zich in de wereld aandient, de opwarming van de aarde en haar 'vervelende' gevolgen? Is de klimaatangst ook een vlucht voor de eigenlijke angst van het zinloze zijn-ten-dode? Dat zou te snel geconcludeerd zijn. "Het waarvoor van de angst is het in-de-wereld-zijn als zodanig", zegt Heidegger, maar gaat het in de klimaatangst niet ook om onze wereld als geheel? Bedreigt klimaatverandering niet heel ons leefmilieu, heel het ecosysteem van de aarde, potentieel uitmondend in wereldwijde massa-extinctie?
In tegenstelling tot de vrees, zegt Heidegger, is het waarvoor van de angst "onbepaald" – het is letterlijk "Niets" – en als zodanig bevindt het zich overal en nergens: "Het dreigende kan dus ook niet uit een bepaalde richting [...] dichterbij komen, het is 'er' al, en toch is het nergens, het is zo dichtbij dat het benauwt en je de adem beneemt, en toch is het nergens." Maar geldt dit niet ook voor de opwarming van de aarde en voor milieuvervuiling in het algemeen? Het is onzichtbaar maar het is overal, het zit in de lucht, in de grond, in het water, in de natuur, in ons voedsel, ja in onze lichamen. De opwarming van de aarde is "zo dichtbij dat het benauwt en je de adem beneemt" – soms letterlijk – en tegelijk is zij "overal en nergens". 

In die zin is klimaatangst even diffuus en globaal als de angst om ons sterfelijke in-de-wereld-zijn. Is de klimaatangst dan niet 'gewoon' de hedendaagse manifestatie van die existentiële angst? Is de dodelijke beklemming van het Gestell inmiddels niet zo ver voortgeschreden dat het zijn-ten-dode – dat bij Heidegger een bij uitstek individuele aangelegenheid is – nu een collectief noodlot is geworden? Een planetair ten-dode-zijn? Een mondiaal ten-eco-catastrofe-zijn?


Klimaat en stemming
In dit verband kunnen we er ook op wijzen dat het woord "klimaat" een veelzeggende ambiguïteit kent: naast de meteorologische betekenis van gemiddelde weerstoestand heeft "klimaat" ook de figuurlijke betekenis van sfeer of collectieve stemming. Zo spreken we bijvoorbeeld van het "pedagogisch klimaat" in een klas of van het "politieke klimaat" in een land. Steeds gaat het dan om een heersende stemming die het samenzijn van mensen op bepaalde wijze inkleurt – optimistisch of pessimistisch, vastberaden of besluiteloos, oorlogszuchtig of vreedzaam – en zo de sociale dynamiek een bepaalde kant op stuurt. Deze sturende werking van de stemming speelt een belangrijke rol in de filosofie van Heidegger, waar het Zijn van de wereld altijd binnen een bepaalde stemming ontsloten wordt. Zoals we hebben gezien is de stemming van de existentiële angst daarbij voor Heidegger bevoorrecht, omdat daarin het Zijn op de meest pregnante wijze naar voren treedt.

Klimaat is dus zowel een meteorologisch als een existentieel fenomeen, een stemming. Dat voor beide fenomenen het woord "klimaat" wordt gebruikt, is geen toeval: het wijst op een dieper verband tussen stemming en weer – een verband dat Heidegger nergens echt behandelt. Dat het weer onze stemming kan beïnvloeden is een bekend gegeven: we spreken van de "melancholie van de herfst", van "druilerig weer" waarin "grijze dagen" zich in een vervelende monotonie aan elkaar rijgen, van een "onrustige wind" waar kindertjes druk van worden, van een "sereen winterlandschap" waar je stil van wordt of van een "uitbundige zon" waardoor mensen "de zomer in hun bol" krijgen. 

Zo bezien is het bijna onvermijdelijk dat de planetaire klimaatverandering gepaard zal gaan met een planetaire stemmingswisseling, een nieuw cultureel klimaat waarin het Zijn van de wereld op nieuwe wijze ontsloten wordt. Naarmate de aarde opwarmt, zal ook het politieke klimaat steeds verhitter raken. Naarmate de rampzalige gevolgen van klimaatverandering duidelijker op de voorgrond treden, zal ook de klimaatangst meer en meer om zich heen grijpen.


Klimaat-zinloosheid en klimaat-Men
Existentiële angst is voor Heidegger ten diepste een zinloosheidservaring, waarvoor mensen wegvluchten in de "oneigenlijkheid van het Men". Iets soortgelijks gebeurt ook in de klimaatangst: ook hier is sprake van een diep gevoelde zinloosheid. Waarom nog kinderen krijgen als de wereld over enkele decennia onleefbaar dreigt te worden? Waarom nog carrière maken en meedraaien in een economie die stukje bij beetje de planeet op-consumeert en in een afvalbelt verandert? Waarom nog een huis kopen als deze plek straks onder de stijgende zeespiegel verdwijnt? Waarom nog duurzaam leven als we toch al te laat zijn met het terugdringen van de CO2-uitstoot? Waarom nog hechten aan mensen, dieren en natuur als we weten dat we richting massa-extinctie gaan? Waarom jezelf dat verdriet aandoen?
Met name jongeren worden – soms bewust, soms onbewust – door zulke vragen gekweld: hun toekomst staat op het spel. Tegelijk zie je dat veel mensen deze ontwrichtende klimaat-zinloosheid niet onder ogen willen zien en koste wat kost aan de illusie van een zekere toekomst blijven vasthouden. "We staan aan de vooravond van een onafwendbare ineenstorting van de wereld zoals wij die kennen, maar niemand wil het zien", zo schreef Ilja Leonard Pfeijffer onlangs in HP/De Tijd. We zouden dit de "vlucht in het klimaat-Men" kunnen noemen, waarbij mensen elkaar 'moed' inspreken door allerlei ongefundeerde geruchten – het "gepraat van het Men" noemt Heidegger dat – eindeloos te herhalen: Men zegt dat het allemaal wel mee zal vallen, ment zegt dat klimaatverandering een hoax is, een verzinsel van de linkse elite, men zegt dat klimaatverandering een natuurlijk proces van alle tijden is

Het wetenschappelijke bewijs voor antropogene klimaatverandering en de op termijn rampzalige gevolgen negeert "men", maar "men" gelooft wel in de meest absurde complottheorieën en "alternatieve feiten" die het gevaar van klimaatverandering 'ontzenuwen'. Alles om maar vast te kunnen houden aan de gerieflijke illusie dat onze consumptiemaatschappij voort zal blijven duren, voor eeuwig en altijd. Rechts-populistische politici maken handig gebruik van deze 'angst voor de klimaatangst'.


Tot slot: de gelaten vastbeslotenheid van de eco-activist
"Vragen is de vroomheid van het denken", zegt Heidegger. Laten we daarom afsluiten met wat kritische vragen over het belang van Heideggers filosofie voor onze tijd in het licht van zijn verleiding door het nazisme. Sommige critici hebben in het "decisionisme" van Zijn en Tijd een voorbode gezien van de nazi-verheerlijking van brute wilskracht en daadkracht óm de daadkracht. Zit een dergelijke verheerlijking van de daad niet ook in Heideggers notie van de "vastbeslotenheid", het vermogen van de "eigenlijke" mens om vanuit het niets te kiezen, in het volle besef dat elke keus ten diepste zinloos is? Gaat het hierbij niet om een nihilistische "vastbeslotenheid tot niets", zoals de katholieke theoloog Karl Rahner stelt? 

Als Heidegger al een ethiek biedt, dan gaat het om een lege ethiek, waarbij het niet gaat om wát je kiest maar hóe je kiest: vanuit het Men of vanuit de eigen grondeloze vrijheid. Het geweten, het hart van de ethiek, blijft bij Heidegger oorverdovend stil: "Wat roept het geweten de aangeroepene toe? Strikt genomen – niets. De roep drukt niets uit, geeft geen informatie over wereldse gebeurtenissen, heeft niets te vertellen… Het aangeroepen zelf wordt 'niets' toegeroepen, maar is opgeroepen tot zichzelf, dat wil zeggen tot zijn oereigen kunnen-zijn." 

Bij Heidegger roept het geweten alleen maar op om de existentiële angst niet uit de weg te gaan, om het eigen zinloze ten-dode-zijn onder ogen te zien en van daaruit "vastbesloten" te kiezen. Maar, zo kunnen we ons afvragen, vult dat 'lege geweten' zich nu niet met ethische inhoud door de existentiële dreiging van de klimaatcrisis? Zegt Heidegger niet in zijn brief aan Sartre dat juist het Niets van de oorlogsverwoesting de "rijkdom van het Zijn" naar voren laat komen? En laat analoog daaraan het dreigende Niets van de ecologische ineenstorting niet de rijkdom van het aardse ecosysteem naar voren treden? Een rijkdom die het waard is om voor te vechten? 

Is dit niet de "vastbeslotenheid van de eco-activist"? De vastbeslotenheid die breekt met de oneigenlijkheid van het klimaat-Men? Maar is deze activistische vastbeslotenheid dan niet in strijd met de gelatenheid die volgens de latere Heidegger noodzakelijk is? Is elke vorm van activisme niet een bevestiging van het subjectivisme van de moderne mens en daarmee van het Gestell, de technologische heerschappij van de mens over de natuur? 

Wat is Heideggeriaanse gelatenheid precies? Het is, zoals gezegd, het "laten-zijn van de zijnden", het bieden van openheid aan dingen en wezens om zich te tonen zoals ze zijn. Maar dat betekent óók: openheid bieden aan jezelf, jezelf laten gebeuren zoals je ten diepste bent. Maar wat gebeurt er dan? Zoals Heidegger zegt, in navolging van de filosoof Schelling: "In de mens slaat de natuur haar ogen op en merkt ze dat ze er is." In onze tijd betekent dat: via de mens ziet de natuur dat ze in dodelijk gevaar verkeert, het "hoogste en uiterste gevaar" van het Gestell. En zoals Heidegger ook zegt, in navolging van zijn geliefde dichter Hölderlin: "waar het gevaar is, daar groeit het reddende ook…"