Showing posts with label Oekraïne. Show all posts
Showing posts with label Oekraïne. Show all posts

'Associatieverdrag met Oekraïne vergroot de kans op conflicten': Interview met emeritus hoogleraar Kees van der Pijl

Kees van der Pijl is politicoloog en emeritus hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Sussex. Dit interview werd afgenomen door Peter Sas en Hans van Heijningen en verscheen eerder in Spanning van februari 2016.


Voor Oekraïne zal het Associatieverdrag met de EU weinig opleveren, zegt emeritus hoogleraar Kees van der Pijl. Zeker niet in de context van oplopende internationale spanningen: ‘In Amerika zijn neoconservatieve groepen die aansturen op regime change in Moskou en daarvoor een grote oorlog in Europa willen riskeren.’

Kees van der Pijl is emeritus hoogleraar Internationale Betrekkingen, aan de Universiteit van Sussex. Hij staat bekend om zijn kritische analyses van het wereldwijde kapitalisme en publiceerde daarover diverse boeken, waaronder recentelijk de trilogie Modes of Foreign Relations and Political Economy (2007, 2010, 2014). Kees van der Pijl is tevens een van de initiatiefnemers van het comité Oorlog is geen Oplossing, dat zich actief uitspreekt tegen het Associatieverdrag met Oekraïne. Wij spraken met hem over de gevaren van dat verdrag: de desastreuze economische gevolgen voor Oekraïne en de oplopende spanningen tussen Rusland en het Westen. 

U heeft zeven andere professoren van verschillende universiteiten in binnen- en buitenland bereid gevonden om lid te worden van een comité dat zich inzet voor een NEE tegen het Associatieverdrag. Hoe is dat initiatief tot stand gekomen?

‘Het is eigenlijk een initiatief van het comité Oorlog is geen oplossing.nl dat in 2012 in Twente is opgericht naar aanleiding van de plaatsing van Nederlandse patriot-raketten in Turkije. We hebben toen een picketline voor het ministerie van Defensie georganiseerd. Dat initiatief is vervolgens uitgegroeid tot een nationaal comité Oorlog is geen Oplossing. Aangezien onze inzet is dat Nederland zich distantieert van de oorlogspolitiek van Amerika en de NAVO, ligt het voor de hand dat wij ons ook uitspreken tegen het Associatieverdrag met Oekraïne. Want dit verdrag voert de spanningen op tussen Rusland en het Westen. Met het oog op het komende referendum hebben wij daarom besloten om een Nee-campagne te gaan voeren en daarvoor subsidie aan te vragen bij de Referendumcommissie. Wij hebben 49 duizend euro aangevraagd, waarmee we een krant, filmpjes en optredens van sprekers kunnen financieren. Zo’n aanvraag moet echter gedaan worden door een stichting die geregistreerd is en een bankrekening heeft. Dat is de reden dat we het Centrum voor Geopolitiek hebben opgericht. Ik stelde toen voor om daar ook een Raad van Advies met een academische uitstraling voor op te zetten, om onze campagne meer gewicht te geven. Dat is de reden waarom we daar een aantal professoren voor gevraagd hebben.’

Je zegt dat het Associatieverdrag met Oekraïne het risico van een oorlog tussen Rusland en het Westen vergroot. Wat is daarvoor de reden?

 ‘Ik vrees inderdaad dat de burgeroorlog in Oekraïne door het Associatieverdrag verder zal escaleren en zal uitmonden in een geweldsspiraal waarin Rusland en de NAVO kunnen worden meegezogen. Een aantal factoren speelt hierin een rol. Ten eerste heeft Rusland al meerdere malen gewaarschuwd het oprukken van de EU en de NAVO tot aan Ruslands grenzen niet verder te zullen tolereren. Begin 2008, tijdens de veiligheidsconferentie in München, heeft Poetin dit in een redevoering expliciet uitgesproken. Bovendien heeft Poetin in het verleden al bewezen dat hij concrete acties niet schuwt om de belangen van Rusland te verdedigen. Het referendum op de Krim en de incorporatie van de Krim in de Russische Federatie waren daar duidelijke voorbeelden van, net als de wapenleveranties van Rusland aan de Oost-Oekraïense rebellen. Maar denk ook aan het militaire conflict tussen Rusland en Georgië in 2008. Toen de westers georiënteerde president van Georgië, Michail Saakasjvili, Zuid-Ossetië wilde heroveren, heeft Poetin meteen keihard teruggeslagen en het Georgische leger in de pan gehakt. Dat conflict maakte duidelijk hoe Poetin daar in stond: dit is de lijn, tot hier en niet verder. En dat was alleen nog maar Georgië. Oekraïne is vele malen belangrijker voor Rusland. Oekraïne kent een aantal moderne industriële bedrijven, vooral in de defensiesector. Het is dan ook naïef om te denken dat Poetin werkeloos gaat toezien hoe Oekraïne in de invloedssfeer van het Westen wordt gebracht.’

Wat zijn dan de belangen van Rusland in Oekraïne?

Oekraïne speelt een zeer belangrijke rol in het militair-industriële complex van Rusland. Cruciale onderdelen van het Russische leger worden in Oekraïne gefabriceerd. Denk bijvoorbeeld aan de Antonov-vliegtuigen, bij Kiev. Maar ook de motoren voor helikopters, voor duikboten, voor marineschepen – die worden allemaal voor Rusland in Oekraïne gemaakt. Het persoonlijke vliegtuig van Poetin is in Oekraïne gemaakt. De Russische SS-18, een zeer grote en zware kruisraket, wordt onderhouden door de Oekraïense Joesjmasj-fabriek. Ook voor gevechtshelikopters, is de Russische krijgsmacht afhankelijk van Oekraïne. Dat zijn allemaal vitale connecties voor Rusland. Als het Associatieverdrag met Oekraïne doorgaat, worden die connecties afgesneden. Dat zou een ramp betekenen voor het Russische leger, omdat er dan snel onderhouds- en andere problemen zullen opduiken, waar Moskou jaren voor nodig zal hebben om ze te boven te komen. Dat proces is nu al gaande. Zo is een paar weken geleden de Antonov-fabriek, waar de grootste vliegtuigen ter wereld worden gebouwd, losgekoppeld van zijn joint-venturepartner in Rusland. Ik denk dat dat alles te maken heeft met pogingen van het Westen en van anti-Russische oligarchen in Oekraïne om het industriële erfgoed van het land in eigen beheer te houden, dus uit de Russische invloedssfeer te trekken. Poetin laat dat zeker niet zonder slag of stoot gebeuren. Niet dat ik denk dat Poetin staat te trappelen om militair in te grijpen in Oekraïne. Rusland wil vooral dat Oekraïne niet verder wegzinkt in de misère, want dat raakt Rusland direct. Rusland wil geen buurland waar het van kwaad tot erger gaat. De Russen willen de conflicten met het Westen zeker niet op de spits drijven en zullen in de eerste plaats kiezen voor diplomatieke oplossingen. Vanuit mijn optiek zijn het vooral de Amerikanen die het conflict in Oekraïne op spits drijven.’

Is Amerika uit op oorlog met Rusland?

‘Niet alle Amerikanen natuurlijk, en ook niet alle Amerikaanse politici. Maar we moeten wel beseffen dat er in de Amerikaanse elite neoconservatieve groepen actief zijn die aansturen op regime change in Moskou en bereid zijn om daarvoor een grote oorlog in Europa te riskeren. Het potentiële conflict in Oekraïne tussen Rusland en het Westen past heel goed in dat scenario. De prominente Amerikaanse opiniemaker Paul Craig Roberts, oud-onderminister van Financiën uit de Reagan-periode, waarschuwt daar expliciet voor. Hij wijst op het belang van de neoconservatieve Wolfowitz-doctrine. Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991 zei de toenmalige viceminister van Defensie Paul Wolfowitz: “We hebben nu 10 tot 15 jaar de tijd om de overgebleven regimes die in de Koude Oorlog aan de kant van de Sovjet-Unie stonden – zoals Saddam Hussein en Khadaffi – te vervangen door westers georiënteerde regimes.” Waarom binnen 10 tot 15 jaar? Omdat na die periode de nieuwe uitdager van het Westen zal zijn opgestaan, namelijk China. Voor die tijd moet de Amerikaanse hegemonie in de wereld dus stevig verankerd worden, aldus Wolfowitz. Toen Jeltsin president van Rusland werd, dacht men dat regime change in Rusland een voldongen feit was. Maar daar is door Poetin een streep door gezet. Gebruikmakend van autoritaire middelen heeft hij in Rusland de sterke staat teruggebracht, tot grote verontwaardiging van het Westen. Regime change in Rusland staat daarom nog steeds op de agenda in Amerika, en overigens echt niet alleen bij neoconservatieve politici. Ook iemand als Hillary Clinton bijvoorbeeld heeft zich daar openlijk voor uitgesproken. Rusland zelf is dus niet zo happig op een militair conflict met het Westen, maar het kan heel goed zo zijn dat de neoconservatieve krachten daar wel op aansturen. Vandaar ook het belang van Oekraïne. De Amerikanen begrijpen heel goed dat als je het huidige Rusland op de knieën wil krijgen, je Oost-Oekraïne uit de Russische machtssfeer moet halen. Juist omdat het Russische leger in belangrijke mate steunt op al die fabrieken daar.’

Maar de belangen van Europa bij het Associatieverdrag zijn toch niet primair militair van aard?

‘Nee, wat dat betreft gaapt er een kloof tussen de bedoelingen van Amerika en Europa ten aanzien van Oekraïne. De EU heeft vooral economisch veel te winnen bij Oekraïne. Het Associatieverdrag omvat bijvoorbeeld een wederzijds investeringsverdrag met volledige vrijheid van Europa om in Oekraïne te investeren. Omgekeerd krijgt Oekraïne dan ook volledige vrijheid om in Europa te investeren, maar dat is natuurlijk een farce. De Oekraïense industriëlen zijn bij lange na niet kapitaalkrachtig genoeg om in het Westen te kunnen investeren. Het beteken dus vooral dat Europees kapitaal voet aan de grond krijgt in Oekraïne. En er valt voor Europa zeker heel veel te halen in Oekraïne. In Oekraïne wonen ongeveer 44,3 miljoen mensen, dus dat is in potentie een grote afzetmarkt voor Europese bedrijven. Oekraïne is bovendien het land met de ‘zwarte aarde’, de rijkste landbouwgrond van Europa, misschien wel van de wereld. Het gaat bovendien om een van de grootste arealen in de wereld. Dat biedt unieke kansen voor Europese landbouwbedrijven. Een van de voorwaarden van het Associatieverdrag is dan ook dat er geen belemmeringen mogen worden opgeworpen tegen genetisch gemodificeerde landbouw. Op dit moment is dat nog verboden in Oekraïne. Maar niet alleen de Europese landbouwsector heeft belang bij openstelling van Oekraïne. In het oosten van Oekraïne is enorm veel schaliegas gevonden, waar een bedrijf als Shell op aast. Oekraïne is een relatief modern land met enerzijds een ontwikkelde industriële sector en anderzijds een staalindustrie en kolenmijnen in Oost-Oekraïne die geen schijn van kans hebben om te kunnen concurreren met de Duitse industrie. Die sector zal dan ook grotendeels weggeconcurreerd worden. Maar de juwelen die ertussen zitten – zoals de vliegtuigindustrie en de ultramoderne bedrijven die aan het Russische leger leveren – zullen door Europese bedrijven voor een habbekrats opgekocht worden, aangezien Oekraïne failliet is. Europa kijkt dus heel anders naar Oekraïne dan Amerika doet. Europa ziet vooral een economische kans, Amerika ziet vooral het militair-strategisch belang. Dat neemt niet weg dat ook de economische gevolgen van het Associatieverdrag indirect van invloed zullen zijn op het militaire conflict in Oekraïne. Het wegconcurreren van de Oekraïense industrie door Europese bedrijven zal namelijk leiden tot honderdduizenden nieuwe werklozen. En al deze werklozen zijn potentiële rekruten voor de huidige burgeroorlog, die daardoor nog verder dreigt te escaleren.’

Voor Oekraïne zelf zal het Associatieverdrag met de EU dus niet zoveel opleveren?

‘Nee, ook omdat Oekraïne economisch zo afhankelijk is van Rusland. Als Rusland zich vanwege het Associatieverdrag uit Oekraïne terugtrekt, zal dat een economische ramp zijn voor het land. In 2014 werkten er nog drie miljoen Oekraïners in Rusland, maar door de burgeroorlog worden dat er steeds minder. De werkloosheid neemt toe naarmate de banden tussen Oekraïne en Rusland verder worden doorgesneden. Maar ook in andere opzichten is Oekraïne economisch afhankelijk van Rusland. De reden waarom de oligarchen uit Oost-Oekraïne goede betrekkingen met de Russen willen is niet uit liefde voor Rusland, maar omdat hun fabrieken gewoonweg niet kunnen blijven draaien zonder gesubsidieerd gas uit Rusland. Dat was ook de reden waarom president Janoekovitsj in 2013 uiteindelijk weigerde om zijn handtekening onder het Associatieverdrag met de EU te zetten. Poetin had hem namelijk laten voorrekenen door zijn adviseurs hoe Oekraïne economisch ten onder zou gaan als het land opengesteld zou worden voor westerse investeerders. Als een land als Griekenland, dat per hoofd negen keer zo rijk is als Oekraïne, al aan de economische afgrond wordt gebracht door de neoliberale politiek van Europa, dan zal dat zeker gebeuren met Oekraïne. Daarom is het ook zo dom om te denken dat het Associatieverdrag als een soort Marshallplan voor Oekraïne zal werken, zoals sommige voorstanders beweren. Daarbij verwijzen zij naar de heropbouw van het verwoeste Europa na de Tweede Wereldoorlog. Oppervlakkig gezien lijkt dat een sympathiek idee. De Oekraïense economie ligt immers op z’n gat. De Russen hebben zelf ook te maken met economisch zwaar weer door de sancties en zijn dus niet goed in staat om de Oekraïense economie weer aan de praat te krijgen. Daar is dus westers kapitaal voor nodig, en het Associatieverdrag voorziet daarin.

Maar bij nader inzien is het tamelijk pervers om westerse investeringen in Oekraïne met het Amerikaanse Marshallplan te vergelijken. Dat hing destijds samen met het model van de Keynesiaanse verzorgingsstaat. De heersende economische ideologie is nu echter een heel andere. We leven nu in de tijd van het neoliberalisme. Wat Europa in Oekraïne gaat brengen is dus geen verzorgingsstaat maar een kil financieel kapitalisme dat zeker op de korte termijn tot een enorme toename van de armoede zal leiden.’




Solidariteit is een gevaarlijk woord voor de elite

Verschenen in: Joop BNNVARA, 7-12-2022

Van alle kanten worden we opgeroepen tot solidariteit. We moeten solidair zijn met Oekraïne. We moeten solidair zijn met arme landen die het meeste getroffen worden door klimaatverandering maar daar het minste aan bijgedragen hebben. En we moeten solidair zijn met de natuur. Dus eet minder vlees! Verbruik minder energie! Laat je huis isoleren! Zet zonnepanelen op je dak! Koop een elektrische auto!


Vooropgesteld: ik deel al deze oproepen tot solidariteit volkomen. Maar het is wel opvallend dat hierbij steevast de belangrijkste vorm van solidariteit – die van rijk met niet-rijk – vergeten wordt, zeker als deze oproepen gedaan worden door de heersende elite. En dat is een grote fout, waarmee deze elite haar eigen draagvlak ondermijnt en onheil over zichzelf afroept. Want zolang de rijke minderheid op haar beurt niet solidair is met de niet-rijke meerderheid, klinken de oproepen aan de bevolking om toch vooral solidair te zijn en ‘offers te maken voor de goede zaak’ hol en hypocriet. En de bevolking weet dat: wij zijn niet achterlijk. Daarom zal er van bovengenoemde vormen van solidariteit – met Oekraïne, met armere landen, met de natuur – weinig terechtkomen als de rijke elite niet óók gevraagd wordt om offers te maken. Solidariteit betekent immers: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.


Solidariteit is daarom een gevaarlijk woord, zeker als de elite het tegen z’n eigen bevolking inzet. Dan kan het zich razendsnel als een boemerang tegen hen keren. In januari van dit jaar verslikte Rutte zich er al in toen hij klaagde over een gebrek aan solidariteit onder Nederlanders om samen de coronamaatregelen te dragen. Hij kreeg toen de wind van voren: met ruim 30 jaar neoliberaal beleid heeft de VVD stelselmatig de solidariteit in Nederland kapotgemaakt. Dat Rutte vervolgens een potje gaat zitten mopperen dat “de onderlinge solidariteit minder vanzelfsprekend lijkt te worden” is dan het toppunt van VVD-hypocrisie. 


Dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten?

Als we allemaal in naam van solidariteit een stapje terug in onze welvaart moeten doen, dan moeten de allerrijksten de grootste stap zetten. Dat is logisch, dat is wat solidariteit ís. Als de rijke minderheid zich aan die plicht onttrekt, geholpen door een politieke elite die haar stelselmatig de hand boven het hoofd houdt, dan wordt het draagvlak voor solidariteit ondergraven. Niet omdat mensen egoïstisch zouden zijn of niet begaan met Oekraïne, met arme landen, met de kelderende biodiversiteit of de rampzalige gevolgen van klimaatverandering – integendeel! Dit alles gaat heel veel mensen ontzettend aan het hart, gelukkig. Veel mensen snakken naar een solidaire samenleving, waar we nou eindelijk eens goed voor elkaar en voor de natuur gaan zorgen. Maar het is moeilijk om de ‘prijs van solidariteit’ te betalen als je ziet dat de allerrijksten zich stelselmatig aan die solidariteit onttrekken. Zo is Nederland nog steeds een belastingparadijs voor de grootste vermogens. 


Het is voor gewone werknemers moeilijk te accepteren dat zij geen inflatiecorrectie van zo’n 11 procent kunnen krijgen (‘want dat zou de inflatie alleen maar verder aanjagen’), terwijl de top van het Nederlandse bedrijfsleven er vorig jaar jaar met maar liefst 32 procent op vooruit is gegaan. De gemiddelde bestuursvoorzitter verdient nu veertig keer zoveel als een gemiddelde werknemer bij hetzelfde bedrijf. Dan is het voor die gemiddelde werknemer lastig te accepteren dat hij door de westerse boycot tegen Rusland nu geconfronteerd wordt met onbetaalbare energieprijzen en dito boodschappen. “Waarom betaal ik de prijs voor solidariteit met Oekraïne, terwijl mijn baas er in één jaar tijd 32 procent bij krijgt?”, zo vraagt deze werknemer zich geërgerd af. En terecht.


Oekraïne en klassenstrijd op z’n Brits

In het Verenigd Koninkrijk, toch al een land met traditioneel een heel scherpe klassentegenstelling, zien we momenteel welk onheil de heersende klasse over zichzelf afroept door solidariteit alleen van de niet-rijke meerderheid te vragen en niet van zichzelf. Zo haalde Nadhim Zahawi, de Iraaks-Britse voorzitter van de Conservatieve Partij, zich de woede en hoon van de Britse werkende klasse op de hals door een aangekondigde staking van het zorgpersoneel af te doen als een cadeautje aan Poetin. Het zorgpersoneel zou met z’n looneis alleen maar de inflatie verder aanwakkeren en daarmee de strategie van Poetin in de kaart spelen, namelijk om de explosief gestegen energieprijzen als wapen tegen Oekraïne en het Westen in te zetten. Volgens Zahawi zou het zorgpersoneel solidair moeten zijn met Oekraïne en dus af moeten zien van loonsverhoging, om zo de interne eenheid van de Westerse steun voor Oekraïne te bewaren. “Dit is geen tijd om verdeeld te zijn. We moeten samenwerken om, naar ik hoop, meneer Poetin een heel duidelijke boodschap te sturen dat hij energie niet op deze manier als wapen kan gebruiken”, aldus Zahawi.


Het zorgpersoneel van de NHS, de publieke zorgsector van het Verenigd Koninkrijk, had namelijk voor 20 december een staking aangekondigd uit protest tegen de bezuinigingen op de NHS, die inmiddels op omvallen staat. Het zorgpersoneel sluit zich daarmee aan bij werkers in de spoorwegen, het onderwijs en de post, die ook stakingen hebben aangekondigd voor december. Zij zien zich daartoe genoodzaakt vanwege de groeiende armoede door de geëxplodeerde energiekosten, die veel Britten dwingt te kiezen tussen heating or eating – een armoede die nog verergerd is door de negatieve impact van de Brexit op de Britse economie. Én natuurlijk door het recente debacle met de mislukte Thatcher-lookalike Liz Truss, wiens neoliberale belastingplannen (lagere belastingen voor de allerrijksten) tot gigantische problemen voor de Britse economie hebben geleid. Veel pensioenfondsen dreigden daardoor om te vallen, waardoor veel Britten nu een lager pensioen kunnen verwachten.


Met andere woorden: de Conservatieven duwen de Britse economie met hun rechts-populistische, neoliberale wanbeleid dieper de grond in – en als gewone mensen daartegen in het geweer komen door hogere lonen te eisen, wordt hen bij monde van de conservatieve leider Zahawi doodleuk verteld dat ze Poetin in de kaart spelen en verraad plegen aan de Westerse solidariteit met Oekraïne. Gevolg? Alom verontwaardiging over de conservatieve hypocrisie van Zahawi en nóg meer boze werknemers die vastbesloten zijn om het land tijdens de feestdagen met een algemene staking plat te leggen. Solidariteit is inderdaad een gevaarlijk woord voor de elite.


Klimaatrechtvaardigheid, óók in eigen land

Ook voor klimaatbeleid geldt dat het alleen succesvol kan zijn als er serieus werk wordt gemaakt van solidariteit, dus als de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. De recente klimaattop in Egypte heeft wat dat betreft een voorzichtige eerste stap voorwaarts gezet met de afspraak dat arme landen door rijke landen gecompenseerd zullen worden voor klimaatschade, zoals de overstroming in Pakistan of de historische droogte en hongersnood in de Hoorn van Afrika. Dit beoogde schadefonds is een eerste stap in de richting van klimaatrechtvaardigheid, omdat de rijke landen met hun economische groei van de laatste 150 jaar dé grootste aanjagers van klimaatverandering zijn geweest, terwijl de rampzalige gevolgen daarvan vooral bij de arme landen in het globale zuiden terecht zijn gekomen, terwijl zij nauwelijks broeikasgassen hebben uitgestoten.


Maar voor échte klimaatrechtvaardigheid is natuurlijk veel meer nodig. Ten eerste moeten we beseffen dat deze ‘klimaat-tegenstelling’ tussen rijke en arme landen óók binnen de rijke landen zelf speelt, namelijk in de klassen-tegenstelling tussen de rijke elite en de niet-rijke meerderheid. De eenvoudige waarheid is dat hoe rijker je bent, hoe groter je ecologische voetafdruk en hoe meer verantwoordelijkheid je draagt voor klimaatverandering en de bredere ecologische crisis. Dan gaat het enerzijds om de luxe-consumptie van de rijken – grotere huizen, megajachten, vaker vliegen, etc. – die veel zwaarder op de planeet drukt dan de veel bescheidenere consumptie door minder vermogenden. Zo blijkt uit recent onderzoek dat Amerikaanse miljardairs met hun luxe-consumptie ruim 500 keer meer CO2 uitstoten dan de gemiddelde Amerikaan – en in andere rijke landen zal die verhouding niet veel anders zijn. Maar het gaat ook om de ecologische voetafdruk van de economische activiteiten die nodig zijn om de welvaart van de rijken in stand te houden. De rijkste één procent van de wereldbevolking (die allemaal minstens miljonair zijn) harkt jaarlijks ongeveer een kwart binnen van het mondiale BNP. Dit betekent, aangezien alle economische activiteiten in meer of mindere mate gepaard gaan met uitstoot van broeikasgassen en grondstoffenverbruik, dat de rijkste één procent verantwoordelijk is voor grofweg 25 procent van alle ecologische schade die ‘onze’ economieën aanrichten.


Cadeautjes aan het fossiele grootkapitaal

Kortom, willen we écht klimaatrechtvaardigheid, dan mag er van de rijke minderheid een substantieel groter offer verwacht worden. Maar in Nederland is daar geen sprake van, integendeel zelfs. De lusten en lasten van het Nederlandse klimaatbeleid zijn zeer ongelijk verdeeld. Zoals Milieudefensie-directeur Donald Pols in een interview uitlegt: “Bij het huidige neoliberale beleid is het zo dat de arme huishoudens relatief gezien drie tot vier keer meer energiebelasting betalen dan rijke huishoudens. Van dat belastinggeld gaat 80 procent naar het financieren van de groene transitie bij de grote bedrijven. Van de 20 procent die overblijft gaat ook nog eens 80 procent naar de hogere inkomens, voor subsidies op zonnepanelen, elektrische auto’s en dergelijke. Die subsidies krijg je alleen als je er zelf voor kiest om zonnepanelen te nemen of je huis te isoleren. Maar dan moet je wel al een eigen huis hebben en genoeg geld hebben om zo’n beslissing te kunnen nemen. Voor de lagere inkomens is dat gewoon niet te doen. Dus zij betalen relatief wel meer energiebelasting, maar krijgen daar veel minder voor terug. Dat is oneerlijk en inefficiënt beleid.”


Het absolute toppunt van dit onrechtvaardige, irrationele beleid is wel de 17,5 miljard euro aan verkapte subsidies die de Nederlandse staat jaarlijks uitkeert aan de fossiele industrie – dus precies aan die sector die het meeste schuldig is aan de klimaatcrisis. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wil zelf geen inzicht geven in de hoeveelheid subsidie aan deze sector, maar op basis van publiek beschikbare informatie is berekend dat het tenminste vijf procent van de hele rijksbegroting betreft. Het totale ­bedrag is minstens drie keer groter dan de klimaatbegroting! Niet alleen handelt de regering zo in strijd met het Parijse klimaatakkoord van 2015, waarin landen – inclusief Nederland – afgesproken hebben te stoppen met fossiele subsidies. Maar de regering steekt zo ook een levensgrote middelvinger op naar alle Nederlanders die zich inzetten voor duurzaamheid en klimaatneutraliteit. Terwijl zíj zich kosten noch moeite besparen om milieubewuster te leven, gebruikt de staat óns belastinggeld om jaarlijks een miljardencadeautje te geven aan de toch al superrijke aandeelhouders van de vervuilende fossiele industrie. Het ideaal van solidariteit – de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten – is hier volledig op z’n kop gezet. 


Wat als we nou eens kappen met deze cadeautjes aan de fossiele industrie? En wat als we het zo vrijgekomen bedrag van 17,5 miljard per annum gebruiken om de exploderende energiekosten en boodschappenprijzen voor de armste Nederlanders te compenseren? Dát is pas solidariteit! Dát is de beste manier om brede steun te houden voor de sancties tegen Rusland.