Showing posts with label ongelijkheid. Show all posts
Showing posts with label ongelijkheid. Show all posts

Breek met het dogma van economische groei

Verschenen bij: JOOP BNNVARA, 9 maart 2023. 

Gisteren hield de internationaal gerenommeerde economisch antropoloog Jason Hickel in Tweede Kamer een pleidooi voor degrowth oftewel post-groei. Deze gebeurtenis kan met recht historisch worden genoemd. Dat een gezonde economie een groeiende economie is, is immers sinds de Tweede Wereldoorlog in álle ontwikkelde landen een onaantastbaar dogma, een heilige geloofsbelijdenis bijna. Maar zoals Hickel in alle duidelijkheid liet zien, nu is de tijd gekomen om dit dogma te herzien:


“Men denkt dat het huidige kapitalistische systeem werkt, en dat is duidelijk niet het geval. Volgens de groeicijfers gaat het goed met de economie in Nederland, maar tegelijkertijd is er nog niet voor iedereen voedselzekerheid en betaalbare huisvesting. We moeten ons focussen op wat belangrijk is voor het menselijk welzijn, niet op groei en winst.”


Hickel wijst er ook op dat de ongekende economische groei van de afgelopen decennia – de great acceleration – dé grote aanjager is geweest van de huidige klimaatcrisis en bredere ecologische crisis. Een groeiende economie betekent immers ook evenredige groei in grondstoffenverbruik, afvaluitstoot, bodemuitputting, overbevissing, bomenkap, groeiende veestapels, etc. Dit is op termijn simpelweg onhoudbaar. Het is bekend dat we vijf aardes nodig hebben als de gehele wereldbevolking dezelfde levensstandaard zou genieten als de gemiddelde Amerikaan. We hebben echter maar één aarde, waar we heel zuinig op moeten zijn. We moeten dus leren om met minder welvaart genoegen te nemen, maar dat kan alleen als we ook leren om welvaart eerlijker te verdelen. Als de mensen in ontwikkelde landen een stapje terug in welvaart moeten doen, terwijl we de gigantische kloof tussen rijk en niet-rijk laten bestaan, dan zal er nooit voldoende draagvlak voor degrowth komen.


Degrowth, een groeiende beweging
Het pleidooi van Hickel sluit aan bij een lange reeks van eerdere oproepen van wetenschappers en maatschappelijke organisaties om de ‘gezondheid’ van economieën niet langer af te meten aan eenzijdige economische groei (met name BBP-groei) maar daarvoor gebruik te maken van bredere indicatoren die uitgaan van menselijk, dierlijk en ecologisch welzijn. Dergelijke alternatieve indicatoren voor economische gezondheid zijn er volop, zoals de Brede Welvaartsindicator (BWI), de Genuine Progress Indicator (GPI) of de Better Life Index (BLI). 


Deze oproepen om de gezondheid van economieën niet langer aan BBP-groei af te meten, klinken steeds luider. Een goed voorbeeld is de revolutionaire tweet van António Guterres, de secretaris-generaal van de VN, van 6 juni 2022: “Als we bossen vernietigen, aan overbevissing doen of kolen verbranden, dan verhogen we het bruto binnenlands product. Het is tijd om het boekhoudsysteem te veranderen dat de vernietiging van de planeet voorstelt alsof het de productie van rijkdom is.” Net als het pleidooi van Hickel in de Tweede Kamer kan deze tweet van Guterres met recht historisch genoemd worden. Achter Guterres’ onschuldig ogende term “boekhoudsysteem” gaat immers een heel economisch systeem schuil; daarin schuilt het revolutionaire van zijn tweet. Breken met BBP-groei als indicator van economische gezondheid betekent breken met het kapitalisme als zodanig – iets waaraan de politieke elite z’n vingers niet wil branden. Daarvoor zijn ze te verstrengeld met het bedrijfsleven en de rijke elite. 


Tot nu toe blijft de heersende politiek dan ook angstvallig weg van dergelijke alternatieven. Het tekent de moed en wijsheid van Guterres dat hij daar lak aan heeft. Zijn boodschap is simpel maar des te urgenter: als we doorgaan op de huidige weg waarin alles opgeofferd wordt aan economische groei – waar bovendien alleen de rijken écht van profiteren – dan hebben we op den duur geen leefbare planeet meer over. 


BBP-groei: een omstreden indicator
Het BBP (bruto binnenlands product) geeft simpel gezegd aan wat we jaarlijks met z'n allen in een land verdienen. Of het nu gaat om inkomen uit arbeid (loon) of uit bezit (rente, dividend, huur en pacht), het wordt in het BBP allemaal op één hoop gegooid. En aan de groei van die hoop wordt de gezondheid van een economie afgemeten, waarbij een jaarlijks groeipercentage van drie procent als ideaal geldt. Dat is het heersende dogma sinds de Tweede Wereldoorlog. 


Toch zijn er altijd ook tegengeluiden geweest. Zo hebben Nobelprijswinnaars Joseph Stiglitz en Amartya Sen zich in 2010 duidelijk tegen het blindstaren op BBP-groei uitgesproken. In 2018 riepen 238 wetenschappers de Europese Commissie op om economische groei los te laten en zich in plaats daarvan te richten op menselijk welzijn en ecologische stabiliteit. Het jaar daarop publiceerden meer dan 11.000 wetenschappers uit ruim 150 landen een artikel met een oproep aan regeringen om “hun aandacht te verleggen van het najagen van economische groei en overvloed naar het behoud van ecosystemen en de verbetering van het menselijk welzijn”. Zelfs de bedenker van de BBP-indicator in de jaren ‘30, de Amerikaanse econoom Simon Kuznets, waarschuwde dat BBP-groei lang niet alles zegt over de gezondheid van een economie en dat het zelfs schadelijk kan zijn om BBP-groei als belangrijkste criterium te nemen. “Het welzijn van een land kan amper worden afgelezen aan het meten van het nationaal inkomen”, aldus Kuznets. 


Economen als Kuznets, Stiglitz en Sen bleven helaas roependen in de woestijn: ondanks hun waarschuwingen groeide het concept van BBP-groei uit tot dé belangrijkste indicator van economische gezondheid. Daar lijkt daar nu langzaam en aarzelend verandering in te komen, getuige de tweet van VN-baas Guterres en Hickels pleidooi in de Tweede Kamer. Hoopgevend is ook dat de ideeën van de degrowth-beweging tevens de belangstelling hebben van de Europese Commissie, waar Hickel in mei aanschuift voor een gesprek. Het is echter van het allergrootste belang dat degrowth-ideeën niet van bovenaf worden opgelegd, maar dat de bredere bevolking daarin wordt meegenomen. Anders kweek je alleen maar tegenstand tegen broodnodige vooruitgang.


Schadelijke activiteiten dragen bij aan BBP-groei
De indicator van BBP-groei gooit, zoals gezegd, alle inkomsten uit economische activiteiten op één hoop en maakt geen onderscheid tussen goede economische activiteiten, die bijdragen aan algeheel welzijn en ecologische stabiliteit, en slechte economische activiteiten die ten koste gaan van welzijn en natuur. Zo worden de verdiensten van brievenbusfirma’s meegerekend in het BBP, terwijl deze firma’s juist belastingontwijking en -ontduiking mogelijk maken. Ook de verdiensten van economische activiteiten die extreem vervuilend zijn worden meegerekend in het BBP, terwijl de maatschappelijke, medische en ecologische kosten van die vervuiling buiten beschouwing worden gelaten.


De door gaswinning veroorzaakte aardbevingsschade in Groningen, bijvoorbeeld, draagt bij aan BBP-groei omdat die schade tot extra economische activiteit leidt (herstel- en versterkingswerkzaamheden) en dus tot extra inkomsten. Als je een heel bos kapt en het hout verkoopt, dan is dat goed voor het BBP. Als je een heel landschap kapot maakt door mijnbouw, dan is dat goed voor het BBP. Als door een olielek een heel natuurgebied geruïneerd wordt, dan is dat goed voor het BBP vanwege de kosten die gemaakt moeten worden voor het opruimen van de olie. 


We moeten hierbij ook bedenken dat deze schadelijke effecten van het blindstaren op BBP-groei niet alleen de natuur betreft maar ook de menselijke gezondheid, zowel lichamelijk als geestelijk. Als je mensen harder, sneller en langer laat werken, dan is dat goed voor het BBP ook al gaat het ten koste van levensgeluk en gezondheid. Het cynische daarbij is dat de medische kosten die zo in toenemende mate gemaakt moeten worden, op hun beurt weer bijdragen aan het BBP. Halleluja, de economie groeit! We worden er weliswaar steeds zieker van, maar een kniesoor die daarop let. We worden met z’n allen toch ook steeds rijker? Het is niet voor niets dat burnout inmiddels volksziekte nummer één is. Zoals de Duitse socioloog Hartmut Rosa in zijn boek Leven in een tijd van versnelling laat zien, is de burnout-epidemie hét symptoom van een economie die geobsedeerd is door permanente arbeidsproductiviteitsgroei en een algehele versnelling van het economisch leven.


BBP-groei zegt niets over ongelijkheid
Ook zegt BBP-groei niets over de verdeling van welvaart. Ook al wordt de kloof tussen rijk en niet-rijk steeds groter, zolang de optelsom van alle inkomsten bij elkaar maar blijft groeien gaat het ‘goed’ met de economie. Uit onderzoek blijkt echter dat naarmate de economische ongelijkheid in een land toeneemt, het gemiddelde welzijn juist afneemt. Mensen worden ongelukkig van ongelijkheid. Dat bleek bijvoorbeeld toen een internationaal team van onderzoekers een nieuwe indicator voor economische gezondheid ontwikkelde, het GPI (Genuine Progress Indicator), waarbij ook gekeken wordt naar kwalitatieve criteria zoals sociale cohesie, bereidheid tot vrijwilligerswerk, onderwijsniveau, sociale mobiliteit, niveau van criminaliteit en milieuvervuiling. Uit het onderzoek bleek dat terwijl het mondiale BBP steeds sterk is blijven groeien, het mondiale GPI sinds 1978 juist daalt. 


Zoomen we in op Nederland, dan zien we dat de economie ook hier steeds sterk is blijven groeien, terwijl het gemiddelde geluksniveau sinds 1997 gelijk is gebleven en sinds de uitbraak van de coronacrisis zelfs daalt. Wat voegt economische groei dan nog toe? BBP-groei wordt een doel op zich als er geen koppeling meer is met menselijk geluk. Dat is echter de omgekeerde wereld: economische groei moet dienstbaar zijn aan de mens, niet andersom. Binnen de huidige economische machtsverhoudingen is BBP-groei bovendien een aanjager van sociaal-economische ongelijkheid. De rijkste één procent ontvang nu jaarlijks meer dan 20 procent van het mondiale BBP, de rijkste vijf procent ontvangt zelfs 50 procent. En dit percentage van het BBP dat naar de allerrijksten gaat, groeit elk jaar. BBP-groei komt dus vooral de rijkere bovenlaag ten goede en wakkert zo de kloof tussen rijk en niet-rijk steeds verder aan. En, zoals gezegd: hoe groter de ongelijkheid, hoe lager het welzijn. 


Groei en de logica van het kapitalisme
We moeten ons dan ook serieus afvragen waarom we per se moeten groeien als dit, voorbij een bepaald welvaartsniveau, niks meer bijdraagt aan onze geluksbeleving of daar zelfs afbreuk aan doet. Waarom is groei heilig? We kunnen dit niet begrijpen zonder de aard van ons economisch systeem, het kapitalisme, in ogenschouw te nemen. Hoewel de ‘noodzaak’ van groei ook kan worden gekoppeld aan redenen naast het kapitalisme, met name om bevolkingsgroei mogelijk te maken, volgt deze noodzaak primair uit de logica van het kapitalisme zelf, waar bedrijfskapitalen immers moeten groeien om de onderlinge concurrentie aan te kunnen. Binnen het kapitalisme geldt: grow or die. Een bedrijf dat niet groeit, wordt door de concurrentie weggeduwd of opgeslokt. The big fish eat the little fish. Zo bezien is kapitalistische concurrentie dé motor achter economische groei. We zien dan ook dat multinationals steeds groter worden. Inmiddels zijn van de 100 grootste economische eenheden in de wereld er 69 geen natiestaat meer maar een multinational! (Voor het naargeestige toekomstscenario dat deze ontwikkeling schetst, zie het boek van David Korten When Corporations Rule the World.)


Binnen het kapitalisme is groei bovendien nodig om de bevoorrechte positie van de allerrijksten te rechtvaardigen. In een maatschappij met een diepe kloof tussen rijk en niet-rijk is economische groei nodig om de sociaal-economische onderklasse een minimum aan welvaart te gunnen, om zo sociale onrust en – God verhoede – revolutie te voorkomen. Zo zei de Amerikaanse econoom Henry Wallich dat “groei een substituut is voor gelijkheid van inkomen” (Wallich was bestuurder bij de Amerikaanse Federal Reserve, hij kan er dus niet van verdacht worden een ‘bevooroordeelde lefty’ te zijn). Dat wil zeggen: er moet groei zijn om ongelijkheid te compenseren, om de armen de kruimels te gunnen die van de tafel vallen zodat de rijken en superrijken kunnen blijven smullen van de échte voordelen van economische groei. 


Oneindige groei op een eindige planeet is onmogelijk
De economieën van ontwikkelde landen worden geacht jaarlijks een BBP-groei van gemiddeld drie procent te realiseren, een exponentiële groei dus. Maar, zoals iedereen met een beetje verstand van wiskunde weet, de curve van exponentiële groei gaat op den duur stijl omhoog. Het is niet meer dan gezond verstand dat dergelijke eindeloze exponentiële groei – met bijbehorende groei in grondstoffenverbruik en afvaluitstoot – simpelweg onhoudbaar is op een eindige planeet. Om ons een voorstelling te geven van de impact van exponentiële economische groei is het handig om te kijken naar de zogenoemde verdubbelingstijd: bij een jaarlijkse groei van drie procent verdubbelt de grootte van de economie elke 23.5 jaar. Stel je voor: om de 23.5 jaar hebben we te maken met twee keer zo veel energieverbruik, twee keer zo veel grondstoffenverbruik, twee keer zoveel bodemuitputting, twee keer zo veel boskap, twee keer zo veel visserij, etc. etc. Geen wonder dat de great acceleration van de afgelopen decennia tot een gigantische verergering van de ecologische crisis heeft geleid. Zoals natuurbeschermer David Attenborough zegt: “Een ieder die denkt dat je oneindige groei kan hebben in een eindige omgeving is ofwel een gek ofwel een econoom.” 


De gevaarlijk mythe van groene groei

We moeten hierbij ook waken voor de verleiding van ‘groene groei’ – d.w.z. de aanlokkelijke mogelijkheid die sommige (voornamelijk rechtse) economen en politici schetsen, waarbij we door technologische innovatie economische groei loskoppelen van schadelijke zaken als fossiele brandstoffen en grondstoffenverbruik. Als we de economie maar duurzaam genoeg maken, dan kunnen we gewoon blijven groeien zonder schade aan de natuur! Maar als iets te mooi klinkt om waar te zijn, dan is dat meestal ook zo. In het geval van groene groei blijkt dit uit diverse internationale wetenschappelijke studies die overduidelijk aantonen dat groene groei een mythe is, een zeer gevaarlijke mythe bovendien. 


Het probleem met groene groei is tweeledig. Ten eerste gaat exponentiële economische groei simpelweg te snel voor de technologische en industriële transitie naar een duurzame economie. De beschikbare hernieuwbare energie zal weliswaar groeien als we steeds meer zonnepanelen, windturbines en groene waterstofcentrales aanleggen. Maar de economie groeit nog veel sneller (exponentieel namelijk) en daarmee ook de behoefte aan energie. De beschikbare hernieuwbare energie zal dus voortdurend achterblijven bij de exponentieel groeiende energiebehoefte. Een behoefte die dan maar op de ouderwetse manier bevredigd moet worden, d.w.z. via fossiele brandstoffen, waarmee de klimaatcrisis verder wordt aangejaagd.


Ten tweede is zelfs hernieuwbare energie niet zonder ecologische voetafdruk. We hebben immers nog steeds grondstoffen nodig om al die zonnepanelen, windturbines, groene waterstofcentrales en elektrische auto’s te maken. Ook al is de economie dan ‘duurzaam’ geworden, economische groei zal nog steeds om almaar grotere hoeveelheden van deze grondstoffen vragen, met alle ecologische schade van dien. Een circulaire economie is binnen het dogma van economische groei simpelweg onmogelijk. Lithium, dat we nodig hebben voor batterijen (onder andere in elektrische auto’s), is een goed voorbeeld. Er lijkt genoeg lithium in de aardkorst te zitten om aan al onze behoeften te voldoen, maar het meeste ervan is erg moeilijk te bereiken. Dus om economische groei mogelijk te maken, zullen we lithium op ongekende schaal moeten ontginnen en met zeer agressieve mijnbouwtechnieken die flinke schade aan de natuur zullen aanrichten. Kortom, zelfs in het onwaarschijnlijke geval van een snelle en volledige transitie naar hernieuwbaar energie is exponentiële economische groei nog steeds onmogelijk zonder grote ecologische schade.


Het leven op aarde staat op het spel
Ondanks alle mooi klinkende internationale klimaatafspraken blijft de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen stijgen, zodat we aankijken tegen een mondiale opwarming van 3℃ in het jaar 2100 en mogelijk nog veel hoger. Dit is een werkelijk rampzalig scenario dat bol staat van dodelijke hittegolven, bosbranden, droogtes, verwoestijning, hongersnoden, verzurende oceanen, extreme stormen en massale overstromingen door bizarre regenval en een stijgende zeespiegel, met als gevolg naar schatting twee miljard klimaatvluchtelingen. Door de mondiale opwarming zal zo’n 30 tot 50 procent van de diersoorten uitsterven. 


Dan hebben we het nog niet eens over de bredere ecologische crisis door de voortschrijdende vernietiging van de natuur door milieuvervuiling, ontbossing voor veeteelt, overbevissing, bodemuitputting door agrarische monoculturen, massale insectensterfte door overbemesting en landbouwgif, en steeds agressievere vormen van olie- en gaswinning en andere mijnbouw (omdat de gezochte grondstoffen steeds dieper liggen). Als we doorgaan op de huidige weg, zullen de oceanen in 2050 meer plastic dan vis bevatten, om maar iets te noemen. 


Tellen we al deze factoren bij elkaar op, de mondiale opwarming plus de bredere ecologische crisis, dan wordt duidelijk dat we aankijken tegen het nachtmerriescenario van een massale uitsterving van leven op aarde. Een mass extinction event waarin er ook van de menselijke beschaving – voor zover dat nog wat voorstelt – weinig meer zal overblijven. Kortom, willen we een ramp voor de mensheid en de natuur in de toekomst vermijden, dan moeten we af van het dogma van economische groei. Dan moeten we BBP-groei als indicator voor economische gezondheid vervangen door een inclusievere en democratisch vastgestelde indicator die uitgaat van menselijk, dierlijk en ecologisch welzijn. Dan moeten we bovendien toe naar een economie met fors meer sociaal-economische gelijkheid, omdat anders het brede draagvlak voor degrowth niet valt te realiseren. 







Solidariteit is een gevaarlijk woord voor de elite

Verschenen in: Joop BNNVARA, 7-12-2022

Van alle kanten worden we opgeroepen tot solidariteit. We moeten solidair zijn met Oekraïne. We moeten solidair zijn met arme landen die het meeste getroffen worden door klimaatverandering maar daar het minste aan bijgedragen hebben. En we moeten solidair zijn met de natuur. Dus eet minder vlees! Verbruik minder energie! Laat je huis isoleren! Zet zonnepanelen op je dak! Koop een elektrische auto!


Vooropgesteld: ik deel al deze oproepen tot solidariteit volkomen. Maar het is wel opvallend dat hierbij steevast de belangrijkste vorm van solidariteit – die van rijk met niet-rijk – vergeten wordt, zeker als deze oproepen gedaan worden door de heersende elite. En dat is een grote fout, waarmee deze elite haar eigen draagvlak ondermijnt en onheil over zichzelf afroept. Want zolang de rijke minderheid op haar beurt niet solidair is met de niet-rijke meerderheid, klinken de oproepen aan de bevolking om toch vooral solidair te zijn en ‘offers te maken voor de goede zaak’ hol en hypocriet. En de bevolking weet dat: wij zijn niet achterlijk. Daarom zal er van bovengenoemde vormen van solidariteit – met Oekraïne, met armere landen, met de natuur – weinig terechtkomen als de rijke elite niet óók gevraagd wordt om offers te maken. Solidariteit betekent immers: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.


Solidariteit is daarom een gevaarlijk woord, zeker als de elite het tegen z’n eigen bevolking inzet. Dan kan het zich razendsnel als een boemerang tegen hen keren. In januari van dit jaar verslikte Rutte zich er al in toen hij klaagde over een gebrek aan solidariteit onder Nederlanders om samen de coronamaatregelen te dragen. Hij kreeg toen de wind van voren: met ruim 30 jaar neoliberaal beleid heeft de VVD stelselmatig de solidariteit in Nederland kapotgemaakt. Dat Rutte vervolgens een potje gaat zitten mopperen dat “de onderlinge solidariteit minder vanzelfsprekend lijkt te worden” is dan het toppunt van VVD-hypocrisie. 


Dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten?

Als we allemaal in naam van solidariteit een stapje terug in onze welvaart moeten doen, dan moeten de allerrijksten de grootste stap zetten. Dat is logisch, dat is wat solidariteit ís. Als de rijke minderheid zich aan die plicht onttrekt, geholpen door een politieke elite die haar stelselmatig de hand boven het hoofd houdt, dan wordt het draagvlak voor solidariteit ondergraven. Niet omdat mensen egoïstisch zouden zijn of niet begaan met Oekraïne, met arme landen, met de kelderende biodiversiteit of de rampzalige gevolgen van klimaatverandering – integendeel! Dit alles gaat heel veel mensen ontzettend aan het hart, gelukkig. Veel mensen snakken naar een solidaire samenleving, waar we nou eindelijk eens goed voor elkaar en voor de natuur gaan zorgen. Maar het is moeilijk om de ‘prijs van solidariteit’ te betalen als je ziet dat de allerrijksten zich stelselmatig aan die solidariteit onttrekken. Zo is Nederland nog steeds een belastingparadijs voor de grootste vermogens. 


Het is voor gewone werknemers moeilijk te accepteren dat zij geen inflatiecorrectie van zo’n 11 procent kunnen krijgen (‘want dat zou de inflatie alleen maar verder aanjagen’), terwijl de top van het Nederlandse bedrijfsleven er vorig jaar jaar met maar liefst 32 procent op vooruit is gegaan. De gemiddelde bestuursvoorzitter verdient nu veertig keer zoveel als een gemiddelde werknemer bij hetzelfde bedrijf. Dan is het voor die gemiddelde werknemer lastig te accepteren dat hij door de westerse boycot tegen Rusland nu geconfronteerd wordt met onbetaalbare energieprijzen en dito boodschappen. “Waarom betaal ik de prijs voor solidariteit met Oekraïne, terwijl mijn baas er in één jaar tijd 32 procent bij krijgt?”, zo vraagt deze werknemer zich geërgerd af. En terecht.


Oekraïne en klassenstrijd op z’n Brits

In het Verenigd Koninkrijk, toch al een land met traditioneel een heel scherpe klassentegenstelling, zien we momenteel welk onheil de heersende klasse over zichzelf afroept door solidariteit alleen van de niet-rijke meerderheid te vragen en niet van zichzelf. Zo haalde Nadhim Zahawi, de Iraaks-Britse voorzitter van de Conservatieve Partij, zich de woede en hoon van de Britse werkende klasse op de hals door een aangekondigde staking van het zorgpersoneel af te doen als een cadeautje aan Poetin. Het zorgpersoneel zou met z’n looneis alleen maar de inflatie verder aanwakkeren en daarmee de strategie van Poetin in de kaart spelen, namelijk om de explosief gestegen energieprijzen als wapen tegen Oekraïne en het Westen in te zetten. Volgens Zahawi zou het zorgpersoneel solidair moeten zijn met Oekraïne en dus af moeten zien van loonsverhoging, om zo de interne eenheid van de Westerse steun voor Oekraïne te bewaren. “Dit is geen tijd om verdeeld te zijn. We moeten samenwerken om, naar ik hoop, meneer Poetin een heel duidelijke boodschap te sturen dat hij energie niet op deze manier als wapen kan gebruiken”, aldus Zahawi.


Het zorgpersoneel van de NHS, de publieke zorgsector van het Verenigd Koninkrijk, had namelijk voor 20 december een staking aangekondigd uit protest tegen de bezuinigingen op de NHS, die inmiddels op omvallen staat. Het zorgpersoneel sluit zich daarmee aan bij werkers in de spoorwegen, het onderwijs en de post, die ook stakingen hebben aangekondigd voor december. Zij zien zich daartoe genoodzaakt vanwege de groeiende armoede door de geëxplodeerde energiekosten, die veel Britten dwingt te kiezen tussen heating or eating – een armoede die nog verergerd is door de negatieve impact van de Brexit op de Britse economie. Én natuurlijk door het recente debacle met de mislukte Thatcher-lookalike Liz Truss, wiens neoliberale belastingplannen (lagere belastingen voor de allerrijksten) tot gigantische problemen voor de Britse economie hebben geleid. Veel pensioenfondsen dreigden daardoor om te vallen, waardoor veel Britten nu een lager pensioen kunnen verwachten.


Met andere woorden: de Conservatieven duwen de Britse economie met hun rechts-populistische, neoliberale wanbeleid dieper de grond in – en als gewone mensen daartegen in het geweer komen door hogere lonen te eisen, wordt hen bij monde van de conservatieve leider Zahawi doodleuk verteld dat ze Poetin in de kaart spelen en verraad plegen aan de Westerse solidariteit met Oekraïne. Gevolg? Alom verontwaardiging over de conservatieve hypocrisie van Zahawi en nóg meer boze werknemers die vastbesloten zijn om het land tijdens de feestdagen met een algemene staking plat te leggen. Solidariteit is inderdaad een gevaarlijk woord voor de elite.


Klimaatrechtvaardigheid, óók in eigen land

Ook voor klimaatbeleid geldt dat het alleen succesvol kan zijn als er serieus werk wordt gemaakt van solidariteit, dus als de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. De recente klimaattop in Egypte heeft wat dat betreft een voorzichtige eerste stap voorwaarts gezet met de afspraak dat arme landen door rijke landen gecompenseerd zullen worden voor klimaatschade, zoals de overstroming in Pakistan of de historische droogte en hongersnood in de Hoorn van Afrika. Dit beoogde schadefonds is een eerste stap in de richting van klimaatrechtvaardigheid, omdat de rijke landen met hun economische groei van de laatste 150 jaar dé grootste aanjagers van klimaatverandering zijn geweest, terwijl de rampzalige gevolgen daarvan vooral bij de arme landen in het globale zuiden terecht zijn gekomen, terwijl zij nauwelijks broeikasgassen hebben uitgestoten.


Maar voor échte klimaatrechtvaardigheid is natuurlijk veel meer nodig. Ten eerste moeten we beseffen dat deze ‘klimaat-tegenstelling’ tussen rijke en arme landen óók binnen de rijke landen zelf speelt, namelijk in de klassen-tegenstelling tussen de rijke elite en de niet-rijke meerderheid. De eenvoudige waarheid is dat hoe rijker je bent, hoe groter je ecologische voetafdruk en hoe meer verantwoordelijkheid je draagt voor klimaatverandering en de bredere ecologische crisis. Dan gaat het enerzijds om de luxe-consumptie van de rijken – grotere huizen, megajachten, vaker vliegen, etc. – die veel zwaarder op de planeet drukt dan de veel bescheidenere consumptie door minder vermogenden. Zo blijkt uit recent onderzoek dat Amerikaanse miljardairs met hun luxe-consumptie ruim 500 keer meer CO2 uitstoten dan de gemiddelde Amerikaan – en in andere rijke landen zal die verhouding niet veel anders zijn. Maar het gaat ook om de ecologische voetafdruk van de economische activiteiten die nodig zijn om de welvaart van de rijken in stand te houden. De rijkste één procent van de wereldbevolking (die allemaal minstens miljonair zijn) harkt jaarlijks ongeveer een kwart binnen van het mondiale BNP. Dit betekent, aangezien alle economische activiteiten in meer of mindere mate gepaard gaan met uitstoot van broeikasgassen en grondstoffenverbruik, dat de rijkste één procent verantwoordelijk is voor grofweg 25 procent van alle ecologische schade die ‘onze’ economieën aanrichten.


Cadeautjes aan het fossiele grootkapitaal

Kortom, willen we écht klimaatrechtvaardigheid, dan mag er van de rijke minderheid een substantieel groter offer verwacht worden. Maar in Nederland is daar geen sprake van, integendeel zelfs. De lusten en lasten van het Nederlandse klimaatbeleid zijn zeer ongelijk verdeeld. Zoals Milieudefensie-directeur Donald Pols in een interview uitlegt: “Bij het huidige neoliberale beleid is het zo dat de arme huishoudens relatief gezien drie tot vier keer meer energiebelasting betalen dan rijke huishoudens. Van dat belastinggeld gaat 80 procent naar het financieren van de groene transitie bij de grote bedrijven. Van de 20 procent die overblijft gaat ook nog eens 80 procent naar de hogere inkomens, voor subsidies op zonnepanelen, elektrische auto’s en dergelijke. Die subsidies krijg je alleen als je er zelf voor kiest om zonnepanelen te nemen of je huis te isoleren. Maar dan moet je wel al een eigen huis hebben en genoeg geld hebben om zo’n beslissing te kunnen nemen. Voor de lagere inkomens is dat gewoon niet te doen. Dus zij betalen relatief wel meer energiebelasting, maar krijgen daar veel minder voor terug. Dat is oneerlijk en inefficiënt beleid.”


Het absolute toppunt van dit onrechtvaardige, irrationele beleid is wel de 17,5 miljard euro aan verkapte subsidies die de Nederlandse staat jaarlijks uitkeert aan de fossiele industrie – dus precies aan die sector die het meeste schuldig is aan de klimaatcrisis. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wil zelf geen inzicht geven in de hoeveelheid subsidie aan deze sector, maar op basis van publiek beschikbare informatie is berekend dat het tenminste vijf procent van de hele rijksbegroting betreft. Het totale ­bedrag is minstens drie keer groter dan de klimaatbegroting! Niet alleen handelt de regering zo in strijd met het Parijse klimaatakkoord van 2015, waarin landen – inclusief Nederland – afgesproken hebben te stoppen met fossiele subsidies. Maar de regering steekt zo ook een levensgrote middelvinger op naar alle Nederlanders die zich inzetten voor duurzaamheid en klimaatneutraliteit. Terwijl zíj zich kosten noch moeite besparen om milieubewuster te leven, gebruikt de staat óns belastinggeld om jaarlijks een miljardencadeautje te geven aan de toch al superrijke aandeelhouders van de vervuilende fossiele industrie. Het ideaal van solidariteit – de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten – is hier volledig op z’n kop gezet. 


Wat als we nou eens kappen met deze cadeautjes aan de fossiele industrie? En wat als we het zo vrijgekomen bedrag van 17,5 miljard per annum gebruiken om de exploderende energiekosten en boodschappenprijzen voor de armste Nederlanders te compenseren? Dát is pas solidariteit! Dát is de beste manier om brede steun te houden voor de sancties tegen Rusland. 





Poetin, Baudet en de Dreiging van het Fascisme

De maskers van rechts-populistische politici als Trump en Baudet zijn afgevallen. Daarachter zien we het grijnzende gelaat van de Hitler van onze tijd, Vladimir Poetin. Rechts-populistische partijen als Forum voor Democratie blijken verlengstukken te zijn van Poetins al jaren durende poging om het Westen te destabiliseren en onze democratieën te ondermijnen.

 

Natuurlijk is er meer aan de hand: de opkomst van het rechts-extremisme kan niet alleen aan Poetin geweten worden. Het Westen kampt al veel langer met grote interne problemen die racisme en fascisme in de hand werken; hier hoefde Poetin alleen maar tendensen aan te wakkeren die sowieso al aanwezig waren. Maar waar komen deze tendensen vandaan? Hierbij loont het de moeite om goed te kijken naar de parallellen met de opkomst van het fascisme in de jaren ‘30 van de vorige eeuw – een opkomst die uiteindelijk resulteerde in de Tweede Wereldoorlog. Net zoals wij nu op de rand staan van een Derde Wereldoorlog…

 

Terug naar de jaren ‘30

De westerse wereldorde bevindt zich al jaren in een verdiepende crisis, aangedreven door het neoliberale hyperkapitalisme, de almaar groeiende kloof tussen tussen arbeid en kapitaal, tussen rijk en niet-rijk (nog verergerd door de coronapandemie) én de escalerende klimaatcrisis. Nu de gierende inflatie ook haar duit in het zakje doet, kan deze crisis razendsnel ontsporen in een regelrechte economische crash.

In het licht van deze complexe crisis moet de opkomst van het racisme, fascisme en het bijbehorende complot-‘denken’ begrepen worden. De parallellen met de opkomst van het fascisme in de jaren ‘30 van de vorige eeuw zijn opvallend. Net als nu bevond het kapitalisme zich toen in een diepe crisis, de Great Depression, waardoor wereldwijd de armoede en maatschappelijke onvrede enorm toenamen. Het fascisme ontstond als een manier om die onvrede te kanaliseren op zo’n manier dat het kapitalistische systeem daardoor niet geraakt werd, namelijk door de onvrede te projecteren op fictieve oorzaken, zoals in de nazi-mythe van het Joodse complot.

De huidige complottheorieën hebben precies dezelfde functie: ze projecteren de maatschappelijke onvrede op fictieve oorzaken, zoals ‘de satanistische pedofielen’ van ‘de mondiale linkse elite’ die met de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties een totalitair systeem à la China willen vestigen, de zogenaamde “Great Reset” – een complottheorie die zo gestoord is dat het weinig zin heeft om er inhoudelijk op in te gaan.

Binnen het extreemrechtse complot-‘denken’ blijft de échte oorzaak van de crisis, het disfunctioneren van het neoliberale kapitalisme, buiten schot. Ook de racistische afleidingsmanoeuvre, die de oorzaak van de crisis bij ‘de buitenlanders’ legt, hoort bij deze extreemrechtse strategie.

Complottheorieën als QAnon of de Great Reset klinken misschien radicaal, maar ze vormen totaal geen bedreiging voor de kapitalistische machtsverhoudingen die de échte wortel van de crisis vormen. Daarom worden complottheorieën ook verspreid en daarom zijn ze ook zo populair. Ze zijn een gemakzuchtige manier om de onvrede te kanaliseren zonder het systeem daadwerkelijk te hoeven veranderen. 

Door juist ‘linkse’ politici tot doelwit van deze complottheorieën te maken, beschermt het kapitalisme zich des te beter tegen linkse hervormingen – hervormingen die juist nu in tijden van economische crisis keihard nodig zijn. Niet voor niets was ook het fascisme uit de jaren ‘30 rabiaat anti-socialistisch. 

En net als toen hebben ook nu de complottheorieën een uitgesproken antisemitisch karakter, bijvoorbeeld als ze zich richten op de Joodse miljardair George Soros. De nazi-mythe van het Joodse complot leeft voort in het huidige complot-‘denken’. En zoals altijd gaat ook nu de opkomst van het fascisme gepaard met geweld, haat en discriminatie, zoals vreemdelingenhaat, antisemitisme, vrouwenhaat en LHBTI-haat. Oproepen tot geweld (“Er komen tribunalen”), verbale intimidaties en doodsbedreigingen door misleidde of gestoorde volgelingen van Baudet en Willem Engel zijn aan de orde van de dag.

 

Poetin als ‘Sterke Leider’ 

Fascisme is van nature anti-democratisch. Het gaat uit van de cultus van de ‘Sterke Leider’ en heeft geen vertrouwen in de democratie als hét middel tot collectieve probleemoplossing. In dat kader moet de bizarre verering voor Poetin begrepen worden door figuren als Trump, Nigel Farage, Marine le Pen en Baudet, die zelfs een beetje verliefd op Poetin lijkt te zijn en deze gruwelijke massamoordenaar een “viriele vent” noemt. Rechts-populistische politici zien in Poetin de grote, sterke, witte, masculiene leider en daadkrachtige uitdager van de in hun ogen ‘slappe’ en ‘verwijfde’ westerse democratie. Ook Geert Wilders heeft in het verleden gedweept met Poetin en heeft zich tijdens een bezoek aan Rusland een vriendschapsspeldje op laten spelden, terwijl het MH17-proces in volle gang was…

Deze giftige liefde kwam van beide kanten: zoals Trump, Farage, Le Pen, Baudet en Wilders een fascistische bewondering koesteren voor Poetin als Sterke Leider, zo houdt Poetin op zijn beurt van de rechts-populistische politici in het Westen. Zeer zeker niet uit bewondering, maar puur uit strategisch eigenbelang: figuren als Trump en Baudet zijn de “bruikbare idioten” die Poetin inzet om het Westen van binnenuit te verzwakken. Waarom? Heel eenvoudig: de westerse democratie is levensgevaarlijk voor de dictator Poetin.

 

Aanval op de democratie 

Poetin is er alles aan gelegen om chaos te zaaien in westerse landen, om zo het ideaal van de westerse democratie onderuit te halen. Daarom draait hij de gaskraan naar het Westen steeds verder dicht en drukt hij overal waar hij maar kan de democratie hardhandig de kop in. Zoals twee jaar geleden in Wit-Rusland, waar collega-dictator Loekasjenko met behulp van Poetin de democratische protesten tegen zijn regime met bruut geweld heeft neergeslagen. 

Voor elke dictator is democratie immers de grootste vijand. Mede daarom is Poetin Oekraïne binnengevallen: Oekraïne was en is gelukkig nog steeds een ontluikende democratie en vormt daarmee een ‘groot gevaar’ voor buurland Rusland. Want stel je voor dat de Russen geïnspireerd zouden raken door het Oekraïense voorbeeld?! Dat kon Poetin echt niet laten gebeuren.

Maar het gaat Poetin niet alleen om het onderuit halen van het westerse ideaal van democratie; het gaat hem ook om het regelrecht verzwakken van het Westen. Een intern verdeeld Westen staat immers minder in de weg van Poetins imperialistische ambities, zijn gedroomde herstel van het ‘Grote Russische Rijk’ ten tijde van de Tsaren en de Sovjet-Unie. Dáárom voelt Poetin zich bedreigd door de NAVO, niet omdat de NAVO een bedreiging zou vormen voor Rusland zelf (want dat is niet zo), maar omdat de NAVO als enige een stokje kan steken voor Poetins imperialistische uitbreidingsplannen. Loekasjenko heeft al eerder dit jaar laten doorschemeren, waarschijnlijk per ongeluk, dat ook Moldavië op het menu van Poetin staat. En ook Georgië en de Baltische staten vrezen zeer terecht een Russische inval.

Vandaar Poetins niet aflatende poging om tweedeling en verwarring te zaaien in het Westen door het online verspreiden van nepnieuws en complottheorieën via Russische trollen en bots. En deze campagne tegen de westerse democratie nam óók de vorm aan van financiële steun aan rechts-populistische politici zoals Nigel Farage, Marine le Pen en Baudet. Van Farage en Le Pen is bekend dat ze geld vanuit Russische hoek hebben ontvangen. De Brexit, waardoor de EU en het VK tegen elkaar zijn uitgespeeld, is mede door Russisch geld mogelijk gemaakt.

Ook Baudet lijkt Russisch geld aangenomen te hebben. Het heeft er alle schijn van dat hij in de aanloop naar het Oekraïne-referendum van 2016 nauw samenwerkte met een aan het Kremlin verbonden Rus. In appberichten, die door Zembla en De Nieuws BV naar buiten zijn gebracht, verwijst Baudet naar betalingen van deze man, die hij omschrijft als “een Rus die werkt voor Poetin”. Volgens lolbroek Baudet waren deze berichten bedoeld als “grapjes”, maar voormalig FvD-bestuurslid Henk Otten zag destijds de humor er niet van in en waarschuwde Baudet meermaals voor Russische invloeden.

 

Inmenging in Amerikaanse verkiezingen 

Poetins campagne om het Westen te destabiliseren door middel van online nepnieuws en complottheorieën bereikte een hoogtepunt tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 en 2020. De Mueller-commissie, die in opdracht van de Amerikaanse Senaat onderzoek deed naar mogelijke illegale samenwerking tussen Trump en de Russen, vond uiteindelijk geen bewijs voor samenwerking maar wel voor Russische inmenging in de verkiezingen van 2016 “in sweeping and systematic fashion”.

Poetin zag heel duidelijk dat Trump een splijtzwam zou zijn in de westerse democratieën en dat het daarom lonend was om Trump te steunen. Dit gebeurde bijvoorbeeld door het lekken van gehackte informatie, zoals de gestolen emails van Hillary Clintons campagne-team. Ook het verspreiden van de QAnon-complottheorie – waarin Trump een messiaanse rol krijgt toebedeeld in het ontmaskeren van de linkse, satanistische ‘deep state’ – speelde een grote rol in de Russische desinformatie-campagne, zoals bleek uit onderzoek door persbureau Reuters. Ook tijdens de Amerikaanse verkiezingen van 2020 hebben de Russen een desinformatie-campagne gevoerd met als doel het beschadigen van Biden.

Dat Trump uiteindelijk op de proppen kwam met zijn Grote Leugen over verkiezingsfraude door de Democraten ‒ een leugen die culmineerde in de gewelddadige bestorming van het Capitool door Trump-aanhangers ‒ moet Poetin als muziek in de oren hebben geklonken. Zijn doel was om de Amerikaanse democratie te destabiliseren middels een online desinformatie-campagne; dat Trump uiteindelijk zelf probeerde om die democratie middels een coup om zeep te helpen was meer dan Poetin ooit had kunnen dromen.

 

Fascisme: een tikkende tijdbom 

Poetins aanval op Oekraïne heeft alles op scherp gezet. Het is een demasqué: de maskers van rechts-populistische politici als Trump en Baudet zijn definitief afgevallen. En achter die maskers zien we het grijnzende gelaat van de Hitler van onze tijd, Vladimir Poetin. Zijn imperialistische, moorddadige, terroristische dictatuur is het summum van fascisme. En de rechts-populistische politici in het Westen zijn zijn werktuigen, al dan niet met financiële steun vanuit Rusland. Als we hier niet tegen opstaan, dan blijft het gif van fascisme voortwoekeren en onze democratische rechtsstaat ondermijnen.

De toekomst is wat dat betreft weinig rooskleurig. We weten van de jaren ‘30 dat economische crisis altijd een vruchtbare voedingsbodem is voor vreemdelingenhaat en het fascistische verlangen naar een Sterke Leider. En die economische crisis zit er duidelijk aan te komen. De wereldwijde schuldenberg – een “tikkende tijdbom” volgens professor Jan Rotmans – is inmiddels tot recordhoogte gestegen. Het wachten is op het moment dat door de almaar stijgende inflatie de eerste particulieren, bedrijven en landen niet meer aan hun schulden kunnen voldoen, met een kettingreactie van faillisementen en staatsbankroeten tot gevolg. Italië en zelfs Groot-Brittannië staan al economisch op omvallen.

Nout Wellink, de oud-president van De Nederlandsche Bank, sprak zich recent in zeer alarmerende bewoording uit over de historisch hoge schuldenlast in combinatie met de huidige inflatie: “Als je het stro klaar legt en de benzine eroverheen giet, dan gebeurt er niks. Tot er een lucifer bij gehouden wordt.” Poetins oorlog tegen Oekraïne en de daardoor veroorzaakte energiecrisis zouden best wel eens die lucifer – of vlammenwerper – kunnen zijn.

Het is nu al zo dat vluchtelingen aan de grenzen van Europa met steeds meer geweld worden behandeld. De vluchtelingen uit Oekraïne werden tot voor kort nog met open armen in Europa ontvangen. Maar hoe lang zal onze solidariteit met vluchtelingen nog duren als de economische malaise echt toeslaat? En wat als deze vluchtelingen geen witte Europeanen zijn, zoals de Oekraïners, maar mensen met een andere etnische achtergrond? Dan kan de vreemdelingenhaat ineens heel hard om zich heen slaan. De opvangcrisis in Ter Apel heeft al laten zien dat onze solidariteit vrij beperkt is, zeker als gaat om vluchtelingen met een kleurtje. Wees daarom waakzaam! Laten we onze medemenselijkheid streng bewaken en geef fascisme en racisme geen kans! Dit is een herschreven versie van een artikel dat eerder verscheen bij Joop, 10-2-2022.









Links en de Crisis van het Neoliberale Kapitalisme

 

De huidige neoliberale wereldorde begint steeds meer tekenen van verval te vertonen: een uit de hand lopende klimaat- en biodiversiteitscrisis, steeds extremere ongelijkheid tussen rijk en niet-rijk, steeds sterkere tegenstellingen in de samenleving, mede gevoed door de opkomst van extreem-rechts en bijbehorende complottheorieën. In dit artikel betoog ik dat wij als wereldwijde mensheid nu op een T-splitsing staan. Slaan we linksaf? Of rechtsaf?

We kunnen rechts afslaan en doorgaan met business as usual, dus doormodderen op de oude weg en ons in slaap laten sussen door de rechtse politiek die zegt dat de problemen op magische wijze ‘vanzelf’ opgelost zullen worden: ‘Als we de vrije markt gewoon z’n werk laten doen, dan komt het allemaal wel goed…’ Of we slaan links af en kiezen massaal voor een links alternatief voor het huidige neoliberale kapitalisme. Dit is de keuze voor een eerlijke, groene en gezonde samenleving, met een eerlijke verdeling van de welvaart, met gelijke kansen voor iedereen, een samenleving waar je kunt zijn wie je wil zijn, zonder racisme of enige andere vorm van discriminatie, en waar de economie niet ten koste gaat van de natuur waar we allemaal afhankelijk van zijn.

In dit artikel wil ik laten zien dat als we de stap naar rechts zetten, de menselijke beschaving binnen tientallen jaren weg zal zinken in catastrofale klimaatverandering, in fascisme, in racisme en andere vormen van discriminatie en in politieke chaos. De stap naar links is levensnoodzakelijk, maar daarvoor is een drastische hervorming van de kapitalistische economie een vereiste.

Om een radicaal sociale en groene samenleving dichterbij te brengen moet de huidige macht van de kapitalistische klasse over de rest van de samenleving gebroken worden. Van de 100 grootste economieën wereldwijd zijn er 69 multinationals; dat tekent de enorme macht van het grootkapitaal in onze wereld. Nu bezit 1% van de wereldbevolking meer dan 50% van alle rijkdom, terwijl 50% van de wereldbevolking in armoede leeft, 10% daarvan zelfs in extreme armoede. Dat moet anders! De economie moet dienstbaar worden aan de gehele mensheid en de natuur, niet alleen aan een kleine elite die de vruchten ervan plukt terwijl de rest van de mensheid steeds verder in armoede, schulden en verslaving wegzakt en opgezadeld wordt met catastrofale klimaatverandering. Hier ligt de huidige taak van de linkse politiek!


De neoliberale wortels van de huidige crisis
Om de huidige crisis van het kapitalisme te begrijpen moeten we terug naar de wortels ervan: de neoliberale globalisering die grofweg vanaf 1990 de wereld in z’n greep kreeg. In 1989 viel de Berlijnse Muur, in 1991 stortte het Sovjet communisme als geheel in. Het kapitalisme had gewonnen, linkse ideologieën als socialisme en communisme hadden verloren. Zo althans was het heersende sentiment in de publieke opinie. De Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama sprak van het “Einde van de Geschiedenis” omdat er geen redelijk alternatief meer voor het kapitalisme zou zijn. De neoliberalen promootten het kapitalisme met het zogenoemde TINA-argument: “There is no alternative…” In de film Wall Street (1987) vatte de super-kapitalist Gordon Gekko de tijdsgeest samen toen hij zijn gevleugelde woorden uitsprak: “Greed is good!”

In lijn met deze tijdsgeest pleitten neoliberale economen als Friedrich Hayek en Milton Friedman voor méér vrije markt en mínder overheid. Hun ideeën vonden gretig aftrek bij regeringsleiders als Reagan en Thatcher, gevolgd door vele anderen. Alles wat de overheid deed – zoals volkshuisvesting, zorgverzekeringen, publieke diensten als openbaar vervoer, water en energie – dat zou de vrije markt veel efficiënter en goedkoper kunnen. Overheidsbedrijven moesten geprivatiseerd worden, markten gedereguleerd. De belastingen, met name op vermogen en winst, moesten omlaag. Landen die daar niet aan meededen prezen zichzelf uit de markt: zij zagen de multinationals vertrekken naar andere landen die wel de belastingen verlaagden (de “race to the bottom”).

Kortom, het kapitalistische winststreven moest zoveel mogelijk vrij spel krijgen. Volgens het neoliberalisme was het alleen maar goed dat de rijken steeds rijker zouden worden; daar zou uiteindelijk iedereen van profiteren. Hun rijkdom zou namelijk “naar beneden sijpelen” naar de rest van de samenleving (“trickle-down economics”).

Het falen van het neoliberalisme
Zoals we nu allemaal weten vond dit "naar beneden druppelen" van rijkdom niet plaats. Integendeel, de ongelijkheden in rijkdom zijn alleen maar groter en groter geworden, tot het punt zelfs dat nu 1% van de wereldbevolking meer dan 50% van alle rijkdom bezit. Dit terwijl 50% van de wereldbevolking in armoede leeft en bijna 10% daarvan zelfs in extreme armoede. Het neoliberalisme heeft geleid tot een drastisch verzwakking van de werkende klasse tegenover de macht van de kapitalistische klasse. Dit blijkt alleen al uit het feit dat de lonen al tientallen jaren sterk achterblijven bij de stijging van de arbeidsproductiviteit en de bedrijfswinsten.

Het neoliberale beleid van de afgelopen 40 jaar heeft ertoe geleid dat de allerrijkste mensen amper tot geen belasting betalen. Nederland heeft daar zelf een groot aandeel in gehad: door het neoliberale beleid van de VVD is Nederland verworden tot een belastingparadijs voor grote bedrijven en superrijken die zo min mogelijk belasting willen betalen. Nederland staat wat dat betreft op de vierde plek, na de Britse Maagdeneilanden, de Kaaimaneilanden en Bermuda! Op deze manier werkt Nederland belastingontwijking en -ontduiking in de hand. Dit is allemaal geld dat níet wordt geïnvesteerd in groene energie en in sociale voorzieningen als zorg, onderwijs, volkshuisvesting, openbaar vervoer en een fatsoenlijk minimumloon. Terwijl van gewone werknemers wel wordt verwacht dat ze netjes belasting betalen, hoeven de superrijken dat blijkbaar niet te doen.

Daarbij komt dat de liberalisering van de financiële markten alleen maar heeft gezorgd voor instabiliteit en economische crises (zoals de kredietcrisis van 2008). Ook heeft de liberalisering en privatisering van de publieke diensten (zoals zorg, ov, post, water en energie, volkshuisvesting, telefonie, televisie) ze niet efficiënter en goedkoper gemaakt, integendeel. De huidige wooncrisis is daar een duidelijk voorbeeld van.

Zoals gezegd, het neoliberalisme betekende een fundamentele verzwakking van de machtspositie van de arbeidersklasse ten gunste van het kapitaal. Dít is de achterliggende oorzaak van de groeiende onvrede bij mensen en de daaruit volgende kloof tussen burger en politiek. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de onvrede vooral gevoeld wordt bij de traditionele arbeidersklasse, dat wil zeggen de lagere opleidings- en inkomensgroepen in de samenleving (zoals blijkt uit onderzoek door het CBS).

Zij zijn de mensen die het meeste te verduren hebben gehad van de neoliberale transformatie van de maatschappij, de mensen die hun koopkracht alleen maar achteruit hebben zien gaan, die de voedselbanken bezoeken omdat ze anders aan het eind van de maand niks te eten hebben, die geconfronteerd werden met almaar stijgende huren en zorgkosten, die met andere achterstandsgroepen (zoals etnische minderheden) samengepropt worden in arme en verloederde wijken, de mensen wiens positie op de arbeidsmarkt steeds ‘flexibeler’ is geworden (een eufemisme voor het feit dat ze als wegwerp-medewerkers worden behandeld). Het zijn deze mensen die ‒ met een lelijk woord ‒ “de verliezers van de neoliberale globalisering” worden genoemd.

En tot deze groep ‘verliezers’ die buiten de boot valt, behoren ook steeds vaker jongeren. Zoals Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie, in het NRC zei over de opmerkelijke heropleving van het communisme onder millennials: “Ze zijn op allerlei manieren fucked.” Ze gaan gebukt onder torenhoge studieschulden, om vervolgens geen vaste arbeidscontracten meer te kunnen krijgen, waardoor ze ook geen pensioen opbouwen. Ze hebben geen toegang tot de woningmarkt, want daar is alles schaars en onbetaalbaar geworden. En dan worden ze ook nog eens opgezadeld met een aanstormende klimaat- en biodiversiteitscrisis.

Klimaatverandering en kapitalisme
De groeiende klimaat- en biodiversiteitscrisis is inderdaad de kers op de taart van de huidige kapitalistische crisis. Het legt een bom onder de huidige machtsverhoudingen. Oliebedrijven als Shell en Exxon wisten al vanaf de jaren ‘70 dat CO2-uitstoot door de verbranding van fossiele brandstoffen tot een broeikaseffect zou leiden, maar ze hebben er destijds voor gekozen om deze cruciale informatie actief te verdoezelen. En dan is er ook nog de vlees- en zuivelindustrie die voor een groot deel medeverantwoordelijk is voor de klimaatverandering (én voor heel veel dierenleed) maar alle veranderingen richting een duurzaam bedrijfsmodel actief blokkeert. Nu dreigt de opwarming van de aarde binnen enkele tientallen jaren onbeheersbaar te worden en uit te monden in catastrofale klimaatverandering, waardoor het leven op aarde steeds moeilijker zal worden.

De kapitalistische elite zal de klimaatverandering wel uitzingen: zij trekken zich gewoon terug in hun gated communities op de mooiste en veiligste plekjes op aarde, met hun privé-legers om de rest van de mensheid buiten de deur te houden. Een mensheid die zal moeten zien te overleven op een totaal verpeste planeet.

Klimaatverandering is daarmee de ultieme “Verelendung” (Marx). Het zet het conflict tussen de werkende klasse en de kapitalistische klasse op scherp. Klimaatverandering zal ontzettend veel geld gaan kosten, zowel door de schade die het zal veroorzaken als door de enorme investeringen die nodig zijn voor het verduurzamen van de industrie en economie. De kapitalistische klasse heeft uiteraard geen zin om voor die kosten op te draaien en zal daarom proberen om deze kosten af te wentelen op de werkende klasse, die daardoor verder zal verarmen. Dit, zoals gezegd, terwijl 50% van de wereldbevolking nu al in (relatieve) armoede leeft en bijna 10% daarvan zelfs in extreme armoede. Door de corona-pandemie neemt deze armoede zelfs nog verder toe.

Het is duidelijk dat de kosten van klimaatverandering simpelweg niet op de werkende klasse afgewenteld kunnen worden: hier MOET het grootkapitaal het leeuwendeel van de kosten gaan dragen. Dit is niet meer dan rechtvaardig gezien alle neoliberale belastingcadeautjes die er de afgelopen decennia aan de superrijken en het grootkapitaal gegeven zijn.

Het neofascisme van politici als Trump en Baudet
Het neoliberale kapitalisme bevindt zich in een verdiepende crisis, aangedreven door klimaatverandering. In het licht van deze crisis moet de huidige opkomst van het fascisme en het bijbehorende complot-‘denken’ begrepen worden. De parallellen met de opkomst van het fascisme in de jaren ‘30 van de vorige eeuw zijn opvallend. Net als nu bevond het kapitalisme zich toen in een diepe crisis, de Great Depression, waardoor wereldwijd de armoede en maatschappelijke onvrede enorm toenamen. Het fascisme ontstond als een manier om die onvrede te kanaliseren op zo'n manier dat het kapitalistische systeem daardoor niet geraakt werd, namelijk door de onvrede te projecteren op fictieve oorzaken, zoals de nazistische mythe van het Joodse complot.

De huidige complottheorieën hebben precies dezelfde functie: ze projecteren de terechte onvrede van de werkende klasse op fictieve oorzaken, zoals ‘de satanistische pedofielen’ van ‘de linkse elite’. Daardoor blijft de echte oorzaak, het disfunctioneren van het kapitalistische systeem, buiten schot. De huidige complottheorieën zoals QAnon klinken misschien radicaal, maar ze vormen totaal geen bedreiging voor de kapitalistische machtsverhoudingen. Sterker nog, door juist links tot doelwit van deze complottheorieën te maken, beschermt het kapitalisme zich des te beter tegen linkse hervorming. Niet voor niets was ook het fascisme uit de jaren ‘30 rabiaat anti-communistisch. En net als toen hebben ook nu de complottheorieën een uitgesproken antisemitisch karakter, bijvoorbeeld als ze zich richten op de Joodse miljardair George Soros. De nazi-mythe van het Joodse complot leeft voort in het huidige complot-‘denken’.

Het fascisme is van nature anti-democratisch. Het gaat uit van de cultus van de Sterke Leider en heeft geen vertrouwen in de democratie als hét middel tot collectieve probleemoplossing. In dat kader moet de bizarre verering voor Donald Trump (met name in QAnon) begrepen worden, alsook diens totaal ongefundeerde aanklachten van verkiezingsfraude door de Democraten in de VS. Het ontstaan van informatie-bubbels en de massale verspreiding van desinformatie en nepnieuws door sociale media als Facebook dragen bij aan deze ondermijning van de democratie. Dit alles speelt het opkomende fascisme in de kaart.

Ook hier zien we de funeste invloed van het grootkapitaal, in de vorm van multinationals als Google en Facebook die bereid zijn om de data van hun gebruikers aan de hoogste bieder te verkopen. Door middel van gepersonaliseerde newsfeeds op bijvoorbeeld Facebook kan het grootkapitaal verkiezingen grootscheeps manipuleren, zoals we hebben gezien bij de door Cambridge Analytica ondersteunde verkiezingscampagne van de miljardair Trump in 2016. Zo zien we hoe het grootkapitaal rechtstreeks bijdraagt aan de huidige opkomst van het fascisme.

Zoals altijd gaat ook nu de opkomst van het fascisme gepaard met diverse vormen van discriminatie, zoals racisme, vreemdelingenhaat, antisemitisme, seksisme en LHBTI-haat. Met name het geweld tegen LHBTI-mensen loopt de spuigaten uit en moet NU gestopt worden. Dergelijke discriminatie-vormen zijn de verdeel-en-heersstrategieën van het kapitalistische systeem. Immers, hoe meer de werkende klasse onderling verdeeld is, hoe minder ze in staat is om een gezamenlijke vuist te maken tegen de ware uitbuiters, de groot-kapitalisten.

Nieuwe vormen van kapitalistische slavernij: Schulden en verslaving
In het kapitalisme draait alles om de winsthonger van de kapitalistische klasse; daaraan worden de rest van de samenleving én de natuur ondergeschikt gemaakt. Naast de traditionele vorm van uitbuiting, waar mensen óf voor een hongerloontje moeten werken óf werkloos zijn (loonslavernij), ontwikkelt het huidige kapitalisme nieuwe vormen van afhankelijkheid om de werkende klasse des te beter uit te kunnen buiten. Schulden en verslaving spelen daarin een centrale rol. 

Immers, de beste werker is een werker met schulden; die zal namelijk extra hard werken om zijn of haar schulden af te kunnen betalen. Wereldwijd nemen de schulden van de werkende klasse dan ook hard toe, onder andere door het grote gemak waarmee banken en andere commerciële kredietverstrekkers leningen verstrekken. Zo bezien vallen onder de werkende klasse ook de kleine ondernemers en boeren die schulden bij hun bank hebben: zij werken eigenlijk voor de bank die feitelijk de eigenaar van hun bedrijf is. Overigens draagt de Nederlandse staat zelf bij aan deze schuldenslavernij door middel van het ‘leenstelsel’ (beter gezegd: schuldenstelsel) in het hoger onderwijs, waardoor afgestudeerden hun werkzame leven ingaan met een enorme studieschuld. Zo worden jonge mensen meteen al tot slaafse werkers gemaakt.    

Ook door middel van verslaving houdt het kapitalisme de werkende klasse in zijn greep. Immers, de beste consument is een verslaafde consument. Wereldwijd nemen de verslavingen dan ook sterk toe. En dan gaat het niet alleen om de traditionele verslavingen als alcoholisme, sigaretten- en drugsverslaving. Er worden geheel nieuwe vormen van verslaving aangeboord, bijvoorbeeld aan opioïde pijnstillers (een ware epidemie in de VS) en aan andere ‘medicijnen’, aan sociale media zoals Facebook, aan gamen, aan online gokken, aan seks en aan ongezond voedsel. Zo creëert het kapitalisme een heel leger van slaafse consumenten. Schulden en verslaving zijn de nieuwste vormen van kapitalistische slavernij. Zo pleegt het kapitalisme roofbouw op de psychische en lichamelijke gezondheid van de werkende klasse.

De taak van Links: Alternatieven voor het kapitalisme
De conclusie is duidelijk: het kapitalistische systeem faalt en dreigt in catastrofale klimaatverandering, fascisme en mondiale chaos uit te monden. Hier ligt DE taak van de linkse politiek: het keren van het tij door een radicaal sociaal en groen alternatief voor het kapitalisme te formuleren – en het enthousiasmeren van de kiezers voor dat alternatief. De afgelopen jaren is daar helaas weinig van gekomen. Kiezers laten de linkse partijen grotendeels ‘links’ liggen. Was de traditionele arbeidersklasse van oudsher de electorale achterban van links, nu is dat heel anders. Bij de landelijke verkiezingen van maart 2021 hebben de lagere opleidings- en inkomensgroepen vooral rechts-populistisch gestemd (PVV, FvD, JA21), terwijl de linkse partijen (PvdA, GL en SP) juist fors zijn leeggelopen.

Hoe kan dat? Ook hiervoor moeten we kijken naar de opkomst van het neoliberalisme begin jaren ‘90 van de vorige eeuw en dan vooral naar het feit dat veel linkse partijen de neoliberale retoriek overnamen; daarmee vervreemden deze partijen zich van hun traditionele achterban en dat wreekt zich nu. Ook dit is een proces geweest dat zich niet alleen in Nederland maar in alle Westerse landen heeft afgespeeld. De linkse partijen ‒ zoals met name de Britse Labour Party onder Blair ‒ zagen geen electorale toekomst meer in het ‘ouderwetse socialisme’ en bekeerden zich daarom tot het neoliberalisme. 


In Nederland besloot de PvdA haar “ideologische veren af te schudden” (zoals Wim Kok het destijds in een toespraak zei) en het neoliberalisme te omarmen. In 1994 ging de PvdA zelfs regeren met haar aartsvijand, de VVD, in Paars 1, wat achteraf gezien een historische fout was. Zoals gezegd, op deze manier vervreemden de linkse partijen zich van hun achterban, de traditionele arbeidersklasse. Door de neoliberale transformatie van de maatschappij voelden zij zich niet alleen in de steek gelaten door de overheid, maar met name ook door links. Dat verklaart de grote afkeer van “de linkse elite” die nu onder grote delen van de arbeidersklasse leeft. De linkse partijen hebben ‒ door in de jaren ‘90 de neoliberale retoriek over te nemen ‒ de arbeidersklasse in de armen van het fascistoïde rechts-populisme gedreven.


Kortom, links heeft iets goed te maken. Links moet definitief breken met het neoliberalisme en mensen hoop geven door een duidelijk alternatief voor het huidige kapitalisme te formuleren, een radicaal sociale en groene samenleving. Een samenleving waar de welvaart eerlijk wordt verdeeld, waar geen bizarre ongelijkheden zijn tussen rijk en niet-rijk, waar je kunt zijn wie je wil zijn, zonder racisme of enige andere vorm van discriminatie, en met respect voor de natuur waar we allemaal van afhankelijk zijn.

Wil je meediscussiëren over de crisis van het kapitalisme en de noodzaak van een radicaal sociaal en groen alternatief? Doe dan ook mee met het Discussieplatform Antikapitalisme op Facebook: https://www.facebook.com/groups/discantikap