Showing posts with label Rusland. Show all posts
Showing posts with label Rusland. Show all posts

Kapitalisme, dictatuur en imperialisme – deel 1

Het imperialisme is de politieke uitdrukking van het accumulatieproces van het kapitaal in zijn concurrentiestrijd om de restanten van het nog niet in beslag genomen niet-kapitalistische wereldmilieu. (Rosa Luxemburg)

Met de recente geopolitieke ontwikkelingen – Ruslands invasie van Oekraïne, China’s steeds agressievere claim op Taiwan en Amerika’s militaire interventie in Venezuela en dreigende taal richting Groenland – heeft het oude begrip “imperialisme” een nieuwe relevantie gekregen. Het is inmiddels overduidelijk dat autoritaire grootmachten bezig zijn onderling de wereld te verdelen in ‘invloedssferen’. Wat de democratische wil is van de bewoners van deze ‘achtertuinen’ doet niet ter zake; alles draait om de Realpolitik van de machtscentra.

Met name in het marxistische denken ten tijde van de Eerste Wereldoorlog heeft het begrip “imperialisme” een belangrijke rol gespeeld, met Rosa Luxemburg en Lenin als belangrijkste theoretici. Dat juist in die tijd het marxistische denken over imperialisme een hoge vlucht nam, is begrijpelijk: de Eerste Wereldoorlog was grotendeels het resultaat van de botsende belangen van de westerse koloniale grootmachten, die onderling de wereld hadden verdeeld. Toen er niets meer te verdelen viel, moesten ze onderling wel in conflict komen. 

Wat marxistische theoretici als Luxemburg en Lenin daarbij lieten zien was dat dergelijke imperialistische conflicten noodzakelijk volgden uit de aard van het kapitalisme zelf: het kapitalisme is wezenlijk gericht op kapitaal-accumulatie en dus economische groei, en heeft daarom altijd nieuwe afzetmarkten, nieuwe reservelegers van goedkope arbeid en nieuwe grondstoffenbronnen nodig. Deze inherente “expansionistische logica” van het kapitalisme leidt vanzelf tot imperialisme: de kapitalistische elites van de verschillende landen hebben er alle belang bij dat hún regeringen alles in het werk stellen om die kapitalistische expansie mogelijk te maken – door het openen van nieuwe overzeese afzetmarkten (desnoods met geweld, zoals de Britten destijds met kanonnen de Chinese markt hebben geopend voor Indiase opium) en door de verovering van nieuwe kolonies met goedkope arbeidskrachten en rijke grondstoffen-bronnen.

Dat het juist nu van belang is om deze marxistische analyses van het kapitalistisch imperialisme af te stoffen en opnieuw tot ons te nemen, volgt uit het onloochenbare feit dat ook het huidige imperialisme van de grootmachten Amerika, China en Rusland een typisch kapitalistisch imperialisme is. Al deze landen zijn immers kapitalistisch of staatskapitalistisch: in Rusland is het Sovjet-communisme immers allang ingestort en ook “Volksrepubliek” China is alleen nog in naam “communistisch”. Vanaf 1979, onder leiding van Deng Xiaoping, heeft communistisch China zich gradueel opengesteld voor kapitalistische marktwerking en investeringen, met als gevolg dat China nu dé goedkope werkplaats is voor het geglobaliseerde kapitalisme.

Met andere woorden: de geopolitieke rivaliteit tussen de VS, China en Rusland is geen ideologisch conflict meer, zoals tijdens de Koude Oorlog (kapitalisme vs. communisme). Het is een puur intra-kapitalistische rivaliteit, dwz. tussen verschillende, natie-gebonden kapitalistische elites: Russische oligarchen, de machthebbers van het Chinese staatskapitalisme en de Amerikaanse grootkapitalisten – zíj zijn de werkelijke krachten achter de huidige imperialistische wedloop om geopolitieke macht. Het huidige imperialisme is slechts kapitalistische concurrentie op mondiaal niveau.

Uiteraard proberen de desbetreffende kapitalistische elites ons anders te doen geloven: zij proberen uit alle macht hun respectievelijke bevolkingen ervan te overtuigen dat het wel degelijk gaat om een ideologisch (en dus gerechtvaardigd) conflict tussen het Westen en de BRICS-landen, namelijk tussen democratie en dictatuur (vanuit het ‘vrije Westen’ gezien) of tussen westerse ontaarde decadentie en oosters traditionalisme (zie bijvoorbeeld Ruslands retoriek over “Gayropa”). Ook het rechtspopulisme en neofascisme proberen hier een legitiem conflict te zien, een raciaal-cultureel conflict tussen verschillende etnische identiteiten, zoals de superieure beschaving van het ‘blanke Westen’ dat bedreigd wordt door inferieure, gekleurde, niet-westerse immigranten, etc.

Voor socialisten is het hierbij van het allergrootste belang om deze nationalistische en cultureel-racistische praatjes te ontmaskeren voor wat zij zijn, namelijk cynische verdeel-en-heersstrategieën, waarmee de verschillende nationale kapitalistische machtsblokken proberen om hun bevolkingen aan zich te binden en te mobiliseren in de imperialistische strijd tegen andere landen en andere volkeren.

Dat het geopolitieke conflict tussen de grootmachten geen politiek-ideologisch conflict is, wordt met name duidelijk ten aanzien van het thema “democratie”. Met name liberale politici mogen de geopolitieke machtsstrijd tussen het Westen en de BRICS-landen graag framen als een strijd tussen democratie en autocratie. Maar het is duidelijk dat die vlieger steeds minder opgaat, nu ook in het Westen door de opkomst van het rechtspopulisme en neofascisme – zie Trump in de VS – de democratie steeds verder onder druk staat. Waar de Amerikaanse pogingen tot regime change in Afghanistan en Irak destijds nog met een universalistisch beroep op democratie en mensenrechten werden gerechtvaardigd, daar neemt Trump nu niet eens meer de moeite om zijn militaire interventie in Venezuela te framen als een nobele poging om de Venezolaanse democratie en rechtsstaat te herstellen; hij is bereid samen te werken met het repressieve Venezolaanse staatsapparaat, vertegenwoordigd door vicepresident Delcy Rodríguez, zolang Amerika maar controle krijgt over de Venezolaanse olievoorraden. De Venezolaanse oppositie, die zoveel had verwacht van Trumps interventie – herstel van de democratie, vrijlating van de politieke gevangenen –, blijft gedesillusioneerd achter. Het particuliere eigenbelang van Trumps machtsstreven prevaleert open en bloot, zonder schaamte.

Kortom, de huidige geopolitieke rivaliteit tussen de grootmachten is geen conflict meer tussen liberale democratie en illiberale autocratie. Het is, zoals gezegd, slechts een uit de hand gelopen economisch conflict tussen verschillende machtsblokken binnen één-en-hetzelfde wereldwijde kapitalisme. Een kapitalisme dat in toenemende mate ondemocratisch is. 

Dat heeft overigens niet alleen te maken met de – zorgwekkende – opkomst van het rechtspopulisme en neofascisme in heel de westerse wereld (en in Rusland met Poetin, die ideologisch nauw aan Trump verwant is). Deze ondemocratische tendens in het kapitalisme gaat veel verder terug in de tijd. Zo is de politiek al sinds de neoliberale globalisering rond 1990 steeds technocratischer geworden, in die zin dat landen zich in toenemende mate moesten voegen naar de dictatoriale ‘eisen van de wereldmarkt’. Politieke keuzes, zoals het wegbezuinigen van de verzorgingsstaat of het verwateren van milieuregels, waren puur door economische redenen ingegeven; te hoge belastingen voor het kapitaal en te strenge milieuregels zouden immers de internationale concurrentiepositie van ‘BV Nederland’ aantasten. Democratische besluitvorming werd ondergeschikt gemaakt aan economische ratio; in die zin was het neoliberalisme al een belangrijke stap richting de kapitalistische dictatuur, die we nu met Trump tot vol wasdom zien komen.

    Een tweede en nauw samenhangende reden waarom de democratie ook in de zelfverklaarde liberale democratieën steeds minder voorstelt, is de graduele verlamming van de vrije, kritische meningsvorming. Democratie veronderstelt immers autonome burgers, die kritisch kunnen nadenken en op basis van objectieve informatie en open onderlinge discussie tot democratische besluiten kunnen komen. Maar aan die basisvoorwaarde van individuele autonomie wordt steeds minder voldaan. 

In de jaren ‘60, met de opkomst van de moderne consumptiemaatschappij, waarschuwde de kritische denker Herbert Marcuse al dat ons bewustzijn steeds meer in de greep zou komen van consumentistische massamedia-propaganda (zoals reclame), met als gevolg dat onze ‘diepste verlangens’ steeds meer “valse verlangens” zouden zijn, geprogrammeerd door het kapitalistisch systeem, om de consumptie op peil te houden. Marcuse was wat dat betreft bijzonder vooruitziend, omdat deze consumentistische indoctrinatie sindsdien alleen maar erger is geworden en nu in de wijdverspreide smartphone-verslaving tot een hoogtepunt komt. Ons leven, zeker bij jongere generaties, speelt zich in toenemende mate af in de digitale wereld van internet, sociale media, memes, games, apps, etc. Een wereld die volledig wordt beheerst door Big Tech, waarvan de superrijke ‘eindbazen’ de nieuwe masters of the universe zijn. Met één druk op de knop kunnen zij de publieke opinie sturen. 

Daarbij gaat het nu niet meer alleen om het creëren van “valse behoeften” ten bate van het consumentisme, maar om keiharde politieke propaganda door middel van trolls, desinformatie, nepnieuws en de politiek-gekleurde algoritmes die onze informatievoorziening beheersen. Zo kan Big Tech in opdracht van de hoogste bieder (lees: de superrijken) verkiezingen sturen – en er zijn genoeg aanwijzingen dat dit nu al op grote schaal gebeurt. De ontaarding van de liberale democratie in een totalitaire kapitalistische dictatuur is daarmee een feit.


      

 





'Associatieverdrag met Oekraïne vergroot de kans op conflicten': Interview met emeritus hoogleraar Kees van der Pijl

Kees van der Pijl is politicoloog en emeritus hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Sussex. Dit interview werd afgenomen door Peter Sas en Hans van Heijningen en verscheen eerder in Spanning van februari 2016.


Voor Oekraïne zal het Associatieverdrag met de EU weinig opleveren, zegt emeritus hoogleraar Kees van der Pijl. Zeker niet in de context van oplopende internationale spanningen: ‘In Amerika zijn neoconservatieve groepen die aansturen op regime change in Moskou en daarvoor een grote oorlog in Europa willen riskeren.’

Kees van der Pijl is emeritus hoogleraar Internationale Betrekkingen, aan de Universiteit van Sussex. Hij staat bekend om zijn kritische analyses van het wereldwijde kapitalisme en publiceerde daarover diverse boeken, waaronder recentelijk de trilogie Modes of Foreign Relations and Political Economy (2007, 2010, 2014). Kees van der Pijl is tevens een van de initiatiefnemers van het comité Oorlog is geen Oplossing, dat zich actief uitspreekt tegen het Associatieverdrag met Oekraïne. Wij spraken met hem over de gevaren van dat verdrag: de desastreuze economische gevolgen voor Oekraïne en de oplopende spanningen tussen Rusland en het Westen. 

U heeft zeven andere professoren van verschillende universiteiten in binnen- en buitenland bereid gevonden om lid te worden van een comité dat zich inzet voor een NEE tegen het Associatieverdrag. Hoe is dat initiatief tot stand gekomen?

‘Het is eigenlijk een initiatief van het comité Oorlog is geen oplossing.nl dat in 2012 in Twente is opgericht naar aanleiding van de plaatsing van Nederlandse patriot-raketten in Turkije. We hebben toen een picketline voor het ministerie van Defensie georganiseerd. Dat initiatief is vervolgens uitgegroeid tot een nationaal comité Oorlog is geen Oplossing. Aangezien onze inzet is dat Nederland zich distantieert van de oorlogspolitiek van Amerika en de NAVO, ligt het voor de hand dat wij ons ook uitspreken tegen het Associatieverdrag met Oekraïne. Want dit verdrag voert de spanningen op tussen Rusland en het Westen. Met het oog op het komende referendum hebben wij daarom besloten om een Nee-campagne te gaan voeren en daarvoor subsidie aan te vragen bij de Referendumcommissie. Wij hebben 49 duizend euro aangevraagd, waarmee we een krant, filmpjes en optredens van sprekers kunnen financieren. Zo’n aanvraag moet echter gedaan worden door een stichting die geregistreerd is en een bankrekening heeft. Dat is de reden dat we het Centrum voor Geopolitiek hebben opgericht. Ik stelde toen voor om daar ook een Raad van Advies met een academische uitstraling voor op te zetten, om onze campagne meer gewicht te geven. Dat is de reden waarom we daar een aantal professoren voor gevraagd hebben.’

Je zegt dat het Associatieverdrag met Oekraïne het risico van een oorlog tussen Rusland en het Westen vergroot. Wat is daarvoor de reden?

 ‘Ik vrees inderdaad dat de burgeroorlog in Oekraïne door het Associatieverdrag verder zal escaleren en zal uitmonden in een geweldsspiraal waarin Rusland en de NAVO kunnen worden meegezogen. Een aantal factoren speelt hierin een rol. Ten eerste heeft Rusland al meerdere malen gewaarschuwd het oprukken van de EU en de NAVO tot aan Ruslands grenzen niet verder te zullen tolereren. Begin 2008, tijdens de veiligheidsconferentie in München, heeft Poetin dit in een redevoering expliciet uitgesproken. Bovendien heeft Poetin in het verleden al bewezen dat hij concrete acties niet schuwt om de belangen van Rusland te verdedigen. Het referendum op de Krim en de incorporatie van de Krim in de Russische Federatie waren daar duidelijke voorbeelden van, net als de wapenleveranties van Rusland aan de Oost-Oekraïense rebellen. Maar denk ook aan het militaire conflict tussen Rusland en Georgië in 2008. Toen de westers georiënteerde president van Georgië, Michail Saakasjvili, Zuid-Ossetië wilde heroveren, heeft Poetin meteen keihard teruggeslagen en het Georgische leger in de pan gehakt. Dat conflict maakte duidelijk hoe Poetin daar in stond: dit is de lijn, tot hier en niet verder. En dat was alleen nog maar Georgië. Oekraïne is vele malen belangrijker voor Rusland. Oekraïne kent een aantal moderne industriële bedrijven, vooral in de defensiesector. Het is dan ook naïef om te denken dat Poetin werkeloos gaat toezien hoe Oekraïne in de invloedssfeer van het Westen wordt gebracht.’

Wat zijn dan de belangen van Rusland in Oekraïne?

Oekraïne speelt een zeer belangrijke rol in het militair-industriële complex van Rusland. Cruciale onderdelen van het Russische leger worden in Oekraïne gefabriceerd. Denk bijvoorbeeld aan de Antonov-vliegtuigen, bij Kiev. Maar ook de motoren voor helikopters, voor duikboten, voor marineschepen – die worden allemaal voor Rusland in Oekraïne gemaakt. Het persoonlijke vliegtuig van Poetin is in Oekraïne gemaakt. De Russische SS-18, een zeer grote en zware kruisraket, wordt onderhouden door de Oekraïense Joesjmasj-fabriek. Ook voor gevechtshelikopters, is de Russische krijgsmacht afhankelijk van Oekraïne. Dat zijn allemaal vitale connecties voor Rusland. Als het Associatieverdrag met Oekraïne doorgaat, worden die connecties afgesneden. Dat zou een ramp betekenen voor het Russische leger, omdat er dan snel onderhouds- en andere problemen zullen opduiken, waar Moskou jaren voor nodig zal hebben om ze te boven te komen. Dat proces is nu al gaande. Zo is een paar weken geleden de Antonov-fabriek, waar de grootste vliegtuigen ter wereld worden gebouwd, losgekoppeld van zijn joint-venturepartner in Rusland. Ik denk dat dat alles te maken heeft met pogingen van het Westen en van anti-Russische oligarchen in Oekraïne om het industriële erfgoed van het land in eigen beheer te houden, dus uit de Russische invloedssfeer te trekken. Poetin laat dat zeker niet zonder slag of stoot gebeuren. Niet dat ik denk dat Poetin staat te trappelen om militair in te grijpen in Oekraïne. Rusland wil vooral dat Oekraïne niet verder wegzinkt in de misère, want dat raakt Rusland direct. Rusland wil geen buurland waar het van kwaad tot erger gaat. De Russen willen de conflicten met het Westen zeker niet op de spits drijven en zullen in de eerste plaats kiezen voor diplomatieke oplossingen. Vanuit mijn optiek zijn het vooral de Amerikanen die het conflict in Oekraïne op spits drijven.’

Is Amerika uit op oorlog met Rusland?

‘Niet alle Amerikanen natuurlijk, en ook niet alle Amerikaanse politici. Maar we moeten wel beseffen dat er in de Amerikaanse elite neoconservatieve groepen actief zijn die aansturen op regime change in Moskou en bereid zijn om daarvoor een grote oorlog in Europa te riskeren. Het potentiële conflict in Oekraïne tussen Rusland en het Westen past heel goed in dat scenario. De prominente Amerikaanse opiniemaker Paul Craig Roberts, oud-onderminister van Financiën uit de Reagan-periode, waarschuwt daar expliciet voor. Hij wijst op het belang van de neoconservatieve Wolfowitz-doctrine. Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991 zei de toenmalige viceminister van Defensie Paul Wolfowitz: “We hebben nu 10 tot 15 jaar de tijd om de overgebleven regimes die in de Koude Oorlog aan de kant van de Sovjet-Unie stonden – zoals Saddam Hussein en Khadaffi – te vervangen door westers georiënteerde regimes.” Waarom binnen 10 tot 15 jaar? Omdat na die periode de nieuwe uitdager van het Westen zal zijn opgestaan, namelijk China. Voor die tijd moet de Amerikaanse hegemonie in de wereld dus stevig verankerd worden, aldus Wolfowitz. Toen Jeltsin president van Rusland werd, dacht men dat regime change in Rusland een voldongen feit was. Maar daar is door Poetin een streep door gezet. Gebruikmakend van autoritaire middelen heeft hij in Rusland de sterke staat teruggebracht, tot grote verontwaardiging van het Westen. Regime change in Rusland staat daarom nog steeds op de agenda in Amerika, en overigens echt niet alleen bij neoconservatieve politici. Ook iemand als Hillary Clinton bijvoorbeeld heeft zich daar openlijk voor uitgesproken. Rusland zelf is dus niet zo happig op een militair conflict met het Westen, maar het kan heel goed zo zijn dat de neoconservatieve krachten daar wel op aansturen. Vandaar ook het belang van Oekraïne. De Amerikanen begrijpen heel goed dat als je het huidige Rusland op de knieën wil krijgen, je Oost-Oekraïne uit de Russische machtssfeer moet halen. Juist omdat het Russische leger in belangrijke mate steunt op al die fabrieken daar.’

Maar de belangen van Europa bij het Associatieverdrag zijn toch niet primair militair van aard?

‘Nee, wat dat betreft gaapt er een kloof tussen de bedoelingen van Amerika en Europa ten aanzien van Oekraïne. De EU heeft vooral economisch veel te winnen bij Oekraïne. Het Associatieverdrag omvat bijvoorbeeld een wederzijds investeringsverdrag met volledige vrijheid van Europa om in Oekraïne te investeren. Omgekeerd krijgt Oekraïne dan ook volledige vrijheid om in Europa te investeren, maar dat is natuurlijk een farce. De Oekraïense industriëlen zijn bij lange na niet kapitaalkrachtig genoeg om in het Westen te kunnen investeren. Het beteken dus vooral dat Europees kapitaal voet aan de grond krijgt in Oekraïne. En er valt voor Europa zeker heel veel te halen in Oekraïne. In Oekraïne wonen ongeveer 44,3 miljoen mensen, dus dat is in potentie een grote afzetmarkt voor Europese bedrijven. Oekraïne is bovendien het land met de ‘zwarte aarde’, de rijkste landbouwgrond van Europa, misschien wel van de wereld. Het gaat bovendien om een van de grootste arealen in de wereld. Dat biedt unieke kansen voor Europese landbouwbedrijven. Een van de voorwaarden van het Associatieverdrag is dan ook dat er geen belemmeringen mogen worden opgeworpen tegen genetisch gemodificeerde landbouw. Op dit moment is dat nog verboden in Oekraïne. Maar niet alleen de Europese landbouwsector heeft belang bij openstelling van Oekraïne. In het oosten van Oekraïne is enorm veel schaliegas gevonden, waar een bedrijf als Shell op aast. Oekraïne is een relatief modern land met enerzijds een ontwikkelde industriële sector en anderzijds een staalindustrie en kolenmijnen in Oost-Oekraïne die geen schijn van kans hebben om te kunnen concurreren met de Duitse industrie. Die sector zal dan ook grotendeels weggeconcurreerd worden. Maar de juwelen die ertussen zitten – zoals de vliegtuigindustrie en de ultramoderne bedrijven die aan het Russische leger leveren – zullen door Europese bedrijven voor een habbekrats opgekocht worden, aangezien Oekraïne failliet is. Europa kijkt dus heel anders naar Oekraïne dan Amerika doet. Europa ziet vooral een economische kans, Amerika ziet vooral het militair-strategisch belang. Dat neemt niet weg dat ook de economische gevolgen van het Associatieverdrag indirect van invloed zullen zijn op het militaire conflict in Oekraïne. Het wegconcurreren van de Oekraïense industrie door Europese bedrijven zal namelijk leiden tot honderdduizenden nieuwe werklozen. En al deze werklozen zijn potentiële rekruten voor de huidige burgeroorlog, die daardoor nog verder dreigt te escaleren.’

Voor Oekraïne zelf zal het Associatieverdrag met de EU dus niet zoveel opleveren?

‘Nee, ook omdat Oekraïne economisch zo afhankelijk is van Rusland. Als Rusland zich vanwege het Associatieverdrag uit Oekraïne terugtrekt, zal dat een economische ramp zijn voor het land. In 2014 werkten er nog drie miljoen Oekraïners in Rusland, maar door de burgeroorlog worden dat er steeds minder. De werkloosheid neemt toe naarmate de banden tussen Oekraïne en Rusland verder worden doorgesneden. Maar ook in andere opzichten is Oekraïne economisch afhankelijk van Rusland. De reden waarom de oligarchen uit Oost-Oekraïne goede betrekkingen met de Russen willen is niet uit liefde voor Rusland, maar omdat hun fabrieken gewoonweg niet kunnen blijven draaien zonder gesubsidieerd gas uit Rusland. Dat was ook de reden waarom president Janoekovitsj in 2013 uiteindelijk weigerde om zijn handtekening onder het Associatieverdrag met de EU te zetten. Poetin had hem namelijk laten voorrekenen door zijn adviseurs hoe Oekraïne economisch ten onder zou gaan als het land opengesteld zou worden voor westerse investeerders. Als een land als Griekenland, dat per hoofd negen keer zo rijk is als Oekraïne, al aan de economische afgrond wordt gebracht door de neoliberale politiek van Europa, dan zal dat zeker gebeuren met Oekraïne. Daarom is het ook zo dom om te denken dat het Associatieverdrag als een soort Marshallplan voor Oekraïne zal werken, zoals sommige voorstanders beweren. Daarbij verwijzen zij naar de heropbouw van het verwoeste Europa na de Tweede Wereldoorlog. Oppervlakkig gezien lijkt dat een sympathiek idee. De Oekraïense economie ligt immers op z’n gat. De Russen hebben zelf ook te maken met economisch zwaar weer door de sancties en zijn dus niet goed in staat om de Oekraïense economie weer aan de praat te krijgen. Daar is dus westers kapitaal voor nodig, en het Associatieverdrag voorziet daarin.

Maar bij nader inzien is het tamelijk pervers om westerse investeringen in Oekraïne met het Amerikaanse Marshallplan te vergelijken. Dat hing destijds samen met het model van de Keynesiaanse verzorgingsstaat. De heersende economische ideologie is nu echter een heel andere. We leven nu in de tijd van het neoliberalisme. Wat Europa in Oekraïne gaat brengen is dus geen verzorgingsstaat maar een kil financieel kapitalisme dat zeker op de korte termijn tot een enorme toename van de armoede zal leiden.’




De Opkomst van Complotdenken: Een Analyse van de Achtergronden

 2020 was een veelbewogen jaar: de wereld raakte in de greep van corona, in Amerika won Biden van Trump die vervolgens riep dat Biden de verkiezingen had gestolen, en we zagen de plotselinge opkomst en massale verspreiding van complottheorieën ‒ over “satanistisch kindermisbruik door de elite”, over de gangbare media die dit alles in de doofpot zouden stoppen, over corona als “hoax” bedoeld om de mensen hun vrijheden af te pakken, over corona-vaccins die een chip zouden inbrengen of ons DNA zouden veranderen of zelfs de helft van de mensheid zouden uitroeien om zo het probleem van overbevolking op te lossen…


Dat dergelijke onzin-verhalen de ronde doen is op zich niet zo opmerkelijk; bizarre complottheorieën zijn van alle tijden en er is altijd een klein percentage van de bevolking dat daar geloof aan hecht. De grote verrassing in 2020 was echter dat deze groep opeens zo ontzettend veel groter was geworden. En niet alleen in de Verenigde Staten, waar veel van deze complottheorieën hun oorsprong vinden, maar met name ook in Europa. En dan vooral ook in ons kleine kikkerlandje Nederland...

Uit een onderzoek door dagblad Trouw bleek dat in de zomer van 2020 één op de tien Nederlanders geloofde in een complottheorie rond corona. Ook de complottheorieën rond “satanistisch kindermisbruik door de elite” vinden gretig aftrek in Nederland, getuige het ‘Bodegraven-fenomeen’. Op de Vredehof-begraafplaats in het Zuid-Hollandse Bodegraven wordt sinds een maand een van de graven geregeld bedolven onder de bloemen. De bloemenleggers zijn complot-‘denkers’ die menen dat het graf toebehoort aan iemand die vermoord is door “satanistische kindermisbruikers”, namelijk een lokale huisarts en RIVM-baas Jaap van Dissel. De familie van de begraven man geeft aan dat het hele verhaal absolute onzin is en vindt al deze aandacht uitermate pijnlijk. Het RIVM heeft aangifte gedaan van smaad en laster. Toch blijven de complotdenkers bloemen leggen. 

Wat verklaart deze plotselinge opkomst en massale verspreiding van complottheorieën? Hoe kan het dat zóveel mensen hun hoofd verliezen en geloof hechten aan je reinste onzin? Is er sprake van een soort massapsychose? En wat zijn daar dan de oorzaken van? Hoe heeft het zover kunnen komen? Er zijn volgens mij zes factoren aan te wijzen die de opkomst van het complotdenken hebben bevorderd ‒ zes factoren die in 2020 samenkwamen en zo de ‘perfecte storm’ creëerden, dwz. de perfecte omstandigheden voor de massale verspreiding en aanvaarding van complottheorieën.

Deze factoren zijn: 1. de angst rond corona, 2. de rol van Trump, 3. de rol van de sociale media, 4. de desinformatie-campagne gevoerd door ondemocratische landen als Rusland, 5. de al bestaande kloof tussen burger en politiek, 6. het einde van het neoliberalisme en de overgang naar een 'nieuwe wereldorde' die door extreem-rechts wordt geframed als een “communistische machtsovername”. In het volgende zal ik deze factoren één voor één nader belichten. Bij de laatste factor, over de angst voor een "nieuwe wereldorde", zal ik bij wijze van toetje nog wat dieper ingaan op de ongelooflijke arrogantie en stupiditeit van het World Economic Forum (WEF). Met het halfbakken 'plan' voor een Great Reset lijkt het WEF er namelijk alles aan te willen doen om de complotdenkers te bevestigen in hun irrationele angst voor een "communistische machtsovername"...

1. De corona-factor (oftewel: de angst-factor)
Ten eerste moeten we natuurlijk de komst van corona noemen en het klimaat van angst en wantrouwen dat daarmee gepaard ging. We moeten het psychologische effect van corona niet onderschatten. Begin 2020 leefden we nog gewoon ons leventje en opeens was daar een dodelijk virus dat over heel de aarde rondwaarde en tal van vrijheidsbeperkende maatregelen noodzakelijk zou maken. Dat doet iets met de psyche van mensen; angst creëert een voedingsbodem voor achterdocht. Aldus de psycholoog Jan-Willem van Prooijen die de psychologie achter complotdenken onderzoekt:

“Complotdenken wordt vaak aangezwengeld door crises in de maatschappij. Het is een reactie op een onzekere situatie. In dit geval is dat onzekerheid dankzij corona: over onze gezondheid, onze banen en onze toekomst in het algemeen. Het is een soort zelfbeschermingsmechanisme. Als we ons in een bedreigende situatie bevinden, proberen we die te begrijpen. Complottheorieën zijn een manier om dat te doen… Wat ook meespeelt: angst zorgt ervoor dat mensen uitgaan van het ergste: als ze bang zijn, geloven ze eerder dat er kwade machten aan het werk zijn die het slechtste met ze voorhebben.”

Het laatste punt dat Van Prooijen noemt verklaart ook hoe er een neerwaartse spiraal van angst en complotdenken kan ontstaan: doordat mensen bang zijn beelden ze zich eerder in dat er kwade machten aan het werk zijn, waardoor de angst nog verder toeneemt, waardoor de complot-fantasieën nog sterker geprikkeld worden, etc. Dit verklaart waarom veel van de huidige complottheorieën bijna bijbelse proporties aannemen in hun voorstelling van de kwade krachten die tegen de mensheid aan het werk zijn: kindermisbruikende satanisten die door middel van zogenaamde vaccinaties de helft van de mensheid willen uitroeien, etc. etc.

2. De Trump-factor
Wat het complotdenken zeker ook een duw in de rug heeft gegeven is het feit dat Trump ‒ voor, tijdens en na zijn presidentschap ‒ diverse complottheorieën heeft gesteund of zelfs openlijk verkondigd. Dat heeft het complotdenken in zekere zin salonfähig gemaakt en een bepaalde mate van autoriteit gegeven. Zoals Jelle van Buuren, die aan de Universiteit van Leiden onderzoek doet naar radicalisering en complotdenken, zegt: “Het maakt nogal wat uit of een verhaal alleen wordt verteld op een verjaardag door ome Arie na drie jenevers of door de president van Amerika.” Het is begrijpelijk dat veel mensen denken: “Als de president van Amerika dit zegt, dan kan het toch niet helemaal onjuist zijn? Waar rook is, is vuur!”

Trump heeft inderdaad heel veel complottheorieën verkondigd of minstens impliciet gesteund. De belangrijkste daarvan is ongetwijfeld zijn Grote Leugen over verkiezingsfraude door de Democraten. Nauw daarmee samenhangend is de complottheorie die Trump al vanaf het begin van zijn presidentschap verkondigde, namelijk dat de “linkse elite” erop uit zou zijn om van Amerika een “socialistische dictatuur” te maken en een “culturele revolutie” à la Mao uit te voeren. Daarmee gaf Trump impliciet steun aan de QAnon-theorie over een geheime “deep state” binnen de Amerikaanse overheid. Toen Trump in een interview expliciet werd gevraagd wat hij van QAnon vond, antwoordde hij met een verkapte steunbetuiging: “Ik weet niets over QAnon”, aldus Trump, “Wat ik er wel over heb gehoord is dat ze sterk tegen pedofilie zijn en daar ben ik het mee eens, daar ben ik het sterk mee eens.”

Ook andere complottheorieën werden door Trump verspreid. Zo deelde hij in oktober 2020 een tweet waarin werd geclaimd dat de dood van Bin Laden door president Obama in scène was gezet. Toen een kritische journalist hem daarover ondervraagde, zei hij: “Dat was de mening van iemand, ik heb het alleen maar geretweet. Mensen kunnen zelf bepalen of ze het geloven of niet.”

3. De social media-factor
De massale verspreiding van complottheorieën heeft ook alles te maken met de opkomst van de sociale media (Google, Facebook, YouTube, Twitter, Instagram). Deze media zijn inmiddels niet meer weg te denken uit het sociale leven; ze zijn in zekere zin hét smeermiddel van het sociale leven geworden, zeker voor de jongere generaties. Voor veel mensen zijn de sociale media dé centrale bron geworden van nieuws en een gedeeld wereldbeeld ‒ wat zeker geldt voor mensen die gevoelig zijn voor complottheorieën omdat die sowieso de standaard media (de traditionele kranten en omroepen) wantrouwen.

Een cruciaal onderdeel van de huidige complottheorieën is immers het idee dat de “mainstream media” (de “MSM” in complot-taal) altijd liegen en deel uitmaken van het “linkse complot” tegen de mensheid; niet voor niets worden NOS-journalisten met enige regelmaat belaagd en uitgescholden. Maar als je ervan overtuigd bent dat “de MSM” niet te vertrouwen zijn, waar haal je dan je nieuws vandaan? Precies, van het internet, van de sociale media, van je zoekresultaten op Google, van de video’s die op YouTube te vinden zijn, van de berichten die Facebook op je startpagina laat zien. En daarin schuilt een groot gevaar, want de sociale media zijn ‒ door hun verdienmodel ‒ allesbehalve neutraal in de informatie die zij aanbieden.

Omdat de sociale media ‘gratis’ zijn, moeten ze hun inkomsten halen uit advertenties; hoe meer advertenties hun gebruikers onder ogen krijgen, hoe meer de sociale media verdienen. Een inmiddels gevleugelde uitspraak over de sociale media zegt: “Als je niet betaalt voor een product, dan ben je het product.” Dat slaat de spijker op de kop: de gebruikers van de sociale media zijn níet hun klanten, dat zijn de bedrijven die betalen voor de advertenties die de gebruikers onder ogen krijgen. De sociale media hebben er dus alle belang bij om de aandacht van gebruikers zo lang mogelijk vast te houden, om hen zoveel mogelijk advertenties voor te kunnen schotelen. Daarom zijn de sociale media zo ontzettend verslavend; ze weten precies wat ze iemand moeten laten zien om hem of haar zo lang mogelijk aan het scherm te kluisteren.

En precies daarom zijn de sociale media niet neutraal in hun informatievoorziening. Ben je geïnteresseerd in ‒ bijvoorbeeld ‒ tuinieren, dan krijg je veel items over tuinieren te zien. Maar ben je geïnteresseerd in complottheorieën, dan schotelen de sociale media je vooral ‘informatie’ over complotten voor. Of heb je veel Facebook-vrienden die in complotten geïnteresseerd zijn, dan denkt Facebook dat dat ook wel voor jou zal gelden… En zo komen mensen in een spiraal terecht: hoe meer ze klikken op links naar complottheorieën, hoe meer ze dergelijke links door de sociale media voorgeschoteld krijgen. Op deze wijze tuimelen mensen in “social media rabbit holes” en komen ze vast te zitten in “filterbubbels” waardoor alternatieve informatie hen niet meer bereikt. De sociale media zijn op deze manier enorme verspreiders en dus aanjagers van complottheorieën en misinformatie geworden.

Wat hier ook meespeelt is het simpele feit dat complottheorieën en nepnieuws een veel hogere sensatie-waarde hebben dan ‘gewoon’ nieuws. En sensationele informatie verkoopt nou eenmaal veel beter dan saaie informatie. Uit een onderzoek van MIT bleek dat op Twitter nepnieuws zes keer sneller verspreid wordt dan echt nieuws, simpelweg omdat het sensationeler is. Al die vloggers, podcasters en influencers die complottheorieën verspreiden weten dat maar al te goed: ook zij verdienen immers aan de reclame-inkomsten van hun vlog of podcast en ze weten dat ze met complottheorieën nou eenmaal veel kijkers kunnen trekken. Dat wil niet zeggen dat ze daadwerkelijk daarin geloven; ze weten vooral dat het goed is voor hun online populariteit om complottheorieën te promoten. Helaas geloven veel van hun volgers er wel in. Sandy Parakilas, een ex-medewerker van Facebook, sloeg de spijker op de kop toen hij zei: “We hebben een systeem gecreëerd dat misinformatie bevoordeelt. Niet omdat we dat willen, maar omdat bedrijven meer geld verdienen aan misinformatie dan aan de waarheid. De waarheid is saai.”

4. De Rusland-factor
Als het gaat om de verspreiding van nepnieuws en complottheorieën, dan moet zeker niet de invloed van ondemocratische landen als Rusland, China en Iran onderschat worden. Met name Rusland voert een ware cyberoorlog tegen Westerse landen door middel van hack-aanvallen en het verspreiden van nepnieuws en complottheorieën door middel van trollen en bots. In mindere mate doen China en Iran hetzelfde. Waarom laten de regeringen van deze landen dergelijke cyberaanvallen op Westerse landen uitvoeren? Natuurlijk zullen ze dit nooit openlijk toegeven, maar hun motieven laten zich raden.

Al deze landen zijn ten diepste ondemocratisch: Iran en China zijn ronduit dictatoriaal en Rusland is feitelijk een schijndemocratie waar Putin steeds openlijker dictatoriale trekken krijgt. Zie de vergiftiging van oppositieleider Navalny door de Russische geheime dienst en Putins voortdurende steun voor Lukashenko, de dictatoriale alleenheerser van Wit-Rusland, die elke oppositie hardhandig neerslaat. De recente militaire staatsgreep in Myanmar spreekt wat dat betreft boekdelen: in de VN Veiligheidsraad blokkeren Rusland en China een eenduidige veroordeling van de bloedige machtsovername.  

 
Het moge duidelijk zijn dat de Westerse democratieën voor deze dictatoriale regimes levensbedreigend zijn: stel je voor dat hun bevolkingen ook democratie willen naar Westers model? Daarom is deze regimes er veel aan gelegen om chaos te zaaien in Westerse landen, om zo het ideaal van de Westerse democratie onderuit te halen. Bovendien, hoe meer Westerse landen onderling en intern verdeeld zijn, hoe minder ze in staat zijn om een front te vormen tegen de groeiende invloed van anti-democratische regimes (en hier moet naast Rusland en China zeker ook Turkije genoemd worden). Daarom wordt er door deze regimes tweedeling en verwarring gezaaid in het Westen door het online verspreiden van nepnieuws en complottheorieën.

Met name Rusland is daar bijzonder succesvol in geweest, vooral tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 en 2020. De Mueller-commissie, die in opdracht van de Amerikaanse Senaat onderzoek deed naar mogelijke illegale samenwerking tussen Trump en de Russen, vond uiteindelijk geen bewijs voor dergelijke samenwerking maar wel voor Russische inmenging in de verkiezingen van 2016 "in sweeping and systematic fashion". De Russische inmenging vond onder andere plaats door middel van het lekken van gehackte informatie (o.a. gestolen e-mails van Hilary Clinton) en het verspreiden van desinformatie en complottheorieën via social media. De bedoeling achter de Russische inmenging was duidelijk om Trump te bevoordelen in het verkiezingsproces. De Russen zagen heel duidelijk in dat Trump een splijtzwam zou zijn in de Amerikaanse democratie en daarmee in het belang van het anti-democratische regime van Putin. Ook het verspreiden van de QAnon-complottheorie (waarin Trump een nagenoeg messiaanse rol krijgt toebedeeld in het ontmaskeren van de linkse, satanistische “deep state”) speelde een grote rol in de Russische desinformatie-campagne, zoals bleek uit onderzoek door persbureau Reuters (zie hier en hier). 

Ook in de Amerikaanse verkiezingen van 2020 hebben de Russen een desinformatie-campagne gevoerd met als doel het beschadigen van Biden, aldus de Amerikaanse inlichtingendiensten. Dat Trump uiteindelijk op de proppen kwam met zijn Grote Leugen over verkiezingsfraude door de democraten ‒ een leugen die culmineerde in de gewelddadige bestorming van het Capitool door Trump-aanhangers ‒ moet Putin als muziek in de oren hebben geklonken. Zijn doel was om de Amerikaanse democratie te destabiliseren middels een online desinformatie-campagne; dat Trump uiteindelijk zelf probeerde om de Amerikaanse democratie om zeep te helpen door middel van een coup was meer dan Putin ooit had kunnen dromen.

Het Kremlin had dan ook grote moeite om z’n zelfgenoegzaamheid in deze kwestie te onderdrukken. Op 3 november 2020, de dag van de Amerikaanse verkiezingen, publiceerde het persbureau van het Kremlin een interview met Sergei Naryshkin, het hoofd van de Russische buitenlandse inlichtingendienst, de SVR, die mede-verantwoordelijk was voor de Russische inmenging in de verkiezingen van 2016. Volgens het interview kon Naryshkin ternauwernood een glimlach onderdrukken toen hij zei: “Het maakt niet uit wie er wint. De sociale crisis in de VS zal alleen maar erger worden. Degene die verliest, zal weigeren het resultaat te accepteren, waardoor radicalen de straat op zullen gaan. Er zal gewoon een enorme aanleiding zijn om het hele systeem te betwisten. Dus deze ziekte, de ziekte van de Amerikaanse samenleving, van de Amerikaanse staat, zal blijven bestaan.” Met andere woorden: missie volbracht!


5. De “kloof”-factor
Als we de toename van complotdenken willen begrijpen, dan moeten we uiteraard niet alleen kijken naar directe aanleidingen, maar ook naar dieperliggende oorzaken die mensen ontvankelijk maken voor complottheorieën. Er moet een bodem van angst en ontevredenheid zijn waarin zulke theorieën wortel kunnen schieten. Eén aspect daarvan heb ik al genoemd: de angst rond corona en het klimaat van wantrouwen en achterdocht dat daardoor werd gevoed. Een al veel langer bestaande voedingsbodem is de al jaren groeiende “kloof tussen burger en politiek” ‒ de angst rond corona sloot daar naadloos bij aan. Al tientallen jaren daalt het vertrouwen van de gemiddelde Nederlander in de overheid, iets dat zich uit in dalende opkomstcijfers bij verkiezingen, het teruglopende lidmaatschap van politieke partijen, de opkomst van protestbewegingen zoals de Gele Hesjes en van rechts-populistische partijen met een duidelijk anti-establishment-geluid. Deze ontwikkeling is overigens niet voorbehouden aan Nederland maar heeft plaatsgevonden in alle Westerse landen.

Dit heeft alles te maken met het neoliberalisme dat vanaf 1990 dominant werd in de Westerse politiek. De Sovjet-Unie ging ten onder, het communisme had verloren, het kapitalisme had gewonnen. Overheidstaken moesten zoveel mogelijk afgestoten worden en overgelaten aan de vrije markt, die dat allemaal veel efficiënter en goedkoper zou kunnen. Kapitalistisch winstbejag moest vrij baan krijgen. De belastingen, met name op vermogen en winst, moesten omlaag. De financiële markten moesten gedereguleerd worden. In de film Wall Street (1987) vatte de super-kapitalist Gordon Gekko de tijdsgeest goed samen toen hij zijn gevleugelde woorden uitsprak: “Greed is good!” Volgens het neoliberalisme was het alleen maar goed dat de rijken steeds rijker zouden worden; daar zou uiteindelijk iedereen van profiteren. Hun rijkdom zou geleidelijk “naar beneden sijpelen” naar de rest van de samenleving (“trickle-down economics”).      

Het wordt nu voor iedereen duidelijk dat het neoliberale marktdenken gefaald heeft en teruggedraaid moet worden. Het naar beneden “druppelen" van rijkdom heeft duidelijk niet plaatsgevonden. In feite zijn de ongelijkheden in welvaart alleen maar groter en groter geworden, tot het punt zelfs dat 1% van de bevolking nu meer dan 50% van alle rijkdom bezit! De liberalisering van de financiële markten heeft alleen maar voor instabiliteit en economische crises gezorgd (zoals de kredietcrisis van 2008). De liberalisering en privatisering van de publieke diensten (zoals zorg, ov, post, water en energie, sociale woningbouw, telefonie, televisie) heeft ze niet efficiënter en goedkoper gemaakt, integendeel.

Marxistisch gezegd, het neoliberalisme betekende een fundamentele verzwakking van de machtspositie van “de arbeidersklasse” ten gunste van “het kapitaal”. Dít is de achterliggende oorzaak van de groeiende onvrede bij mensen en daaruit volgende kloof tussen burger en politiek. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de onvrede vooral gevoeld wordt bij de “traditionele arbeidersklasse”, dat wil zeggen de lagere opleidings- en inkomensgroepen in de samenleving (zoals blijkt uit onderzoek door het CBS).

Zij zijn de mensen die het meeste te verduren hebben gehad van de neoliberale transformatie van de maatschappij, de mensen die hun koopkracht alleen maar achteruit hebben zien gaan, die de voedselbanken bezoeken omdat ze anders aan het eind van de maand niks te eten hebben, die geconfronteerd werden met almaar stijgende huren en zorgkosten, die met andere “achterstandsgroepen” (zoals etnische minderheden) samengepropt worden in arme en verloederde wijken, de mensen wiens positie op de arbeidsmarkt steeds ‘flexibeler’ is geworden (een eufemisme voor het feit dat ze steeds meer als wegwerp-medewerkers zonder vast contract worden behandeld). Het zijn deze mensen die ‒ met een lelijk woord ‒ “de verliezers van de neoliberale globalisering” worden genoemd.

Geen wonder dat deze mensen boos zijn! Geen wonder dat zij de overheid niet meer vertrouwen! Dit al jaren groeiende wantrouwen tegenover de overheid is een vruchtbare voedingsbodem voor complottheorieën. Uit onderzoek door onderzoeksbureau Ipsos naar de verspreiding van complottheorieën over corona blijkt dan ook dat ze vooral worden aangehangen in de lagere opleidings- en inkomensgroepen, waar mensen overwegend PVV, FvD of SP stemmen. Dit heeft ongetwijfeld ook te maken met het feit dat lager-opgeleiden over het algemeen minder in staat zijn om een adequate analyse te maken van complexe ontwikkelingen in de maatschappij, zoals de tamelijk abstracte dreiging van een virus (je kunt het niet zien, in je directe omgeving is niemand ziek en toch is een lockdown noodzakelijk; voor veel mensen is dat lastig te volgen). Lager-opgeleiden zijn daarom veel ontvankelijker voor onwetenschappelijke theorieën over maatschappelijke issues.

Maar het zou mijns inziens te eenzijdig zijn om uitsluitend te focussen op opleidingsniveau bij de verklaring van complotdenken, alsof het alleen maar zou gaan om gebrek aan begripsvermogen. Het gaat juist om de correlatie tussen lager opleidingsniveau en sociaal-economische achterstelling door de neoliberale transformatie van de maatschappij. Het is die achterstelling die mensen ‒ terecht! ‒ wantrouwig heeft gemaakt tegenover de overheid. Mensen voelen zich in de steek gelaten door de politiek. Dat wantrouwen escaleert nu in complottheorieën over “de linkse elite” die corona zou misbruiken om de vrijheden van mensen af te pakken…

Over die focus op “de linkse elite” in veel complottheorieën valt overigens ook nog een belangrijk punt te maken ‒ een punt dat direct raakt aan de groeiende kloof tussen burger en politiek. Was de traditionele arbeidersklasse van oudsher de electorale achterban van links, nu is dat heel anders. Bij de verkiezingen van maart 2021 hebben de lagere opleidings- en inkomensgroepen vooral rechts-populistisch gestemd (PVV, FvD, JA21), terwijl de linkse partijen (vooral GL en SP) juist fors zijn leeggelopen. Hoe kan dat? Ook hiervoor moeten we kijken naar de opkomst van het neoliberalisme begin jaren ‘90 van de vorige eeuw en dan vooral naar het feit dat veel linkse partijen de neoliberale retoriek overnamen; daarmee vervreemden deze partijen zich van hun traditionele achterban en dat wreekt zich nu. Ook dit is een proces geweest dat zich niet alleen in Nederland maar in alle Westerse landen heeft afgespeeld. De linkse partijen ‒ zoals de Britse Labour Party onder Blair ‒ zagen geen electorale toekomst meer in het ‘ouderwetse socialisme’ en bekeerden zich daarom tot het neoliberalisme.

In Nederland besloot de PvdA haar “ideologische veren af te schudden” (zoals Wim Kok het destijds in een toespraak zei) en het neoliberalisme te omarmen. In 1994 ging de PvdA zelfs regeren met haar aartsvijand, de VVD, in Paars 1, wat achteraf gezien een historische fout was. Zoals gezegd, op deze manier vervreemden de linkse partijen zich van hun achterban, de traditionele arbeidersklasse. Door de neoliberale transformatie van de maatschappij voelden zij zich niet alleen in de steek gelaten door de overheid, maar met name ook door links. Dat verklaart, denk ik, de grote afkeer van “de linkse elite” die nu onder grote delen van de arbeidersklasse leeft. De linkse partijen hebben ‒ door in de jaren ‘90 de neoliberale retoriek over te nemen ‒ de arbeidersklasse in de armen van het rechts-populisme gedreven.

Dit alles is met name zuur voor de SP. Ondanks het feit dat de SP altijd trouw is gebleven aan haar socialistische roots en verwerping van het neoliberalisme, heeft de SP de geleidelijke verrechtsing van de arbeidersklasse niet kunnen keren. Integendeel, bij de verkiezingen van 2021 heeft de SP zelfs flink wat stemmers verloren aan FvD, dé partij van de complotdenkers.     

6. De Nieuwe Wereldorde-factor
Dat met name de “linkse elite” een favoriet doelwit is van de huidige complottheorieën heeft echter ook nog een andere verklaring. Het heeft niet alleen te maken met het feit dat veel linkse partijen in het verleden de belangen van hun traditionele achterban uit het oog verloren hebben, het heeft ook alles te maken met het tijdsgewricht waarin we nu zitten, namelijk de overgang van het neoliberalisme naar een socialere en groenere economie met meer overheidssturing en minder marktwerking. Dat het neoliberalisme heeft gefaald wordt inmiddels breed erkend, ook door rechtse partijen. Klimaatverandering en de uit de hand gelopen welvaartsverschillen in de wereld maken het noodzakelijk dat de wereldeconomie een stap naar links zet: de welvaart moet eerlijker verdeeld worden en de economie moet duurzamer georganiseerd worden. Dit wordt inmiddels erkend door wereldwijde spelers als de VN, de G20, het IMF, het WEF en de Biden-regering in Amerika. Ook in Nederland zijn rechtse partijen als de VVD en het CDA er inmiddels van overtuigd dat het neoliberalisme z’n beste tijd heeft gehad. Er lijkt daarmee een einde te komen aan 40 jaar rechtse, pro-kapitalistische politiek.

Een probleem is alleen dat uiterst conservatief-rechts deze stap naar links in de wereldwijde economie niet ziet zitten en daarom moord en brand schreeuwt over de aanstaande “socialistische machtsovername”. Daarmee is uiterst rechts (de zogenaamde alt-right movement) een belangrijke bron geworden van de huidige complottheorieën over “de linkse elite”. Er is, zoals gezegd, bij linkse en gematigd rechtse partijen een consensus dat de wereldeconomie naar links bijgesteld moet worden, maar uiterst rechts schildert dit zo alsof “de elite” wereldwijd een communistisch systeem wil invoeren, de zogenaamde New World Order (NWO). Complotdenkers hebben het dan ook regelmatig over de geheime “NWO-bazen” die achter de schermen actief zijn en wereldwijd aan de touwtjes trekken bij nationale regeringen en mondiale organisaties als de VN en het WEF. Dit is natuurlijk totale onzin, maar het is een complottheorie die buitengewoon succesvol is gebleken.

Op deze wijze krijgen de linkse partijen het dubbel over zich heen. Links is al impopulair omdat ‒ zoals gezegd ‒ veel linkse partijen in het verleden de neoliberale retoriek hebben overgenomen en daarmee zich van hun traditionele achterban hebben vervreemd. Daar komt nu bij dat links geassocieerd wordt met de linkse correctie op het neoliberalisme die wereldwijd in de lucht hangt en daarmee in de extreem-rechtse complottheorieën praktisch de schuld krijgt van de aanstaande, wereldwijde “communistische machtsovername”.

Toegift: de stupiditeit van het WEF
Het moet overigens toegegeven worden dat met name het WEF met zijn voorstel voor een “Great Reset” een uiterst dubieuze rol heeft gespeeld; het WEF maakt het de extreem-rechtse complotdenkers wel erg makkelijk. Het WEF, opgericht en voorgezeten door Klaus Schwab, is de lobbyclub van de grote multinationals en de superrijken waar ze invloed proberen uit te oefenen op de politiek. Jarenlang is het WEF een van de aanjagers geweest van het neoliberalisme, onder andere door hun invloedrijke “Global Competitiveness Report” waarin landen werden beoordeeld op hun “kapitaal-vriendelijkheid” (dus lage belastingen op winst en vermogen, privatisering van de publieke sector, flexibilisering van de arbeid, etc.).

Maar door alle kritiek die het WEF te verduren kreeg gedurende de massale antiglobaliseringsprotesten in de jaren rond 2000 begon men te begrijpen dat het WEF iets aan z’n imago moest doen. Zodoende begon men een window-dressingcampagne waarin het WEF zich van zijn filantropische, milieubewuste en sociaal verantwoordelijke kant liet zien. Men begreep dat als het WEF in de toekomst invloed wilde blijven uitoefenen, het zijn pro-kapitalistische agenda een groen en sociaal-verantwoordelijk sausje moest geven. Vanaf 2003 koppelde het WEF z’n jaarlijkse Davos-top dan ook aan een mooi klinkend thema, zoals “Building Trust” (2003), “Shaping the Post-Crisis World” (2009), “Rethink, Redesign, Rebuild” (2010), “The Great Transformation” (2012) en “Creating a Shared Future in a Fractured World” (2018).

De “Great Reset”, het thema dat het WEF meegaf aan de Davos-top van juni 2020, was simpelweg het volgende thema in dit illustere rijtje. Het was de zoveelste poging van het WEF om z’n pro-kapitalistische agenda filantropisch aan te kleden; niks nieuws onder de zon dus. Het enige dat anders was aan de Davos-top van juni 2020 was de coronapandemie die inmiddels de wereld in haar greep hield. Onder het motto “Never waste a good crisis” presenteerde het WEF in juni 2020 het ‘plan’ voor een Great Reset met de cruciale kanttekening dat de coronacrisis de ideale gelegenheid ‒ een “closing window of opportunity” aldus WEF-voorzitter Schwab ‒ biedt om deze ‘Reset’ uit te voeren. De maatschappelijke gevolgen die de coronacrisis met zich mee zou brengen, zouden volgens het WEF de ideale gelegenheid bieden voor een Great Reset, om zo het kapitalisme groener, duurzamer en socialer te maken ‒ allemaal punten dus die aansluiten bij de kantelende tijdsgeest waarin het neoliberalisme op z’n retour is. In juli 2020 publiceerde WEF-voorzitter Klaus Schwab samen met econoom Thierry Malleret het boek COVID-19: The Great Reset, waarin het WEF-plan wordt uitgelegd.

Bij dit alles geldt duidelijk het spreekwoord: “Met zulke vrienden heeft men geen vijanden nodig...” Want de wijze waarop Klaus Schwab en zijn WEF hun ‘plan’ voor een Great Reset probeerden te verkopen getuigt van monumentale domheid en arrogantie. De wereldwijd groeiende consensus dat het kapitalisme naar links bijgesteld moet worden had al tot de extreem-rechtse complottheorie over een “communistische machtsovername” geleid, en het WEF-verhaal over de Great Reset gooide nog eens olie op het vuur. En dan niet zomaar een beetje olie, nee, emmers vol met olie! Alles aan het WEF-‘plan’ leek wel bedoeld om de complotdenkers tegen de haren in te strijken en hun te bevestigen in hun ergste angsten. Je kun wat dit betreft gerust spreken van een marketing-mislukking van de eerste orde.

Alleen al de benaming van het ‘plan’, “the Great Reset”! Als je mensen angst aan wil jagen in crisistijd, dan moet je vooral zulke termen gebruiken en de indruk wekken dat je het heel maatschappelijke systeem op de schop wil gooien. In crisistijd willen mensen zekerheid en geen vage ‘plannen’ voor een Great Reset van de hele maatschappij. Als je dan ook nog eens de huidige crisis ‒ de coronapandemie ‒ wilt ‘gebruiken’ om dit ‘plan’ door te voeren, dan maak je de mensen helemaal bang. Al met al was de Great Reset niet meer dan een variatie ‒ zowel terminologisch als inhoudelijk ‒ op het WEF-‘plan’ voor een “Great Transformation” uit 2012, maar dat ‘plan’ werd niet tijdens een wereldwijde crisis gepresenteerd. En natuurlijk klinkt een “Great Reset” ook een stuk agressiever dan een “Great Transformation”. Een transformatie gaat geleidelijk, een reset gaat plotseling.

Op de site van het WEF werd het ‘plan’ voor de Great Reset zelfs gepresenteerd met een afbeelding van een grote groene knop ‒ alsof de elite die in het WEF georganiseerd is alleen maar even op een knop hoeft te drukken om het hele wereldsysteem te resetten! Als je de indruk wilt wekken dat het WEF wereldwijd aan de touwtjes trekt en ongelimiteerde macht heeft, dan moet je vooral zulke beelden gebruiken. Hierbij moet in gedachten gehouden worden dat het WEF geen enkele democratische legitimiteit heeft; het is ‒ zoals gezegd ‒ een overlegorgaan van multinationals en superrijken waar men invloed probeert uit te oefenen op de politiek. Maar niemand heeft ooit op hen gestemd. Dat zo’n ondemocratisch, elitair orgaan zichzelf presenteert als de club die eventjes op de Grote Reset-knop gaat drukken is te stuitend voor woorden.

Het is ook totaal misleidend, want zoveel macht hebben ze gewoonweg niet. De mondiale economie en de wereldpolitiek vormen een chaotische lappendeken van talloze verschillende spelers en machtscentra, ieder met hun eigen belangen en agenda: geopolitieke machtsblokken, verschillende multinationals, grote landen als Amerika, China en Rusland, internationale organisaties als de EU, de VN, het IMF… Er is daarin niet één club die achter de schermen alles beheerst. Dat is een complottheoretische fantasie. Het getuigt van de monumentale arrogantie en domheid van het WEF dat ze er alles aan lijken te doen om die fantasie te voeden, door zichzelf te presenteren als de club die eventjes op de Grote Reset-knop te drukken.

Dat het WEF ervoor koos prins Charles te kiezen als boegbeeld voor hun Great Reset-campagne past natuurlijk perfect in dit patroon van arrogante domheid. Wéér een representant van een bij uitstek elitair en ondemocratisch instituut, het Britse koningshuis, dat ons ‒ het ‘gewone’ volk ‒ eventjes gaat vertellen wat er allemaal moet veranderen! Men vraagt zich ook af hoe zich dit verhoudt tot de politieke neutraliteit die prins Charles als de troonopvolger eigenlijk moet betrachten; het Britse koningshuis is immers een constitutionele monarchie die boven de partijen moet staan. Hoe kan prins Charles zich dan voor het karretje laten spannen van een ondemocratische, pro-kapitalistische organisatie?

En dan te bedenken dat het Britse koningshuis een jaar eerder in opspraak was gekomen door het pikante feit dat prins Andrew een regelmatige bezoeker was geweest van de sexfeestjes georganiseerd door miljardair Jeffrey Epstein ‒ sexfeestjes waarvoor minderjarige meisjes werden geronseld. Had het WEF en Britse koningshuis dan nog nooit gehoord van de QAnon-complottheorie, waarin kindermisbruik door de elite een centrale rol speelt? Dat men dan toch prins Charles naar voren schuift om het Great Reset-plan te promoten is tamelijk onbegrijpelijk. Het WEF had net zo goed direct kunnen zeggen: “Wij zijn inderdaad de Cabal waar het in QAnon over gaat…”      

Ook de persoon van Klaus Schwab zelf ‒ de oprichter en voorzitter van het WEF ‒ heeft veel bijgedragen aan het marketing-debacle dat de Great Reset inmiddels is geworden. Gekleed in driedelig pak en met zijn elitaire Duitse accent ‒ “It is time vor ze Great Reset” ‒ lijkt de heer Schwab sprekend op een schurk uit een James Bond-film. Denkt er bij het WEF dan niemand na over de “optics” van wat het WEF doet en zegt? Blijkbaar niet. Vanuit marketingoogpunt is het Great Reset-plan een totale mislukking. Op het YouTube-kanaal van het WEF regent het negatieve reacties. Een recente video van het WEF, waarin men probeert de complottheorieën rond “ze Great Reset” te ontkrachten, kreeg 38 duizend dislikes tegenover minder dan 4 duizend likes. Ook de comments bij deze video liegen er niet om.

De ontzettende domheid bij het WEF blijkt ook uit de inhoud van het plan voor een Great Reset ‒ of beter gezegd, het gebrek daaraan. In een veelgelezen review van Schwabs boek COVID-19: The Great Reset bekritiseert de ethicus Steven Umbrello de vaagheid van de plannen. Zowel in het boek van Schwab en Malleret als op de website van het WEF wordt de Great Reset gepromoot aan de hand van allerlei mooi klinkende maar abstracte woorden als “sustainability”, “stakeholder capitalism”, “equity”, “good governance”, “circular economy” en “climate action”. Wat deze ‘plannen’ echter in de praktijk betekenen, welk concreet beleid eruit zal vloeien, dat wordt nergens duidelijk. Zoals Umbrello opmerkt over het boek van Schwab en Malleret:

“[T]hey ultimately advocate for a substantial (if not complete) socio-political-economic overhaul without offering any specifics as to how this could be achieved. They fail to do so even while arguing that the overhaul is not only necessary, but also in need of expedient execution. Despite their explicit position on the benefits of doing so, they ultimately risk undermining their aim given the opacity of how to achieve it.”

Kortom, het WEF-plan voor een Great Reset is veel wol, weinig vlees. Dit maakt nog maar eens duidelijk hoe de Great Reset past bij de window-dressingcampagne van het WEF, waarin men probeert om de pro-kapitalistische agenda van het WEF aantrekkelijk te maken door het met een sociaal en ecologisch sausje te overgieten. Dergelijke pogingen van het WEF waren altijd al ongeloofwaardig, maar deze keer heeft die campagne helemaal averechts gewerkt. De Great Reset was het zoveelste WEF-ballonnetje vol met gebakken lucht; deze keer is dat ballonnetje in hun gezicht geëxplodeerd. 

De vaagheid van het WEF-plan voor een Great Reset maakte ook dat complotdenkers er hun ergste angsten op konden projecteren. Juist omdat het plan zo onbepaald is kun je er alle kanten mee op. Ook op deze wijze heeft het WEF de complotdenkers alleen maar in de kaart gespeeld. En waar het WEF-plan wél concreet wordt, daar slaat men faliekant de plank mis. Het beste voorbeeld hiervan is ongetwijfeld de bizarre manier waarop het WEF het idee van de “rent economy” probeerde te promoten. Op zich is dit een heel goed idee. De gedachte erachter is dat van een circulaire economie, waarin er geen afval meer is omdat afval opnieuw als grondstof de economie in gaat. De huur-economie kan daar een belangrijke rol spelen, want huren is uiteindelijk beter voor het milieu dan kopen. Alles wat je huurt ‒ en dan kan het gaan om auto’s, tv’s, stereo-installaties, computers, gasfornuizen, enzovoort ‒ wordt uiteindelijk ingeruild voor een nieuw product bij het verhurende bedrijf dat de grondstoffen van het oude product dan weer kan recyclen.

Zoals gezegd, op zich is dat een heel goed idee. Maar je kunt het gerust aan het WEF overlaten om zelfs zo’n goed idee tot gefundenes Fressen voor complotdenkers te maken. Want hoe verkoopt het WEF dit idee? Door middel van de slogan: “You will own nothing and you will be happy!” Inmiddels is het promotiefilmpje hiervoor van het officiële YouTube-kanaal van het WEF gehaald, omdat ze inmiddels ook wel doorhebben dat dit niet de manier is om mensen te winnen voor de circulaire huur-economie. Maar het kwaad is allang geschied. Complotdenkers sprongen bovenop deze slogan, die volgens hen liet zien dat de Great Reset inderdaad een communistische systeemverandering behelsde. Alsof Klaus Schwab een gevaarlijke marxist is die met de president van China Xi Jinping onder één hoedje speelt om de wereldeconomie naar het model van het Chinese ‘communisme’ in te richten.

Dat is natuurlijk totale onzin. Ten eerste omdat het WEF een bij uitstek pro-kapitalistische organisatie is en als zodanig al jarenlang het zwarte schaap van radicaal links. Ten tweede omdat er weinig communistisch meer is aan China, behalve dan de dictatoriale alleenheerschappij van de communistische partij. De slogan “You will own nothing but you will be happy” sloeg uiteraard niet op een of ander communistisch utopia zonder privébezit; het sloeg op het idee van de huur-economie waarin mensen steeds meer apparaten huren in plaats van kopen. Het kapitalistische instituut van privébezit heeft daar totaal niets mee te maken. Maar dat is een nuance die de pet van complotdenkers te boven gaat. Uiteindelijk heeft het WEF zichzelf gigantisch in de vinger gesneden met de slogan “You will own nothing”. Nogmaals, als je mensen in tijden van crisis angstig en achterdochtig wil maken, dan moet je als eliteclub inderdaad komen met een obscuur plan voor een Great Reset die ertoe zal leiden dat “mensen niets zullen bezitten maar toch gelukkig zullen zijn”... De hele marketingstrategie achter het WEF-verhaal van de Great Reset stapelt blunder op blunder!