Showing posts with label democratie. Show all posts
Showing posts with label democratie. Show all posts

Kapitalisme, dictatuur en imperialisme – deel 1

Het imperialisme is de politieke uitdrukking van het accumulatieproces van het kapitaal in zijn concurrentiestrijd om de restanten van het nog niet in beslag genomen niet-kapitalistische wereldmilieu. (Rosa Luxemburg)

Met de recente geopolitieke ontwikkelingen – Ruslands invasie van Oekraïne, China’s steeds agressievere claim op Taiwan en Amerika’s militaire interventie in Venezuela en dreigende taal richting Groenland – heeft het oude begrip “imperialisme” een nieuwe relevantie gekregen. Het is inmiddels overduidelijk dat autoritaire grootmachten bezig zijn onderling de wereld te verdelen in ‘invloedssferen’. Wat de democratische wil is van de bewoners van deze ‘achtertuinen’ doet niet ter zake; alles draait om de Realpolitik van de machtscentra.

Met name in het marxistische denken ten tijde van de Eerste Wereldoorlog heeft het begrip “imperialisme” een belangrijke rol gespeeld, met Rosa Luxemburg en Lenin als belangrijkste theoretici. Dat juist in die tijd het marxistische denken over imperialisme een hoge vlucht nam, is begrijpelijk: de Eerste Wereldoorlog was grotendeels het resultaat van de botsende belangen van de westerse koloniale grootmachten, die onderling de wereld hadden verdeeld. Toen er niets meer te verdelen viel, moesten ze onderling wel in conflict komen. 

Wat marxistische theoretici als Luxemburg en Lenin daarbij lieten zien was dat dergelijke imperialistische conflicten noodzakelijk volgden uit de aard van het kapitalisme zelf: het kapitalisme is wezenlijk gericht op kapitaal-accumulatie en dus economische groei, en heeft daarom altijd nieuwe afzetmarkten, nieuwe reservelegers van goedkope arbeid en nieuwe grondstoffenbronnen nodig. Deze inherente “expansionistische logica” van het kapitalisme leidt vanzelf tot imperialisme: de kapitalistische elites van de verschillende landen hebben er alle belang bij dat hún regeringen alles in het werk stellen om die kapitalistische expansie mogelijk te maken – door het openen van nieuwe overzeese afzetmarkten (desnoods met geweld, zoals de Britten destijds met kanonnen de Chinese markt hebben geopend voor Indiase opium) en door de verovering van nieuwe kolonies met goedkope arbeidskrachten en rijke grondstoffen-bronnen.

Dat het juist nu van belang is om deze marxistische analyses van het kapitalistisch imperialisme af te stoffen en opnieuw tot ons te nemen, volgt uit het onloochenbare feit dat ook het huidige imperialisme van de grootmachten Amerika, China en Rusland een typisch kapitalistisch imperialisme is. Al deze landen zijn immers kapitalistisch of staatskapitalistisch: in Rusland is het Sovjet-communisme immers allang ingestort en ook “Volksrepubliek” China is alleen nog in naam “communistisch”. Vanaf 1979, onder leiding van Deng Xiaoping, heeft communistisch China zich gradueel opengesteld voor kapitalistische marktwerking en investeringen, met als gevolg dat China nu dé goedkope werkplaats is voor het geglobaliseerde kapitalisme.

Met andere woorden: de geopolitieke rivaliteit tussen de VS, China en Rusland is geen ideologisch conflict meer, zoals tijdens de Koude Oorlog (kapitalisme vs. communisme). Het is een puur intra-kapitalistische rivaliteit, dwz. tussen verschillende, natie-gebonden kapitalistische elites: Russische oligarchen, de machthebbers van het Chinese staatskapitalisme en de Amerikaanse grootkapitalisten – zíj zijn de werkelijke krachten achter de huidige imperialistische wedloop om geopolitieke macht. Het huidige imperialisme is slechts kapitalistische concurrentie op mondiaal niveau.

Uiteraard proberen de desbetreffende kapitalistische elites ons anders te doen geloven: zij proberen uit alle macht hun respectievelijke bevolkingen ervan te overtuigen dat het wel degelijk gaat om een ideologisch (en dus gerechtvaardigd) conflict tussen het Westen en de BRICS-landen, namelijk tussen democratie en dictatuur (vanuit het ‘vrije Westen’ gezien) of tussen westerse ontaarde decadentie en oosters traditionalisme (zie bijvoorbeeld Ruslands retoriek over “Gayropa”). Ook het rechtspopulisme en neofascisme proberen hier een legitiem conflict te zien, een raciaal-cultureel conflict tussen verschillende etnische identiteiten, zoals de superieure beschaving van het ‘blanke Westen’ dat bedreigd wordt door inferieure, gekleurde, niet-westerse immigranten, etc.

Voor socialisten is het hierbij van het allergrootste belang om deze nationalistische en cultureel-racistische praatjes te ontmaskeren voor wat zij zijn, namelijk cynische verdeel-en-heersstrategieën, waarmee de verschillende nationale kapitalistische machtsblokken proberen om hun bevolkingen aan zich te binden en te mobiliseren in de imperialistische strijd tegen andere landen en andere volkeren.

Dat het geopolitieke conflict tussen de grootmachten geen politiek-ideologisch conflict is, wordt met name duidelijk ten aanzien van het thema “democratie”. Met name liberale politici mogen de geopolitieke machtsstrijd tussen het Westen en de BRICS-landen graag framen als een strijd tussen democratie en autocratie. Maar het is duidelijk dat die vlieger steeds minder opgaat, nu ook in het Westen door de opkomst van het rechtspopulisme en neofascisme – zie Trump in de VS – de democratie steeds verder onder druk staat. Waar de Amerikaanse pogingen tot regime change in Afghanistan en Irak destijds nog met een universalistisch beroep op democratie en mensenrechten werden gerechtvaardigd, daar neemt Trump nu niet eens meer de moeite om zijn militaire interventie in Venezuela te framen als een nobele poging om de Venezolaanse democratie en rechtsstaat te herstellen; hij is bereid samen te werken met het repressieve Venezolaanse staatsapparaat, vertegenwoordigd door vicepresident Delcy Rodríguez, zolang Amerika maar controle krijgt over de Venezolaanse olievoorraden. De Venezolaanse oppositie, die zoveel had verwacht van Trumps interventie – herstel van de democratie, vrijlating van de politieke gevangenen –, blijft gedesillusioneerd achter. Het particuliere eigenbelang van Trumps machtsstreven prevaleert open en bloot, zonder schaamte.

Kortom, de huidige geopolitieke rivaliteit tussen de grootmachten is geen conflict meer tussen liberale democratie en illiberale autocratie. Het is, zoals gezegd, slechts een uit de hand gelopen economisch conflict tussen verschillende machtsblokken binnen één-en-hetzelfde wereldwijde kapitalisme. Een kapitalisme dat in toenemende mate ondemocratisch is. 

Dat heeft overigens niet alleen te maken met de – zorgwekkende – opkomst van het rechtspopulisme en neofascisme in heel de westerse wereld (en in Rusland met Poetin, die ideologisch nauw aan Trump verwant is). Deze ondemocratische tendens in het kapitalisme gaat veel verder terug in de tijd. Zo is de politiek al sinds de neoliberale globalisering rond 1990 steeds technocratischer geworden, in die zin dat landen zich in toenemende mate moesten voegen naar de dictatoriale ‘eisen van de wereldmarkt’. Politieke keuzes, zoals het wegbezuinigen van de verzorgingsstaat of het verwateren van milieuregels, waren puur door economische redenen ingegeven; te hoge belastingen voor het kapitaal en te strenge milieuregels zouden immers de internationale concurrentiepositie van ‘BV Nederland’ aantasten. Democratische besluitvorming werd ondergeschikt gemaakt aan economische ratio; in die zin was het neoliberalisme al een belangrijke stap richting de kapitalistische dictatuur, die we nu met Trump tot vol wasdom zien komen.

    Een tweede en nauw samenhangende reden waarom de democratie ook in de zelfverklaarde liberale democratieën steeds minder voorstelt, is de graduele verlamming van de vrije, kritische meningsvorming. Democratie veronderstelt immers autonome burgers, die kritisch kunnen nadenken en op basis van objectieve informatie en open onderlinge discussie tot democratische besluiten kunnen komen. Maar aan die basisvoorwaarde van individuele autonomie wordt steeds minder voldaan. 

In de jaren ‘60, met de opkomst van de moderne consumptiemaatschappij, waarschuwde de kritische denker Herbert Marcuse al dat ons bewustzijn steeds meer in de greep zou komen van consumentistische massamedia-propaganda (zoals reclame), met als gevolg dat onze ‘diepste verlangens’ steeds meer “valse verlangens” zouden zijn, geprogrammeerd door het kapitalistisch systeem, om de consumptie op peil te houden. Marcuse was wat dat betreft bijzonder vooruitziend, omdat deze consumentistische indoctrinatie sindsdien alleen maar erger is geworden en nu in de wijdverspreide smartphone-verslaving tot een hoogtepunt komt. Ons leven, zeker bij jongere generaties, speelt zich in toenemende mate af in de digitale wereld van internet, sociale media, memes, games, apps, etc. Een wereld die volledig wordt beheerst door Big Tech, waarvan de superrijke ‘eindbazen’ de nieuwe masters of the universe zijn. Met één druk op de knop kunnen zij de publieke opinie sturen. 

Daarbij gaat het nu niet meer alleen om het creëren van “valse behoeften” ten bate van het consumentisme, maar om keiharde politieke propaganda door middel van trolls, desinformatie, nepnieuws en de politiek-gekleurde algoritmes die onze informatievoorziening beheersen. Zo kan Big Tech in opdracht van de hoogste bieder (lees: de superrijken) verkiezingen sturen – en er zijn genoeg aanwijzingen dat dit nu al op grote schaal gebeurt. De ontaarding van de liberale democratie in een totalitaire kapitalistische dictatuur is daarmee een feit.


      

 





Hartmut Rosa over democratie en religie: Enkele kritische vragen


In 2023 publiceerde de Duitse socioloog en ‘onthaastingsgoeroe’ Hartmut Rosa het pamflet Democratie vraagt om religie. In deze korte tekst, gebaseerd op een lezing voor een bisschoppelijke bijeenkomst in Würzburg, houdt de bekende resonantie-denker een opmerkelijk pleidooi voor het belang van religie in onze laatmoderne en grotendeels geseculariseerde maatschappij. Religie, aldus Rosa, is hét tegengif voor de huidige crisis van de westerse democratie, die volgens hem in een “crisis van de aanspreekbaarheid” verkeert. Door de voortwoekerende individualisering en polarisatie laten we ons niets meer zeggen door de ander, wiens andersheid we alleen nog kunnen ervaren als een existentiële bedreiging voor onze eigen identiteit: “De politiek andersdenkende wordt niet langer gezien als een gesprekspartner met wie men in discussie gaat, maar als een misselijkmakende vijand die het zwijgen moet worden opgelegd.” (Rosa 2023: 44)


Willen we de democratie redden, aldus Rosa, dan moeten we deze crisis van de aanspreekbaarheid overwinnen en wel door, net als de wijze koning Salomo uit het Oude Testament, een “luisterende hart” te ontwikkelen: “Het parool van koning Salomo, ‘Geef mij een luisterend hart’, krijgt zo ook een politieke dimensie. Ik heb altijd volgehouden dat democratie alleen werkt als ieders stem gehoord kan worden. De laatste tijd ben ik er echter steeds meer van overtuigd geraakt dat we daar ook oren bij nodig hebben. Het is niet genoeg dat ik een stem heb die gehoord wordt, ik heb ook oren nodig die de andere stemmen horen. En ik zou nog verder willen gaan en zeggen dat er naast de oren ook een luisterend hart moet zijn, dat anderen hoort en hun wil antwoorden.” (Rosa 2023: 54-55)


Dat Rosa een Bijbels voorbeeld aanhaalt, ter illustratie van het medicijn dat de democratie moet genezen, is geen toeval. Het “luisterend hart” waarmee de “crisis van de aanspreekbaarheid” overwonnen moet worden, is volgens Rosa bij uitstek een religieus vermogen. En in die zin kunnen we de huidige crisis begrijpen als ten diepste een spiritueel probleem (al drukt Rosa zelf zich niet zo uit). Juist het aangesproken worden door het “ganz Andere”, en het zich openstellen daarvoor, zijn wezenlijk voor religie. Daarom, zo betoogt Rosa, kan religie als geen ander bijdragen aan de cultivatie van een “luisterend hart”, zodat we ook in het maatschappelijke leven weer open kunnen staan voor de ander, in al diens prikkelende andersheid. En juist daarom is religie, met name ook in het institutionele verband van kerken, noodzakelijk voor de huidige democratie, waar het brede gemis van een “luisterend hart” zo pijnlijk gevoeld wordt. Rosa is daar opvallend stellig in. Zo claimt hij “dat we ons als samenleving in een ernstige crisis bevinden en dat we zonder twijfel religieuze instellingen, tradities, praktijken, denkstructuren, overtuigingen en riten nodig hebben om er misschien nog uit te komen.” (Rosa 2023: 28, mijn cursivering)


Preken voor eigen parochie? Hoe interessant ik Rosa’s pleidooi voor een democratische herwaardering van religie ook vind, toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat Rosa zich enigszins schuldig maakt aan ‘preken voor eigen parochie’. Niet voor niets is de tekst van Democratie vraagt om religie gebaseerd op een lezing voor een bisschoppelijke bijeenkomst. Maar het is één ding om als Christen (zoals Rosa zichzelf identificeert) een pleidooi te houden voor het belang van religie voor een publiek van Christenen. Het is iets totaal anders om datzelfde pleidooi te houden voor de maatschappij als geheel, waar de ontkerkelijking al decennialang in volle gang is en waar een substantieel deel van de bevolking niet bewust religieus is, of zelfs uitgesproken atheïstisch. Wat heeft het dan voor zin, simpel gezegd, om te wijzen op het democratisch belang van religie? Als zoveel mensen niet in (een) God geloven, kan religie dan überhaupt nog de maatschappelijke rol spelen die Rosa haar toevertrouwt? 


Aan het eind van Democratie vraagt om religie geeft Rosa aan niet geïnteresseerd te zijn in het wel of niet bestaan van (een) God: “Ik houd me niet bezig met de vraag of het redelijk is om te geloven, of er bewijs is voor het bestaan van God, of de Bijbel de wereld verklaart of zelfs Gods woord is, of iets dergelijks.” (Rosa 2023: 75) Voor Rosa gaat het uitsluitend om de “verhouding tot de wereld” die besloten ligt in “religieuze praktijken” zoals bidden, liturgie, religieuze architectuur en muziek etc. – dwz. de houding van het “luisterend hart” dat radicaal openstaat om aangesproken te worden door het “ganz Andere”. Maar, zo kunnen we ons afvragen, veronderstellen deze praktijken niet een levend geloof in God of het goddelijke om ‘effectief’ te zijn? Blijven deze praktijken uiteindelijk niet zinloos en doods zonder werkelijk geloof? We kunnen wel met Pascal zeggen: “Kniel en bid met de lippen, dan komt het geloof vanzelf wel”, zelfs voor de atheïst. Anders gezegd, alleen al door aan religieuze praktijken deel te nemen, of door aanwezig te zijn in een machtige kathedraal, kom je in de juiste stemming. Maar de vraag is: waarom zou de atheïst überhaupt willen knielen en bidden? Waarom zou iemand die niet religieus is, zich overgeven aan religieuze praktijken? Deze vraag laat Rosa onbeantwoord.


Kritische autonomie & religieuze heteronomie

Bovendien kunnen we ons afvragen: heeft Rosa niet een al te geïdealiseerd beeld van religie, met name de geïnstitutionaliseerde religie van kerken en officiële geloofsleren? Het zich laten aanspreken door “der ganz Andere” (zoals de theoloog Karl Barth over God sprak) mag dan wezenlijk zijn voor religie, de radicaal open houding van aanspreekbaarheid door andersheid heeft evengoed vaak ontbroken in de – soms gewelddadige – geschiedenis van geïnstitutionaliseerde religies over heel de wereld. Salomo’s “luisterend hart” dat Rosa in de kerken hoopt terug te vinden, is juist in de kerken al te vaak afwezig geweest – ik denk dat we daarover niet hoeven uit te weiden; de voorbeelden daarvan zijn algemeen bekend. Rosa erkent dit probleem wel, maar gaat er – wat mij betreft – al te gemakkelijk aan voorbij. Zo zegt hij in een recent interview: “Dogma’s, fundamentalismen, en geïnstitutionaliseerde autoriteit kunnen precies het tegengestelde teweegbrengen, en mensen in een modus van kennen en bevelen plaatsen. [...] Daarom denken veel mensen dat religie per se ondemocratisch is. Dat is niet zo.” (Rosa 2024) Maar waarom dat niet zo is, legt hij niet verder uit. 


In Democratie vraagt om religie gaat hij sowieso niet op dit probleem in. Dat is, op z’n zachtst gezegd, een opmerkelijke omissie. Van een socioloog die zich expliciet oriënteert aan de “Kritische Theorie” van de neomarxistische Frankfurter Schule, mag je toch een kritischere houding tegenover religie en kerk verwachten. Het tere punt hierbij is dat juist de kritische houding van de moderne mens – beginnend in de 18de eeuwse Verlichting – op gespannen voet staat met het van bovenaf opgelegde karakter van traditionele religies. De moderne kritische houding is gebaseerd op autonomie: de moderne mens moet zélf nadenken en zélf beslissen wat voor hem waar, juist en waardevol is. Religie daarentegen veronderstelt een fundamentele vorm van heteronomie: de ultieme Waarheid en Waarde worden ons van buitenaf – ja, van Bovenaf – gegeven en “geopenbaard”. De geschiedenis van de moderne maatschappij is voor een groot gedeelte voortgedreven door dit conflict tussen kritische autonomie en religieuze heteronomie, met name wanneer het religieuze ‘van Bovenaf’ verstrengeld raakte met een menselijk ‘van bovenaf’. 


Religie vraagt om democratie

Wat onduidelijk blijft, in ieder geval in Democratie vraagt om religie, is hoe Rosa deze moderne kritische houding en de intrinsieke heteronomie van religie met elkaar wil verzoenen. Dit is een prangende vraag, zeker als het gaat om het door Rosa betoogde belang van religie voor democratie. Immers, naast een “luisterend hart” vereist democratie evenzeer de kritische autonomie van het zelf kunnen nadenken en beslissen. Hoe verhoudt deze kritische houding zich tot de heteronomie van religie? Kunnen die twee wel samengaan? En als je zegt “Democratie vraagt om religie”, moet je dan niet ook het omgekeerde zeggen: “Religie vraagt om democratie”? Moet religie zelf niet eerst verregaand gedemocratiseerd worden, voordat zij de democratie kan helpen om de houding van het luisterend hart terug te winnen? Hoe ziet zo’n gedemocratiseerde religie er dan uit? Is het überhaupt mogelijk om religie te democratiseren? Ook dat zijn vragen waarop we bij Rosa geen antwoord krijgen.


Gebruikte literatuur
– Rosa, Hartmut (2023), Democratie vraagt om religie: Over een bijzondere resonantierelatie. Boom, Amsterdam.

– Rosa, Hartmut (2024), “Interview: Hartmut Rosa, sociology professor”, in Church Times, 21 june 2024.



Anarchy in the NL... Right now!

In het licht van het zoveelste schandaal rond machtsmisbruik – deze keer de tirannie van Matthijs van Nieuwkerk bij De Wereld Draait Door – kunnen we het anarchistische wantrouwen tegenover hiërarchische macht alleen maar hartgrondig beamen. Hierin ligt de blijvende waarde van het anarchisme, voor onze tijd en voor de toekomst! 


De schandalen rond machtsmisbruik stapelen zich inmiddels op: zie de vele schandalen in de nasleep van de MeToo-beweging, in de Katholieke Kerk, de superrijke elite (Jeffrey Epstein, prince Andrew), Hollywood (Harvey Weinstein), televisie (DWDD, The Voice of Holland), de sportwereld, de werkvloer, de jeugdzorg, de danswereld, de Tweede Kamer (Khadija Arib), het Europarlement… Deze schandalen maken keer op keer duidelijk dat het fout gaat als mensen afhankelijk zijn van anderen die machtiger zijn dan zij. Hiërarchische machtsrelaties corrumperen, dat weten we allemaal. 


En daarom, zegt het anarchisme, moet hiërarchische macht altijd worden afgebroken, afgekraakt, bekritiseerd, ondermijnd en uiteindelijk vervangen door 100% horizontale relaties van wederzijdse instemming. Macht, zoals Noam Chomsky uitlegt, moet constant democratisch gecontroleerd en gelegitimeerd worden: “The burden of proof for any exercise of authority is always on the person exercising it – invariably… And if they can’t justify it, it’s illegitimate and should be dismantled. To tell you the truth, I don’t understand anarchism as being much more than that.”


De maatschappij als hiërarchische machtspiramide moet daarom afgeplat worden tot een egalitaire pannenkoekmaatschappij, waar iedereen zoveel als mogelijk op hetzelfde machtsniveau staat, waar elke stem even zwaar telt. En waar dat niet kan, waar afhankelijkheidsrelaties onvermijdelijk zijn (bijvoorbeeld in ouder-kind-relaties en de zorg), daar moeten ingebouwde controles en institutionele mechanismen garanderen dat machtsmisbruik onmogelijk is. Anarchisme gaat dus níet over stenen gooien naar de politie en ‘dat iedereen lekker kan doen waar hij of zij zin in heeft’. Dat is een storende, gemakzuchtige simplificatie. Aldus Noam Chomsky: “Anarchy as a social philosophy has never meant “chaos” – in fact, anarchists have typically believed in a highly organized society, just one that’s organized democratically from below.”


Anarchisme, kortom, gaat in de kern over het zo ver als mogelijk democratiseren van de samenleving. Aldus de onvolprezen Edward Abbey: “Anarchism is democracy taken seriously.”




Poetin, Baudet en de Dreiging van het Fascisme

De maskers van rechts-populistische politici als Trump en Baudet zijn afgevallen. Daarachter zien we het grijnzende gelaat van de Hitler van onze tijd, Vladimir Poetin. Rechts-populistische partijen als Forum voor Democratie blijken verlengstukken te zijn van Poetins al jaren durende poging om het Westen te destabiliseren en onze democratieën te ondermijnen.

 

Natuurlijk is er meer aan de hand: de opkomst van het rechts-extremisme kan niet alleen aan Poetin geweten worden. Het Westen kampt al veel langer met grote interne problemen die racisme en fascisme in de hand werken; hier hoefde Poetin alleen maar tendensen aan te wakkeren die sowieso al aanwezig waren. Maar waar komen deze tendensen vandaan? Hierbij loont het de moeite om goed te kijken naar de parallellen met de opkomst van het fascisme in de jaren ‘30 van de vorige eeuw – een opkomst die uiteindelijk resulteerde in de Tweede Wereldoorlog. Net zoals wij nu op de rand staan van een Derde Wereldoorlog…

 

Terug naar de jaren ‘30

De westerse wereldorde bevindt zich al jaren in een verdiepende crisis, aangedreven door het neoliberale hyperkapitalisme, de almaar groeiende kloof tussen tussen arbeid en kapitaal, tussen rijk en niet-rijk (nog verergerd door de coronapandemie) én de escalerende klimaatcrisis. Nu de gierende inflatie ook haar duit in het zakje doet, kan deze crisis razendsnel ontsporen in een regelrechte economische crash.

In het licht van deze complexe crisis moet de opkomst van het racisme, fascisme en het bijbehorende complot-‘denken’ begrepen worden. De parallellen met de opkomst van het fascisme in de jaren ‘30 van de vorige eeuw zijn opvallend. Net als nu bevond het kapitalisme zich toen in een diepe crisis, de Great Depression, waardoor wereldwijd de armoede en maatschappelijke onvrede enorm toenamen. Het fascisme ontstond als een manier om die onvrede te kanaliseren op zo’n manier dat het kapitalistische systeem daardoor niet geraakt werd, namelijk door de onvrede te projecteren op fictieve oorzaken, zoals in de nazi-mythe van het Joodse complot.

De huidige complottheorieën hebben precies dezelfde functie: ze projecteren de maatschappelijke onvrede op fictieve oorzaken, zoals ‘de satanistische pedofielen’ van ‘de mondiale linkse elite’ die met de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties een totalitair systeem à la China willen vestigen, de zogenaamde “Great Reset” – een complottheorie die zo gestoord is dat het weinig zin heeft om er inhoudelijk op in te gaan.

Binnen het extreemrechtse complot-‘denken’ blijft de échte oorzaak van de crisis, het disfunctioneren van het neoliberale kapitalisme, buiten schot. Ook de racistische afleidingsmanoeuvre, die de oorzaak van de crisis bij ‘de buitenlanders’ legt, hoort bij deze extreemrechtse strategie.

Complottheorieën als QAnon of de Great Reset klinken misschien radicaal, maar ze vormen totaal geen bedreiging voor de kapitalistische machtsverhoudingen die de échte wortel van de crisis vormen. Daarom worden complottheorieën ook verspreid en daarom zijn ze ook zo populair. Ze zijn een gemakzuchtige manier om de onvrede te kanaliseren zonder het systeem daadwerkelijk te hoeven veranderen. 

Door juist ‘linkse’ politici tot doelwit van deze complottheorieën te maken, beschermt het kapitalisme zich des te beter tegen linkse hervormingen – hervormingen die juist nu in tijden van economische crisis keihard nodig zijn. Niet voor niets was ook het fascisme uit de jaren ‘30 rabiaat anti-socialistisch. 

En net als toen hebben ook nu de complottheorieën een uitgesproken antisemitisch karakter, bijvoorbeeld als ze zich richten op de Joodse miljardair George Soros. De nazi-mythe van het Joodse complot leeft voort in het huidige complot-‘denken’. En zoals altijd gaat ook nu de opkomst van het fascisme gepaard met geweld, haat en discriminatie, zoals vreemdelingenhaat, antisemitisme, vrouwenhaat en LHBTI-haat. Oproepen tot geweld (“Er komen tribunalen”), verbale intimidaties en doodsbedreigingen door misleidde of gestoorde volgelingen van Baudet en Willem Engel zijn aan de orde van de dag.

 

Poetin als ‘Sterke Leider’ 

Fascisme is van nature anti-democratisch. Het gaat uit van de cultus van de ‘Sterke Leider’ en heeft geen vertrouwen in de democratie als hét middel tot collectieve probleemoplossing. In dat kader moet de bizarre verering voor Poetin begrepen worden door figuren als Trump, Nigel Farage, Marine le Pen en Baudet, die zelfs een beetje verliefd op Poetin lijkt te zijn en deze gruwelijke massamoordenaar een “viriele vent” noemt. Rechts-populistische politici zien in Poetin de grote, sterke, witte, masculiene leider en daadkrachtige uitdager van de in hun ogen ‘slappe’ en ‘verwijfde’ westerse democratie. Ook Geert Wilders heeft in het verleden gedweept met Poetin en heeft zich tijdens een bezoek aan Rusland een vriendschapsspeldje op laten spelden, terwijl het MH17-proces in volle gang was…

Deze giftige liefde kwam van beide kanten: zoals Trump, Farage, Le Pen, Baudet en Wilders een fascistische bewondering koesteren voor Poetin als Sterke Leider, zo houdt Poetin op zijn beurt van de rechts-populistische politici in het Westen. Zeer zeker niet uit bewondering, maar puur uit strategisch eigenbelang: figuren als Trump en Baudet zijn de “bruikbare idioten” die Poetin inzet om het Westen van binnenuit te verzwakken. Waarom? Heel eenvoudig: de westerse democratie is levensgevaarlijk voor de dictator Poetin.

 

Aanval op de democratie 

Poetin is er alles aan gelegen om chaos te zaaien in westerse landen, om zo het ideaal van de westerse democratie onderuit te halen. Daarom draait hij de gaskraan naar het Westen steeds verder dicht en drukt hij overal waar hij maar kan de democratie hardhandig de kop in. Zoals twee jaar geleden in Wit-Rusland, waar collega-dictator Loekasjenko met behulp van Poetin de democratische protesten tegen zijn regime met bruut geweld heeft neergeslagen. 

Voor elke dictator is democratie immers de grootste vijand. Mede daarom is Poetin Oekraïne binnengevallen: Oekraïne was en is gelukkig nog steeds een ontluikende democratie en vormt daarmee een ‘groot gevaar’ voor buurland Rusland. Want stel je voor dat de Russen geïnspireerd zouden raken door het Oekraïense voorbeeld?! Dat kon Poetin echt niet laten gebeuren.

Maar het gaat Poetin niet alleen om het onderuit halen van het westerse ideaal van democratie; het gaat hem ook om het regelrecht verzwakken van het Westen. Een intern verdeeld Westen staat immers minder in de weg van Poetins imperialistische ambities, zijn gedroomde herstel van het ‘Grote Russische Rijk’ ten tijde van de Tsaren en de Sovjet-Unie. Dáárom voelt Poetin zich bedreigd door de NAVO, niet omdat de NAVO een bedreiging zou vormen voor Rusland zelf (want dat is niet zo), maar omdat de NAVO als enige een stokje kan steken voor Poetins imperialistische uitbreidingsplannen. Loekasjenko heeft al eerder dit jaar laten doorschemeren, waarschijnlijk per ongeluk, dat ook Moldavië op het menu van Poetin staat. En ook Georgië en de Baltische staten vrezen zeer terecht een Russische inval.

Vandaar Poetins niet aflatende poging om tweedeling en verwarring te zaaien in het Westen door het online verspreiden van nepnieuws en complottheorieën via Russische trollen en bots. En deze campagne tegen de westerse democratie nam óók de vorm aan van financiële steun aan rechts-populistische politici zoals Nigel Farage, Marine le Pen en Baudet. Van Farage en Le Pen is bekend dat ze geld vanuit Russische hoek hebben ontvangen. De Brexit, waardoor de EU en het VK tegen elkaar zijn uitgespeeld, is mede door Russisch geld mogelijk gemaakt.

Ook Baudet lijkt Russisch geld aangenomen te hebben. Het heeft er alle schijn van dat hij in de aanloop naar het Oekraïne-referendum van 2016 nauw samenwerkte met een aan het Kremlin verbonden Rus. In appberichten, die door Zembla en De Nieuws BV naar buiten zijn gebracht, verwijst Baudet naar betalingen van deze man, die hij omschrijft als “een Rus die werkt voor Poetin”. Volgens lolbroek Baudet waren deze berichten bedoeld als “grapjes”, maar voormalig FvD-bestuurslid Henk Otten zag destijds de humor er niet van in en waarschuwde Baudet meermaals voor Russische invloeden.

 

Inmenging in Amerikaanse verkiezingen 

Poetins campagne om het Westen te destabiliseren door middel van online nepnieuws en complottheorieën bereikte een hoogtepunt tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 en 2020. De Mueller-commissie, die in opdracht van de Amerikaanse Senaat onderzoek deed naar mogelijke illegale samenwerking tussen Trump en de Russen, vond uiteindelijk geen bewijs voor samenwerking maar wel voor Russische inmenging in de verkiezingen van 2016 “in sweeping and systematic fashion”.

Poetin zag heel duidelijk dat Trump een splijtzwam zou zijn in de westerse democratieën en dat het daarom lonend was om Trump te steunen. Dit gebeurde bijvoorbeeld door het lekken van gehackte informatie, zoals de gestolen emails van Hillary Clintons campagne-team. Ook het verspreiden van de QAnon-complottheorie – waarin Trump een messiaanse rol krijgt toebedeeld in het ontmaskeren van de linkse, satanistische ‘deep state’ – speelde een grote rol in de Russische desinformatie-campagne, zoals bleek uit onderzoek door persbureau Reuters. Ook tijdens de Amerikaanse verkiezingen van 2020 hebben de Russen een desinformatie-campagne gevoerd met als doel het beschadigen van Biden.

Dat Trump uiteindelijk op de proppen kwam met zijn Grote Leugen over verkiezingsfraude door de Democraten ‒ een leugen die culmineerde in de gewelddadige bestorming van het Capitool door Trump-aanhangers ‒ moet Poetin als muziek in de oren hebben geklonken. Zijn doel was om de Amerikaanse democratie te destabiliseren middels een online desinformatie-campagne; dat Trump uiteindelijk zelf probeerde om die democratie middels een coup om zeep te helpen was meer dan Poetin ooit had kunnen dromen.

 

Fascisme: een tikkende tijdbom 

Poetins aanval op Oekraïne heeft alles op scherp gezet. Het is een demasqué: de maskers van rechts-populistische politici als Trump en Baudet zijn definitief afgevallen. En achter die maskers zien we het grijnzende gelaat van de Hitler van onze tijd, Vladimir Poetin. Zijn imperialistische, moorddadige, terroristische dictatuur is het summum van fascisme. En de rechts-populistische politici in het Westen zijn zijn werktuigen, al dan niet met financiële steun vanuit Rusland. Als we hier niet tegen opstaan, dan blijft het gif van fascisme voortwoekeren en onze democratische rechtsstaat ondermijnen.

De toekomst is wat dat betreft weinig rooskleurig. We weten van de jaren ‘30 dat economische crisis altijd een vruchtbare voedingsbodem is voor vreemdelingenhaat en het fascistische verlangen naar een Sterke Leider. En die economische crisis zit er duidelijk aan te komen. De wereldwijde schuldenberg – een “tikkende tijdbom” volgens professor Jan Rotmans – is inmiddels tot recordhoogte gestegen. Het wachten is op het moment dat door de almaar stijgende inflatie de eerste particulieren, bedrijven en landen niet meer aan hun schulden kunnen voldoen, met een kettingreactie van faillisementen en staatsbankroeten tot gevolg. Italië en zelfs Groot-Brittannië staan al economisch op omvallen.

Nout Wellink, de oud-president van De Nederlandsche Bank, sprak zich recent in zeer alarmerende bewoording uit over de historisch hoge schuldenlast in combinatie met de huidige inflatie: “Als je het stro klaar legt en de benzine eroverheen giet, dan gebeurt er niks. Tot er een lucifer bij gehouden wordt.” Poetins oorlog tegen Oekraïne en de daardoor veroorzaakte energiecrisis zouden best wel eens die lucifer – of vlammenwerper – kunnen zijn.

Het is nu al zo dat vluchtelingen aan de grenzen van Europa met steeds meer geweld worden behandeld. De vluchtelingen uit Oekraïne werden tot voor kort nog met open armen in Europa ontvangen. Maar hoe lang zal onze solidariteit met vluchtelingen nog duren als de economische malaise echt toeslaat? En wat als deze vluchtelingen geen witte Europeanen zijn, zoals de Oekraïners, maar mensen met een andere etnische achtergrond? Dan kan de vreemdelingenhaat ineens heel hard om zich heen slaan. De opvangcrisis in Ter Apel heeft al laten zien dat onze solidariteit vrij beperkt is, zeker als gaat om vluchtelingen met een kleurtje. Wees daarom waakzaam! Laten we onze medemenselijkheid streng bewaken en geef fascisme en racisme geen kans! Dit is een herschreven versie van een artikel dat eerder verscheen bij Joop, 10-2-2022.









Politici, maak het kapitalisme bespreekbaar!

Verschenen in: Joop BNNVARA, 2-2-2022


“Het is makkelijker om zich het einde van de wereld voor te stellen dan het einde van het kapitalisme”, aldus de filosoof Fredric Jameson, doelend op de populariteit van apocalyptische rampenfilms. Toch is nadenken over een alternatief voor het neoliberale kapitalisme precies wat we moeten doen, willen we een ramp voor onze wereld afwenden.


Het wordt steeds duidelijker dat ons economisch systeem, met z’n eenzijdige focus op constante groei en winstmaximalisatie voor de allerrijksten, een acute bedreiging vormt – niet alleen voor de armen der aarde en niet alleen voor het klimaat en de ecosystemen van onze planeet, maar ook voor de democratie. Het nachtmerriescenario van mondiale ecologische ineenstorting in combinatie met autoritair, ondemocratisch kapitalisme komt steeds dichterbij.


Democratie onder druk
Ondanks de belofte van het “naar beneden druppelen” van rijkdom (“trickle down economics”) heeft het neoliberalisme alleen maar tot grotere ongelijkheden tussen rijk en niet-rijk heeft geleid. Daardoor staat de democratie nu wereldwijd zwaar onder druk. Zoals de internationale Edelman Trust Barometer al jaren laat zien, neemt het algemene vertrouwen in de democratie af naarmate de ongelijkheid tussen rijk en niet-rijk groeit: mensen zien dat vooral de rijke elite profiteert van het economische systeem en voelen zich buitenspel gezet. 


En dat gevoel is terecht. Het is naïef om te denken dat de politiek ongevoelig is voor de macht van het grote geld. Naarmate de rijken en de multinationals rijker worden kunnen zij ook meer investeren in lobby’s die hún belangen promoten bij politici. Ook giften aan politieke partijen spelen daarbij een rol, met name in de Verenigde Staten.


Aan deze ondermijning van de democratie is de laatste jaren nog een nieuw en bijzonder verontrustend aspect toegevoegd: de groeiende invloed van Big Tech en de sociale media. Bij uitstek relevant hier is de uitspraak van Hannah Arendt: “Het ideale subject van het totalitaire bewind is niet de overtuigde nazi of de overtuigde communist, maar mensen voor wie het onderscheid tussen feit en fictie (d.w.z. de realiteit van de ervaring) en het onderscheid tussen waar en onwaar (d.w.z. de denknormen) niet meer bestaan.” 


Want dat is precies wat de sociale media doen: ze eroderen het verschil tussen feit en fictie, tussen waar en onwaar. Zo wordt de democratie ondermijnd door bedrijven als Facebook en Twitter waarvan de algoritmes informatiebubbels creëren en extreem-rechtse complottheorieën bevoordelen, simpelweg omdat dit hun winsten vergroot. Alle desinformatie en complottheorieën rond covid-19 spreken wat dit betreft boekdelen. 


Hoe slecht dit is voor de democratie zien we in de VS, waar 58 procent van de Republikeinse kiezers nog steeds gelooft in de ‘Big Lie’, de inmiddels al talloze keren weerlegde complottheorie dat Biden de verkiezingen van Trump gestolen zou hebben. Niet alleen ondermijnt dit het vertrouwen in de democratie, de ‘Big Lie’ legitimeert de rechtstreekse aanval van de Trumpianen op de Amerikaanse democratie, een aanval die fysieke vorm aannam met de bestorming van het Capitool op 6 januari 2020 en die nu nog steeds in subtielere vormen gaande is. 


Dreigende ecologische ineenstorting
Deze uitholling van de democratie is des te rampzaliger omdat we juist nu breed gedragen en dus democratisch genomen maatregelen nodig hebben om een ecologische apocalyps af te wenden. Ondanks alle klimaatafspraken blijft de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen stijgen, zodat we aankijken tegen een mondiale opwarming van 3℃ in het jaar 2100 en mogelijk nog hoger. 


Dit is een werkelijk rampzalig scenario dat bol staat van dodelijke hittegolven, bosbranden, verwoestijning, hongersnoden, verzurende oceanen, extreme stormen en massale overstromingen door bizarre regenval en een stijgende zeespiegel, met als gevolg naar schatting twee miljard klimaatvluchtelingen. Door deze mondiale opwarming zal zo’n 30 tot 50 procent van de diersoorten uitsterven. 


En dan hebben we het nog niet eens over de bredere ecologische crisis door de voortschrijdende vernietiging van de natuur door milieuvervuiling, ontbossing voor veeteelt, overbevissing, bodemuitputting door agrarische monoculturen, massale insectensterfte door overbemesting en landbouwgif, en steeds agressievere vormen van olie- en gaswinning en andere mijnbouw. Als we doorgaan op de huidige weg, dan zullen de oceanen in 2050 meer plastic dan vis bevatten, om maar iets te noemen.


De mondiale opwarming en de bredere aantasting van de natuur worden veroorzaakt door economische activiteiten die uiteindelijk in het teken staan van kapitalistische winstmaximalisatie voor de rijken der aarde. Een kapitalistische economie moet jaar na jaar exponentieel groeien, maar eindeloze economische groei – met de bijbehorende groei in energie- en grondstoffenverbruik – is simpelweg onhoudbaar op een eindige planeet. Willen we een ecologische ineenstorting vermijden, dan zullen we het kapitalisme drastisch moeten beteugelen. 


Des te meer omdat het juist de extreme welvaart van de elite is die het zwaarste drukt op de ecologische stabiliteit van onze planeet. Dan gaat het niet alleen om luxe-consumptie: zo stoot de rijkste 1 procent 30 keer zoveel CO₂ uit als de armste 50 procent van de wereldbevolking. Dan gaat het ook om de extra economische activiteit die nodig is om de welvaart van de rijken in stand te houden: de rijkste 1 procent harkt jaarlijks ongeveer een kwart binnen van het mondiale BNP. Dat betekent, aangezien alle economische activiteit in meer of mindere mate gepaard gaat met uitstoot van broeikasgassen en grondstoffenverbruik, dat de rijkste 1 procent veel zwaarder drukt op de leefbaarheid van onze planeet dan de rest van de mensheid.


Een explosieve cocktail
Het grote gevaar is dat de ecologische crisis en de crisis van de democratie elkaar gaan versterken. Door de klimaatverandering en bredere ecologische crisis zullen de winsten van de grote multinationals steeds meer onder druk komen te staan. De aarde raakt, simpel gezegd, uitgeput en kan daardoor steeds minder makkelijk geëxploiteerd worden. Grondstoffen- en voedselprijzen zullen stijgen, net als de transportkosten door steeds extremer weer. Investeerders zullen door publieke druk hun investeringen in de zeer winstgevende fossiele brandstof-industrie terug moeten trekken. De kosten voor de groene energie-transitie zullen stijgen, kosten die deels door het kapitaal gedragen zullen moeten worden. 


Er dreigt, kortom, een accumulatie-crisis waarbij de eerste levensbehoefte van het kapitaal, namelijk constante groei, gedwarsboomd wordt door de ontwrichtende gevolgen van de ecologische crisis. Het gevaar is dan levensgroot dat de nu al aanwezige autoritaire kanten van het kapitalisme verder gaan overheersen. Om hun winsten veilig te stellen zal het voor de kapitalistische klasse erg verleidelijk worden om de maatschappij op ondemocratische wijze naar haar hand te zetten, om zo de kosten van de ecologische crisis op de samenleving af te kunnen wentelen.  


Maak het kapitalisme bespreekbaar!
Willen we het nachtmerriescenario van ecologische ineenstorting in combinatie met ondemocratisch kapitalisme vermijden, dan moeten we nú serieus gaan nadenken over alternatieven voor ons economische systeem. Te lang is het kapitalisme geaccepteerd als “the only game in town”, als ware het een natuurgegeven dat net zo min aangepast kan worden als de zwaartekracht of de lichtsnelheid. 


Toen Nancy Pelosi, de Democratische voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, geconfronteerd werd met een lastige vraag over het economisch bestel van de VS, wist ze niks beter te zeggen dan: “Wij zijn kapitalisten, zo is het nu eenmaal…” Maar dat antwoord – “zo is het nu eenmaal” – klinkt steeds irrationeler in het licht van de crises die ons bedreigen. Het kapitalisme is geen natuurwet. Het is in de loop van de geschiedenis door menselijk handelen ontstaan en kan dus ook door menselijk handelen veranderd worden. 


In tegenstelling tot wat veel rechtse propagandisten beweren is communisme zeker niet het enige alternatief voor neoliberaal kapitalisme. Keynesianisme, het Rijnlandse model, steady-state economie, markt-socialisme, corpo-syndicalisme – er zijn genoeg redelijke alternatieven denkbaar. Maar dan moeten we het daar wél over durven hebben. Een breed maatschappelijk debat over nut, noodzaak en mogelijkheid van een post-kapitalistisch alternatief is nu van het allergrootste belang. De toekomst van de menselijke beschaving op aarde hangt ervan af.