Showing posts with label Rutte. Show all posts
Showing posts with label Rutte. Show all posts

Rutte maakt zelf van ‘Nooit meer Auschwitz’ een holle frase

Verschenen bij: Joop BNNVARA, 30 januari 2024.

Zondag 28 januari was de jaarlijkse Holocaust-herdenking bij het Auschwitz-monument in Amsterdam. Demissionair minister-president Rutte sprak er harde woorden over de monsterlijke Hamas-aanval van 7 oktober op Israël, waarbij 1.296 Israëli’s op gruwelijk wijze vermoord werden – en o.a. verkracht en verminkt – en ongeveer 250 Israëli’s ontvoerd en gegijzeld werden. Ook sprak Rutte zich hard uit tegen het sterk groeiende antisemitisme als gevolg van de Israëlische militaire reactie op de Hamas-aanval: ‘Alsof ‘Nooit meer Auschwitz’ een holle frase is geworden’, aldus Rutte.


Hoe terecht Rutte’s woorden ook waren, toch laat zijn toespraak een nare bijsmaak achter. Rutte zei namelijk weinig tot niets over het twee dagen eerder gevelde tussenvonnis van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, waarin Israël duidelijk op de vingers werd getikt vanwege de nietsontziende wijze van oorlogsvoering in Gaza en het dreigende gevaar van genocide op de Palestijnse bevolking. Inmiddels zijn er in Gaza meer dan 25.000 doden gevallen, waarvan meer dan de helft vrouwen en kinderen. Eind december waren er door Israël’s tapijtbombardementen op Gaza al 8.000 kinderen gedood. Acht duizend! Probeer er eens een voorstelling van te maken: verminkte kinderlijkjes, rij na rij…


De inconsequentie van Rutte

Wel zei Rutte in zijn toespraak: ‘Ik ga morgen en alle dagen daarna weer met iedereen in gesprek over de oorlog in Gaza. Dat open en kritische gesprek moet worden gevoerd – ook over en met Israël. Maar niet vandaag. Niet op de dag dat we de 6 miljoen slachtoffers van de Holocaust herdenken. [...] Vandaag eren wij hun nagedachtenis. En dat kunnen we niet beter doen dan door ons uit te blijven spreken – tegen haat en uitsluiting, tegen de dreiging van geweld, tegen antisemitisme. Door alert te blijven. Door in ons handelen de vrede, de menselijkheid, de verdraagzaamheid te dienen.’


Is dat niet een flagrante tegenspraak? Enerzijds wil Rutte tijdens de Holocaust-herdenking niet spreken over de talloze misdaden van de staat Israël jegens de Palestijnen. Anderzijds roept hij ons op de nagedachtenis van de 6 miljoen vermoorde Joden te eren door ons uit te spreken tegen haat en uitsluiting. Die twee uitspraken zijn moeilijk met elkaar te rijmen. De boodschap van élke Holocaust-herdenking luidt immers: Nooit meer Auschwitz! Oftewel: Nooit meer genocide! Zou het dan niet juist gepast zijn als Rutte zich tijdens de Holocaust-herdenking wél had uitgesproken over het disproportionele militaire optreden van Israël in Gaza, dat – zoals het Internationaal Gerechtshof aangeeft – duidelijk het gevaar van genocide in zich draagt? Te meer daar Rutte in zijn toespraak wel in de meest scherpe bewoordingen de brute aanval van Hamas heeft veroordeeld. Rutte, kortom, is inconsequent: hij grijpt de Holocaust-herdenking aan om het geweld van Hamas te veroordelen, maar zwijgt over het vele malen grotere geweld van de staat Israël tegen de Palestijnen. 


Apartheidsstaat Israël

Ook zweeg Rutte in zijn toespraak over het historische onrecht dat de Palestijnen al ruim 70 jaar lang wordt aangedaan door de staat Israël. Een staat die volgens Amnesty International inmiddels is verworden tot een apartheidsregime, waarin de Palestijnen als tweederangsburgers stelselmatig worden gediscrimineerd, vernederd, gesegregeerd en geïsoleerd met talloze checkpoints, hekken en muren, beroofd van hun mensenrechten, beroofd van essentiële voorzieningen en economische ontwikkeling, beroofd van hun olijfgaarden, beroofd van hun menselijkheid. Op de Westelijke Jordaanoever, een gebied dat internationaal erkend wordt als Palestijns grondgebied, worden illegale Joodse nederzettingen door de extreem-rechtse en ultra-orthodoxe regering van Netanyahu openlijk gesteund en uitgebreid. Ben-Gvir, de ultra-rechtse minister van Binnenlandse Veiligheid, heeft voor het oog van de camera geweren uitgedeeld aan Joodse kolonisten, ‘om zich te kunnen verdedigen tegen Palestijns geweld’ – lees: om de illegale expansiepolitiek van het Joodse kolonialisme op Palestijns grondgebied te stimuleren. Het is bekend dat extreem-rechtse en ultra-orthodoxe leden binnen Netanyahu’s regering uit zijn op een Groot-Israël dat 100 procent Joods is. Etnische zuivering dus.


Bovendien zitten er in Israël naar schatting 2.000 Palestijnen gevangen zonder enige aanklacht en zonder enige vorm van proces: zij zijn, kortom, door Israël ontvoerd en gegijzeld, omdat zij het waagden op te staan tegen hun onderdrukkers. In zijn toespraak hekelde Rutte wel het gijzelen van naar schatting 250 Israëli’s door Hamas op 7 oktober, maar hij zwijgt in alle toonaarden over de 2.000 Palestijnen die door Israël zijn gegijzeld. Dat is meten met twee maten.


Kritiek op Israël is niet automatisch antisemitisme

Natuurlijk valt het te begrijpen dat kritiek op de staat Israël tijdens een Holocaust-herdenking uiterst gevoelig ligt. Kritiek op Israël kan al te gemakkelijk uitgelegd worden – door zowel voor- als tegenstanders – als kritiek op Joden in het algemeen en daarmee als antisemitisme, als Jodenhaat. En tijdens een Holocaust-herdenking dingen zeggen die antisemitisme in de hand werken, dat is natuurlijk de wereld op z’n kop. Maar we moeten wel zuiver blijven nadenken en de subtiliteiten van deze kwestie niet onder het tapijt vegen. Het cruciale punt is dat kritiek op de staat Israël niet automatisch gelijkstaat aan antisemitisme. Zou dat wel zo zijn, dan zou de staat Israël boven elke kritiek verheven zijn, omdat elke kritiek dan als Jodenhaat terzijde geschoven kan worden. Het gruwelijke lot van de Joden onder de Nazi’s zou dan een soort vrijbrief worden voor de staat Israël om straffeloos de Palestijnen te onderdrukken en uit te moorden. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.


Het is echter een feit dat heel wat voorstanders van de staat Israël zich wel degelijk schuldig maken aan deze verwrongen logica. Om slechts één extreem voorbeeld te noemen: Yoav Gallant, de Israëlische minister van Defensie, heeft het voor Israël zo beschamende tussenvonnis van het Internationaal Gerechtshof afgedaan als een uiting van antisemitisme. Met andere woorden: Gallant gebruikte het verwijt van antisemitisme om Israël boven het internationaal recht te plaatsen. Nota bene: na 7 oktober, bij de start van de Israëlische oorlog tegen Hamas, noemde Gallant de Palestijnen publiekelijk ‘menselijke dieren’ (oftewel Untermenschen in Nazi-jargon) – daarmee de Palestijnen zodanig ontmenselijkend, dat de Israëlische oorlog tegen Hamas inderdaad het levensgrote gevaar in zich draagt van genocide op het Palestijnse volk, zoals het Internationaal Gerechtshof in Den Haag heeft geoordeeld. Maar het kan niet zo zijn dat een volk dat zelf slachtoffer van genocide is geweest, daaraan nu een speciale status ontleent die het boven het internationaal recht plaatst. Ook dát is de wereld op z’n kop. We moeten élke vorm van racisme veroordelen, of het nu gaat om antisemitisme of om de ontmenselijking van de Palestijnen door figuren als Yoav Gallant.


Niet meten met twee maten

Dat alles verklaart de nare bijsmaak die Rutte’s toespraak bij de Holocaust-herdenking heeft achtergelaten, in ieder geval bij mij. Door in zijn toespraak wél de gruwelijke aanval van Hamas van 7 oktober scherp te veroordelen, maar met geen woord te reppen over de al decennia durende misdaden van de staat Israël tegen de Palestijnen, meet Rutte met twee maten en lijkt hij zich schuldig te maken aan dezelfde verwrongen logica als Yoav Gallant. Blijkbaar vindt Rutte de Israëlische misdaden tegen de Palestijnen (illegale landjepik, apartheid, rechteloosheid, ontmenselijking, massamoord met dreigende genocide) minder erg dan de Hamas-aanval van 7 oktober. Dat is een schande en een blamage voor iemand die als demissionair premier aan het hoofd staat van een land dat zich graag als centrum van het internationaal recht profileert. 


In zijn toespraak tijdens de Holocaust-herdenking zei Rutte ook nog dit: ‘De intense, ongeremde haat, de rechteloosheid, de ontmenselijking, de gewelddadigheid en het pure sadisme, de industriële schaal, de nietsontziende moordzuchtige drang een heel volk te vernietigen en van de aardbodem weg te vagen. Het is niet te begrijpen. En toch is het er nog steeds.’ Inderdaad, het is er nog steeds, kijk maar naar de Hamas-aanval van 7 oktober – dat is wat Rutte hier bedoelt. Maar als hij consequent was geweest, dan had hij erbij gezegd: En kijk ook naar Israëls misdaden tegen de Palestijnen. Wil je een hedendaags voorbeeld van massavernietiging op industriële schaal? Kijk naar Israël’s strategie van carpet bombing van hele steden in Gaza. Satellietbeelden laten duidelijk de extreme mate van vernietiging zien; in Noord-Gaza staat nauwelijks nog een gebouw overeind. Wil je een voorbeeld van rechteloosheid? Kijk naar de vogelvrije status van de Palestijnen in apartheidsstaat Israël, waar 2.000 Palestijnen zonder enige vorm van proces vastzitten. Wil je een voorbeeld van ontmenselijking? Kijk naar uitspraken als die van Yoav Gallant die Palestijnen ‘menselijke dieren’ noemde – uitspraken die echt geen uitzondering zijn in Israël. Wil je een voorbeeld van de nietsontziende drang om een heel volk weg te vagen? Kijk naar de Israëlische minister van Nationaal Erfgoed, Amihai Eliyahu, die een atoombom op Gaza best wel een goed idee vond. Enzovoort, enzovoort… Het gaat er niet om de gruwelijkheid van de terroristische Hamas-aanval van 7 oktober te bagatelliseren. Het gaat erom de harde waarheid onder ogen te zien, dat de staat Israël geen haar beter is.


Leren van de geschiedenis

Natuurlijk, het ís ook heel moeilijk om dit onder ogen te zien. Het valt moeilijk te begrijpen dat een volk, dat zelf slachtoffer is geweest van racistische uitsluiting, ontmenselijking en genocide, nu zelf – in de vorm van de staat Israël – in de rol van dader terecht dreigt te komen. Wat dit duidelijk maakt is dat Israëli’s ook maar gewoon mensen zijn, net als de Palestijnen: gewoon mensen, in staat tot alle prachtige dingen waartoe mensen in staat zijn, maar helaas ook in staat tot de meest afschuwelijke dingen waartoe mensen in staat zijn. Ik heb de laatste tijd dan ook veel moeten denken aan de bekende uitspraak van de filosoof Hegel: ‘Het enige dat we van de geschiedenis kunnen leren is dat we niets van de geschiedenis leren.’ 


Een andere uitspraak die geregeld bij mij naar boven kwam toen ik het nieuws over Gaza tot mij nam, was die van het personage Stephen Dedalus in James Joyce’s roman Ulysses: ‘De geschiedenis is een nachtmerrie waaruit ik probeer te ontwaken.’ Maar dit is een nachtmerrie waaruit we niet kunnen ontwaken, dit is geen droom, dit is harde werkelijkheid. Er rest ons dan ook niets anders dan om Hegels uitspraak te ontkrachten, door te laten zien dat wij als mensheid wél van de geschiedenis kunnen leren. En dat is precies de functie van Holocaust-herdenkingen, zodat we beseffen: Nooit meer Auschwitz! Volgens Rutte dreigt dit nu echter tot een holle frase te worden door het terugkerende antisemitisme. En dat is natuurlijk ook zo. Maar door zich tijdens de Holocaust-herdenking niet uit te spreken tegen de dreigende genocide in Gaza draagt Rutte zelf ook bij aan de uitholling van die frase. Ook zijn herhaaldelijke en juridisch boterzachte weigering om Israël op te roepen tot een humanitair staakt-het-vuren in Gaza, draagt bij aan die uitholling. ‘Nooit meer Auschwitz’ wil immers zeggen: nooit meer genocide. Ook niet in Gaza




Solidariteit is een gevaarlijk woord voor de elite

Verschenen in: Joop BNNVARA, 7-12-2022

Van alle kanten worden we opgeroepen tot solidariteit. We moeten solidair zijn met Oekraïne. We moeten solidair zijn met arme landen die het meeste getroffen worden door klimaatverandering maar daar het minste aan bijgedragen hebben. En we moeten solidair zijn met de natuur. Dus eet minder vlees! Verbruik minder energie! Laat je huis isoleren! Zet zonnepanelen op je dak! Koop een elektrische auto!


Vooropgesteld: ik deel al deze oproepen tot solidariteit volkomen. Maar het is wel opvallend dat hierbij steevast de belangrijkste vorm van solidariteit – die van rijk met niet-rijk – vergeten wordt, zeker als deze oproepen gedaan worden door de heersende elite. En dat is een grote fout, waarmee deze elite haar eigen draagvlak ondermijnt en onheil over zichzelf afroept. Want zolang de rijke minderheid op haar beurt niet solidair is met de niet-rijke meerderheid, klinken de oproepen aan de bevolking om toch vooral solidair te zijn en ‘offers te maken voor de goede zaak’ hol en hypocriet. En de bevolking weet dat: wij zijn niet achterlijk. Daarom zal er van bovengenoemde vormen van solidariteit – met Oekraïne, met armere landen, met de natuur – weinig terechtkomen als de rijke elite niet óók gevraagd wordt om offers te maken. Solidariteit betekent immers: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.


Solidariteit is daarom een gevaarlijk woord, zeker als de elite het tegen z’n eigen bevolking inzet. Dan kan het zich razendsnel als een boemerang tegen hen keren. In januari van dit jaar verslikte Rutte zich er al in toen hij klaagde over een gebrek aan solidariteit onder Nederlanders om samen de coronamaatregelen te dragen. Hij kreeg toen de wind van voren: met ruim 30 jaar neoliberaal beleid heeft de VVD stelselmatig de solidariteit in Nederland kapotgemaakt. Dat Rutte vervolgens een potje gaat zitten mopperen dat “de onderlinge solidariteit minder vanzelfsprekend lijkt te worden” is dan het toppunt van VVD-hypocrisie. 


Dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten?

Als we allemaal in naam van solidariteit een stapje terug in onze welvaart moeten doen, dan moeten de allerrijksten de grootste stap zetten. Dat is logisch, dat is wat solidariteit ís. Als de rijke minderheid zich aan die plicht onttrekt, geholpen door een politieke elite die haar stelselmatig de hand boven het hoofd houdt, dan wordt het draagvlak voor solidariteit ondergraven. Niet omdat mensen egoïstisch zouden zijn of niet begaan met Oekraïne, met arme landen, met de kelderende biodiversiteit of de rampzalige gevolgen van klimaatverandering – integendeel! Dit alles gaat heel veel mensen ontzettend aan het hart, gelukkig. Veel mensen snakken naar een solidaire samenleving, waar we nou eindelijk eens goed voor elkaar en voor de natuur gaan zorgen. Maar het is moeilijk om de ‘prijs van solidariteit’ te betalen als je ziet dat de allerrijksten zich stelselmatig aan die solidariteit onttrekken. Zo is Nederland nog steeds een belastingparadijs voor de grootste vermogens. 


Het is voor gewone werknemers moeilijk te accepteren dat zij geen inflatiecorrectie van zo’n 11 procent kunnen krijgen (‘want dat zou de inflatie alleen maar verder aanjagen’), terwijl de top van het Nederlandse bedrijfsleven er vorig jaar jaar met maar liefst 32 procent op vooruit is gegaan. De gemiddelde bestuursvoorzitter verdient nu veertig keer zoveel als een gemiddelde werknemer bij hetzelfde bedrijf. Dan is het voor die gemiddelde werknemer lastig te accepteren dat hij door de westerse boycot tegen Rusland nu geconfronteerd wordt met onbetaalbare energieprijzen en dito boodschappen. “Waarom betaal ik de prijs voor solidariteit met Oekraïne, terwijl mijn baas er in één jaar tijd 32 procent bij krijgt?”, zo vraagt deze werknemer zich geërgerd af. En terecht.


Oekraïne en klassenstrijd op z’n Brits

In het Verenigd Koninkrijk, toch al een land met traditioneel een heel scherpe klassentegenstelling, zien we momenteel welk onheil de heersende klasse over zichzelf afroept door solidariteit alleen van de niet-rijke meerderheid te vragen en niet van zichzelf. Zo haalde Nadhim Zahawi, de Iraaks-Britse voorzitter van de Conservatieve Partij, zich de woede en hoon van de Britse werkende klasse op de hals door een aangekondigde staking van het zorgpersoneel af te doen als een cadeautje aan Poetin. Het zorgpersoneel zou met z’n looneis alleen maar de inflatie verder aanwakkeren en daarmee de strategie van Poetin in de kaart spelen, namelijk om de explosief gestegen energieprijzen als wapen tegen Oekraïne en het Westen in te zetten. Volgens Zahawi zou het zorgpersoneel solidair moeten zijn met Oekraïne en dus af moeten zien van loonsverhoging, om zo de interne eenheid van de Westerse steun voor Oekraïne te bewaren. “Dit is geen tijd om verdeeld te zijn. We moeten samenwerken om, naar ik hoop, meneer Poetin een heel duidelijke boodschap te sturen dat hij energie niet op deze manier als wapen kan gebruiken”, aldus Zahawi.


Het zorgpersoneel van de NHS, de publieke zorgsector van het Verenigd Koninkrijk, had namelijk voor 20 december een staking aangekondigd uit protest tegen de bezuinigingen op de NHS, die inmiddels op omvallen staat. Het zorgpersoneel sluit zich daarmee aan bij werkers in de spoorwegen, het onderwijs en de post, die ook stakingen hebben aangekondigd voor december. Zij zien zich daartoe genoodzaakt vanwege de groeiende armoede door de geëxplodeerde energiekosten, die veel Britten dwingt te kiezen tussen heating or eating – een armoede die nog verergerd is door de negatieve impact van de Brexit op de Britse economie. Én natuurlijk door het recente debacle met de mislukte Thatcher-lookalike Liz Truss, wiens neoliberale belastingplannen (lagere belastingen voor de allerrijksten) tot gigantische problemen voor de Britse economie hebben geleid. Veel pensioenfondsen dreigden daardoor om te vallen, waardoor veel Britten nu een lager pensioen kunnen verwachten.


Met andere woorden: de Conservatieven duwen de Britse economie met hun rechts-populistische, neoliberale wanbeleid dieper de grond in – en als gewone mensen daartegen in het geweer komen door hogere lonen te eisen, wordt hen bij monde van de conservatieve leider Zahawi doodleuk verteld dat ze Poetin in de kaart spelen en verraad plegen aan de Westerse solidariteit met Oekraïne. Gevolg? Alom verontwaardiging over de conservatieve hypocrisie van Zahawi en nóg meer boze werknemers die vastbesloten zijn om het land tijdens de feestdagen met een algemene staking plat te leggen. Solidariteit is inderdaad een gevaarlijk woord voor de elite.


Klimaatrechtvaardigheid, óók in eigen land

Ook voor klimaatbeleid geldt dat het alleen succesvol kan zijn als er serieus werk wordt gemaakt van solidariteit, dus als de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. De recente klimaattop in Egypte heeft wat dat betreft een voorzichtige eerste stap voorwaarts gezet met de afspraak dat arme landen door rijke landen gecompenseerd zullen worden voor klimaatschade, zoals de overstroming in Pakistan of de historische droogte en hongersnood in de Hoorn van Afrika. Dit beoogde schadefonds is een eerste stap in de richting van klimaatrechtvaardigheid, omdat de rijke landen met hun economische groei van de laatste 150 jaar dé grootste aanjagers van klimaatverandering zijn geweest, terwijl de rampzalige gevolgen daarvan vooral bij de arme landen in het globale zuiden terecht zijn gekomen, terwijl zij nauwelijks broeikasgassen hebben uitgestoten.


Maar voor échte klimaatrechtvaardigheid is natuurlijk veel meer nodig. Ten eerste moeten we beseffen dat deze ‘klimaat-tegenstelling’ tussen rijke en arme landen óók binnen de rijke landen zelf speelt, namelijk in de klassen-tegenstelling tussen de rijke elite en de niet-rijke meerderheid. De eenvoudige waarheid is dat hoe rijker je bent, hoe groter je ecologische voetafdruk en hoe meer verantwoordelijkheid je draagt voor klimaatverandering en de bredere ecologische crisis. Dan gaat het enerzijds om de luxe-consumptie van de rijken – grotere huizen, megajachten, vaker vliegen, etc. – die veel zwaarder op de planeet drukt dan de veel bescheidenere consumptie door minder vermogenden. Zo blijkt uit recent onderzoek dat Amerikaanse miljardairs met hun luxe-consumptie ruim 500 keer meer CO2 uitstoten dan de gemiddelde Amerikaan – en in andere rijke landen zal die verhouding niet veel anders zijn. Maar het gaat ook om de ecologische voetafdruk van de economische activiteiten die nodig zijn om de welvaart van de rijken in stand te houden. De rijkste één procent van de wereldbevolking (die allemaal minstens miljonair zijn) harkt jaarlijks ongeveer een kwart binnen van het mondiale BNP. Dit betekent, aangezien alle economische activiteiten in meer of mindere mate gepaard gaan met uitstoot van broeikasgassen en grondstoffenverbruik, dat de rijkste één procent verantwoordelijk is voor grofweg 25 procent van alle ecologische schade die ‘onze’ economieën aanrichten.


Cadeautjes aan het fossiele grootkapitaal

Kortom, willen we écht klimaatrechtvaardigheid, dan mag er van de rijke minderheid een substantieel groter offer verwacht worden. Maar in Nederland is daar geen sprake van, integendeel zelfs. De lusten en lasten van het Nederlandse klimaatbeleid zijn zeer ongelijk verdeeld. Zoals Milieudefensie-directeur Donald Pols in een interview uitlegt: “Bij het huidige neoliberale beleid is het zo dat de arme huishoudens relatief gezien drie tot vier keer meer energiebelasting betalen dan rijke huishoudens. Van dat belastinggeld gaat 80 procent naar het financieren van de groene transitie bij de grote bedrijven. Van de 20 procent die overblijft gaat ook nog eens 80 procent naar de hogere inkomens, voor subsidies op zonnepanelen, elektrische auto’s en dergelijke. Die subsidies krijg je alleen als je er zelf voor kiest om zonnepanelen te nemen of je huis te isoleren. Maar dan moet je wel al een eigen huis hebben en genoeg geld hebben om zo’n beslissing te kunnen nemen. Voor de lagere inkomens is dat gewoon niet te doen. Dus zij betalen relatief wel meer energiebelasting, maar krijgen daar veel minder voor terug. Dat is oneerlijk en inefficiënt beleid.”


Het absolute toppunt van dit onrechtvaardige, irrationele beleid is wel de 17,5 miljard euro aan verkapte subsidies die de Nederlandse staat jaarlijks uitkeert aan de fossiele industrie – dus precies aan die sector die het meeste schuldig is aan de klimaatcrisis. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wil zelf geen inzicht geven in de hoeveelheid subsidie aan deze sector, maar op basis van publiek beschikbare informatie is berekend dat het tenminste vijf procent van de hele rijksbegroting betreft. Het totale ­bedrag is minstens drie keer groter dan de klimaatbegroting! Niet alleen handelt de regering zo in strijd met het Parijse klimaatakkoord van 2015, waarin landen – inclusief Nederland – afgesproken hebben te stoppen met fossiele subsidies. Maar de regering steekt zo ook een levensgrote middelvinger op naar alle Nederlanders die zich inzetten voor duurzaamheid en klimaatneutraliteit. Terwijl zíj zich kosten noch moeite besparen om milieubewuster te leven, gebruikt de staat óns belastinggeld om jaarlijks een miljardencadeautje te geven aan de toch al superrijke aandeelhouders van de vervuilende fossiele industrie. Het ideaal van solidariteit – de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten – is hier volledig op z’n kop gezet. 


Wat als we nou eens kappen met deze cadeautjes aan de fossiele industrie? En wat als we het zo vrijgekomen bedrag van 17,5 miljard per annum gebruiken om de exploderende energiekosten en boodschappenprijzen voor de armste Nederlanders te compenseren? Dát is pas solidariteit! Dát is de beste manier om brede steun te houden voor de sancties tegen Rusland. 





Reptielen in het brein

De reptielen van Baudet zitten vooral in zijn eigen hoofd. Daar zijn ze ingestopt door Poetin, de evolutie en de onmenselijke werking van het kapitalisme.

Dinsdag 18 oktober werd de fractievoorzitter van de PVV in de Eerste Kamer, Marjolein Faber, het woord ontnomen door de Senaatsvoorzitter. Faber had namelijk aan Rutte gevraagd of “de vijfde colonne niet eigenlijk achter de regeringstafel zit”. Naar eigen zeggen gebruikte zij de beladen term “vijfde colonne” omdat volgens haar “het Nederlandse volk zich verraden voelt”.

Hoewel Faber daarin deels zeker gelijk heeft (al kun je over de redenen van mening verschillen), ben ik het toch eens met het oordeel van de Eerste Kamervoorzitter dat de PVV’er “zwaar beledigende taal” richting Rutte had gebruikt en dus de mond gesnoerd moest worden. Niet dat ik nou zo’n fan van Rutte ben – verre van, ook ik vind dat Rutte met zijn beleid van de afgelopen 12 jaar het Nederlandse volk (en dan vooral het niet-rijke deel daarvan) verraden heeft. Net als de mislukte Thatcher-lookalike Truss moet ook Rutte zo snel mogelijk het veld ruimen wegens neoliberaal wanbeleid, waar alleen de rijken en de grote bedrijven van geprofiteerd hebben.

Waarom is Fabers opmerking richting Rutte dan toch zo fout? De PVV-senator deed haar uitspraak een paar dagen na Baudets breed uitgemeten psycho-fascistische uitglijder over het complot van “kwaadaardige reptielen” dat de wereld zou bedreigen en waar Poetin als enige wereldleider tegen op zou staan. In zo’n context is het duidelijk dat Fabers opmerking over een “vijfde colonne” maar op één manier begrepen kan worden, namelijk als een impliciete beschuldiging aan het adres van Rutte dat er onder zijn glanzend-blauwe maatpak en quasi-menselijke gedaante ook een reptiel schuilgaat. Gaat de PVV nu ook al op de complot-tour? Als Baudet in de Tweede Kamer gecensureerd mag worden voor het spuien van achterlijke en gevaarlijke complottheorieën (“Kaag is een spion”), dan geldt dat ook voor mevrouw Faber.


Fascisme: het innerlijke reptiel
Overigens heeft Baudet na zijn reptielen-uitglijder nog geprobeerd een deel van zijn imago-schade (want welk enigszins weldenkend mens gelooft deze waanzinnige nog?) ongedaan te maken door te zeggen dat hij het niet zo letterlijk had bedoeld: de term “reptielen” zou metaforisch begrepen moeten worden, als aanduiding voor de “gevoelloze mensen” die wereldwijd aan de touwtjes trekken. 

Maar zo gemakkelijk komt ‘Herrie Thierry’ er deze keer niet vanaf. Zijn reptielen-opmerking was een duidelijke verwijzing naar de door hem bewonderde Britse complot-‘denker’ en notoire Jodenhater David Icke, die het toch echt letterlijk heeft over buitenaardse “reptilians” die de macht op aarde willen overnemen – reptielachtige wezens die op mysterieuze wijze (zijn het shapeshifters? hologrammen?) mensachtige gedaante aan kunnen nemen en heel toevallig ook vaak Joden zijn. De Joodse bankiersfamilie Rothschild zou volgens Icke hun aanvoerder zijn. Kortom: antisemitisme in een shock-horror-science-fiction-jasje. De fascistische waanzin spat ervan af. De nazi-mythe van het Zionistische complot leeft voort in het huidige complot-‘denken’. 

Ook hier is context dus bepalend: gegeven Baudets bewondering voor Icke, die hij een “groot denker” noemt, moet zijn reptielen-opmerking wel degelijk letterlijk in plaats van louter metaforisch begrepen worden. Maar zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat Baudet met “reptielen” inderdaad slechts “ongevoelige mensen” bedoelde, dan nog is hij duidelijk de weg kwijt. Want in één adem door prijst hij Poetin als zijn grote held, de “viriele” Verlosser, de “Dark Knight” die het tegen de reptielen op durft te nemen in een apocalyptische strijd van goed en kwaad. 

Vladimir Poetin, de man die een illegale en wrede veroveringsoorlog is begonnen en de wereld met nucleaire wapens bedreigt? De dictatoriale oligarch die met zijn kleptocratische bende van mede-oligarchen Rusland heeft leeggezogen en aan de rand van de afgrond heeft gebracht? De gifmenger van het Kremlin die al zijn politieke tegenstanders heeft opgeruimd? De massamoordenaar van Syrië? De slager van Boetsja? De terrorist die Oekraïense woonwijken, ziekenhuizen, scholen en energiecentrales met raketten en kamikaze-drones bestookt? Is dat je grote held, je kampioen in de strijd tegen de “gevoelloosheid”? Kom op nou, meneer Baudet… Is Poetin zelf niet het opper-reptiel, het prototype van de ijskoude killer? 


Poetins vijfde colonne

De reptielen van Baudet zitten primair in hemzelf, in zijn hoofd, waar het gif van de fascistische waanzin flink heeft huisgehouden. Waar komt dat gif, dat “innerlijke reptiel” vandaan? Enerzijds is het duidelijk dat Poetin het daar gestopt heeft – althans, Poetin heeft in ieder geval Baudets innerlijke reptiel zorgvuldig gevoed en verzorgd. Het is inmiddels breed bekend dat Poetin het rechts-populisme in heel Europa en Amerika heeft aangewakkerd en gesteund. Deels door het verspreiden van nepnieuws en complottheorieën via Russische trollen en bots. Maar ook door regelrechte financiële steun aan rechts-populistische politici. Van Nigel Farage en Marine le Pen is bekend dat ze geld vanuit Russische hoek hebben aangenomen. De Brexit, waardoor de EU en het VK tegen elkaar zijn uitgespeeld, is mede door Russisch geld mogelijk gemaakt. En zoals recentelijk bekend werd heeft ook Berlusconi, geheel in maffia-stijl, van Poetin een betaling mogen ontvangen, in de vorm van 20 flessen vodka. Ik zie Poetin al in het Kremlin een Marlon Brando-imitatie doen: “I’m gonna make him an offer he can’t refuse.”

Ook Baudet lijkt Russisch geld ontvangen te hebben. Zo heeft het er alle schijn van dat hij in de aanloop naar het Oekraïne-referendum van 2016 nauw samenwerkte met een aan het Kremlin verbonden Rus. In app-berichten, die door Zembla en De Nieuws BV naar buiten zijn gebracht, verwijst Baudet naar betalingen van deze man, die hij omschrijft als “een Rus die voor Poetin werkt”. Volgens lolbroek Baudet waren deze berichten bedoeld als “grapjes”, maar voormalig Forum-bestuurslid Henk Otten zag destijds de humor er niet van in en waarschuwde Baudet meermaals voor Russische invloeden. 

Overigens heeft ook Geert Wilders in het verleden gedweept met Poetin en zich tijdens een bezoek aan Rusland een vriendschapsspeldje op laten spelden, terwijl het MH17-proces in volle gang was. Over vijfde kolonne gesproken…

Toch is het te simpel om Poetin als enige verantwoordelijk te stellen voor de “reptielen” in de hoofden van extreem-rechtse figuren als Trump, Baudet en David Icke. Blijkbaar is er een maatschappelijke voedingsbodem voor fascistische complottheorieën – een voedingsbodem waar demagogen als Hitler, Poetin en Trump handig misbruik van maken. Er zijn hele volksstammen die hierin meegesleept werden én worden: we kennen allemaal mensen in onze directe of indirecte omgeving die met het complotvirus zijn aangedaan. Zo had mijn moeder aan het begin van de coronacrisis een tandarts die tijdens een wortelkanaalbehandeling losjes begon te keuvelen over de “Great Reset” en het feit dat de vaccins toch eigenlijk bedoeld waren om 90 procent van de mensheid uit te roeien, om zo de overbevolking op te lossen. Mijn moeder, toch al geen held in de tandartsstoel, heeft stante pede een andere tandarts gezocht. 


Martin Buber en het “Demonische Jij”

Van waar die waanzin? Waarom gaan mensen hierin mee? Waarom schakelen zij op een gegeven moment hun kritisch denkvermogen uit, om zich over te geven aan fascistische fantasieën over buitenaardse reptielen annex Joden die onze wereld bedreigen? Waar komt deze psychotische obsessie met een complot van onmenselijke vijanden vandaan? Wat zijn de maatschappelijke oorzaken hiervan? Wat is er mis met onze samenlevingen, dat zij deze massa-psychose produceren? 

Want het spreekt voor zich dat dergelijke fantasieën, zeker als zij breed gedragen worden, niet zomaar uit de lucht komen vallen. Dan is er meer aan de hand dan de gekte van een paar enkelingen. Marxistisch gezegd: mensen worden gevormd door hun sociaal-economische omstandigheden. Ergo: als mensen massaal het gevoel hebben dat ze door onmenselijke vijanden belaagd worden, dan zijn hun omstandigheden blijkbaar onmenselijk geworden. Het is dan te gemakkelijk om figuren als David Icke en Baudet af te doen als losgeslagen gekken. Natuurlijk, ze zijn knettergek, maar hun waanzin is een afspiegeling van de maatschappij die blijkbaar deze massa-psychose in de hand werkt. Laten we daarom onszelf eens bekijken in de spiegel die Baudet ons voorhoudt. 

Na Hitler en de Holocaust hebben talloze schrijvers, psychologen, sociologen en filosofen zich gebogen over de vraag hoe het zó mis kon gaan: hoe konden zoveel Duitsers meegaan in de nazi-fantasieën over het Joodse complot en de fascistische overgave aan de Führer. Van alle theorieën die in de loop der tijd over het fascisme ontwikkeld zijn, van Wilhelm Reichs seksuele repressie-these tot het zondebokmechanisme van René Girard, vind ik er eentje uitspringen voor onze door ‘bubbelficatie’ beheerste tijd: de theorie van de “verstoorde dialoog” van de Joodse filosoof Martin Buber (1878-1965).

Voor Buber staat menselijkheid gelijk aan mede-menselijkheid. Alleen door de dialoog aan te gaan, door volledig open te staan voor anderen in al hun andersheid, door ons aan te laten spreken en vanuit ons hart te antwoorden, worden we échte mensen. De “gehele mens”, aldus Buber, is “de mens mét de mens”, de dialogische mens. Het gaat dan ook fundamenteel fout als de maatschappij zo wordt ingericht dat mensen steeds meer ‘een nummer’ worden, als mensen primair op hun financiële eigenbelang worden aangesproken en niet op hun medemenselijkheid, als mensen niet meer openstaan voor elkaar en hun onderlinge communicatie stokt. In plaats van door de dialogische “Ik-Jij-relatie” wordt de samenleving dan in toenemende mate beheerst door de instrumentele “Ik-Het-relatie”, waarin mensen elkaar (maar bijvoorbeeld ook dieren en de natuur) als dingen gaan gebruiken. 

In dergelijke tijden van vervreemding en ontmenselijking, zegt Buber, gaat het “Demonische Jij” overheersen: “het Demonische Jij voor wie niemand anders een Jij kan worden”. Mensen ervaren elkaar dan niet meer primair als medemensen, maar in het beste geval als ‘neutrale dingen’, in het ergste geval als existentiële bedreigingen, als angstaanjagende vreemdelingen, ja – om in de sfeer van Baudet te blijven – als ‘reptielen’ die haaks staan op onze aangeboren behoefte aan medemenselijkheid. De één wordt een “Demonisch Jij” voor de ander. Vervolgens wordt dit sociaal-psychische trauma in de politiek uitgeleefd door de fascistische leider, die de algehele ontmenselijking in zekere zin openlijk uitspreekt en belichaamt. Zo is de fascistische leider zelf het ultieme “Demonische Jij” voor Buber, de leider die zijn eigen (mede-)menselijkheid uitschakelt door een bepaalde groep mensen in de samenleving te dehumaniseren en als dé schuldigen van alle misère aan te wijzen (de ‘reptielen’) – een politieke strategie die Buber als Jood in nazi-Duitsland aan den lijve heeft meegemaakt. 


Bubbelficatie en neoliberalisme
Kijken we vanuit Bubers dialogische filosofie naar onze tijd – het tijdperk van de bubbels – dan valt zijn relevantie niet te ontkennen. Steeds meer mensen trekken zich terug in de bubbel van het eigen gelijk en ontmoeten elkaar niet meer. In Nederland constateert het SCP al tientallen jaren dat verschillende groepen en lagen van de bevolking steeds minder contact met elkaar hebben, laat staan dat zij mengen. De sociale verhoudingen gaan op slot. De Russen en het Westen, de ‘complotwappies’ en de ‘sheeple’, links en rechts, witte mensen en gekleurde mensen, de Israëli’s en de Palestijnen, de ‘klimaatwappies’ en de ‘klimaatontkenners’, de haves en de have-nots – iedereen zit in z’n eigen informatiebubbel, wereldbeeld, comfortzone, getto of gated community. Echte dialoog, dwars door bubbelwanden heen, vindt nog maar zelden plaats. 

En daarmee boeten we aan medemenselijkheid in: de onmenselijkheid van Poetins oorlog en van de fascistische reptielen-fantasie getuigen daarvan. Maar ook los daarvan zien we de ontmenselijking om ons heen oprukken: online scheldpartijen, de verhuftering in het verkeer, doodsbedreigingen, de onmenselijke behandeling van asielzoekers, de verharding van het publieke debat op sociale media en in de Tweede Kamer – het zijn allemaal symptomen van een tekort aan medemenselijkheid.

Vragen we naar de onderliggende oorzaak van dit tekort, dan komen we volgens de anarcho-socialist Buber uit bij het kapitalisme. In het kapitalisme heerst immers niet de dialogische Ik-Jij-relatie, maar de instrumentele Ik-Het-relatie. De ander verschijnt niet primair als medemens maar als concurrent, als consument, als baas of als bron van arbeid. Het kapitalisme heeft “geen andere band tussen de mensen overgelaten dan die van het naakte profijt, van de hardvochtige ‘contante betaling’”, zo schreef Marx al in zijn Communistisch Manifest van 1848. En Buber zegt het hem in 1923 na: “Heeft niet de ontwikkeling van de moderne wijze van arbeid en bezit bijna elk spoor [...] van de betekenisvolle relatie vernietigt?”

Toen al zag Buber de winstmachine van het kapitalisme op hol slaan: “De stokers hopen nog wel de kolen op, maar de leiders regeren slechts voor de schijn over de voortrazende machines.” Alle menselijke waarden worden in financiële waarden omgezet, met als gevolg dat voortaan het geld regeert, niet langer de menselijkheid. Zo moest het kapitalisme volgens Buber wel uitmonden in de onmenselijkheid van het fascisme van de jaren ‘30. Hetzelfde zien we nu gebeuren.

Ongetwijfeld heeft de coronacrisis, met z’n virus-paranoia en gedwongen social distancing, bij veel mensen deze sociale vervreemding enorm aangewakkerd. Zo bezien is het niet verwonderlijk dat veel complottheorieën zich met name op corona richtten. Maar de coronacrisis heeft slechts een ontmenselijking blootgelegd die sinds de neoliberale wending rond het jaar 1990 steeds meer om zich heen grijpt in onze samenleving. Met het neoliberale ieder-voor-zich-denken en de voortschrijdende digitalisering nam de bubbelficatie van de samenleving extreme vormen aan. Maximaal losgeweekt van zijn of haar sociale omgeving, raakt elk individu opgesloten in de eigen bubbel, afgesloten van de buitenwereld door koptelefoons, schermpjes en gepersonaliseerde newsfeeds. 

Het neoliberalisme heeft ons egoïstisch gemaakt, ons vervreemd van elkaar en van onszelf, ons opgesloten in privé-bubbels en gereduceerd tot producerende en consumerende schakeltjes in de geldmachine van het geglobaliseerde kapitalisme – een machine waarin financiële belangen centraal staan, niet de werkelijke belangen van mensen en de natuur. Zo kreeg Margaret Thatcher, de ‘Iron Lady’ van het neoliberalisme, vanzelf gelijk toen zij in 1987 zei: “Er is niet zoiets als een samenleving, er zijn alleen individuen.”

In zekere zin heeft PVV’er Marjolein Faber dus wel gelijk als zij de neoliberaal Rutte er impliciet van beschuldigd een reptiel te zijn, geen buitenaardse reptilian natuurlijk, maar een kille kapitalistische reptiel, bij wie de financiële belangen altijd bovenaan staan. Rutte, de vijfde colonne van het grootkapitaal in het Torentje. Zijn recente houding ten aanzien van het WK in Qatar spreekt weer eens boekdelen: Rutte ziet er geen been in om te juichen in de stadions waar het bloed van duizenden dode dwangarbeiders aan kleeft – “maar wij juichen dan voor het Nederlands elftal”, zo haastte hij zich erbij te zeggen. Wat hij natuurlijk écht bedoelt is: “wij juichen dan voor het goedkope Qatarese gas…” Dat is nou precies de onmenselijkheid waar onze samenlevingen zo onder lijden. Op deze wijze brengen kapitalistische reptielen vanzelf fascistische reptielen voort.


Tot slot: de reptiel in ons eigen brein
Natuurlijk hebben we allemaal een reptiel in ons brein, namelijk de hersenstam, het in evolutionair opzicht oudste gedeelte van onze hersenen dat we met de reptielen gemeen hebben. Het reptielenbrein is verantwoordelijk voor de meeste primitieve overlevingsinstincten: het waarnemen van gevaar en het razendsnel kiezen voor vluchten of vechten. Onze neiging tot agressie ligt in het reptielenbrein besloten. In die zin zouden we een neurologische theorie over het fascisme op kunnen stellen: fascisme als het ontketende reptielenbrein dat overal vijanden ziet en met naakte agressie reageert. Baudet, met zijn paranoïde angst voor een reptielen-complot, projecteert dus eigenlijk gewoon z’n innerlijke reptiel op de buitenwereld.

Gelukkig wordt het reptielenbrein in onze schedel omgeven door het warmbloedige zoogdierenbrein, het limbisch systeem dat onder andere verantwoordelijk is voor de warme sociale gevoelens die horen bij het zogen van de eigen jongen en het succesvol samenleven in groepen. In het verlengde daarvan, aan de voorkant van onze schedel, heeft zich ten slotte het mensenbrein ontwikkeld, de neocortex die vooral goed is in taal en bewust-logisch nadenken. Met enige overdrijving maar wel met een kern van waarheid zouden we kunnen stellen dat de agressieve oer-instincten van het koudbloedige reptielenbrein in toom gehouden worden door de sociale warmte van het zoogdierenbrein en de rationaliteit van de neocortex. Laten we daarom onze medemenselijkheid en ons kritisch denkvermogen blijven koesteren, om onze innerlijke reptielen te beteugelen.







Nederland onder Rutte: Van rechtsstaat naar klassenmaatschappij

 

J'accuse! (“Ik klaag aan!”) Zo luidde de titel van een beroemd krantenartikel van de Franse schrijver Émile Zola uit 1898 waarin hij de Franse rechtspraak van antisemitisme beschuldigde. En zo zou ik ook dit artikel willen beginnen: Ik klaag aan! Ik klaag de heersende klasse van Nederland – bij uitstek vertegenwoordigd door de VVD – aan voor de neoliberale misdaden die zij tegen de werkende klasse hebben gepleegd. Net als in de tijd van Zola gaat het ook nu om een falen van de rechtsstaat. Alleen gaat het nu niet om institutionele Jodenhaat maar om institutionele minachting en vernedering van de onderklasse. Nederland is geen rechtsstaat meer, maar een kapitalistische klassenmaatschappij.
Rechten onderklasse systematisch afgebroken
De rechtsstaat staat onder druk. En dan doel ik niet op de zware criminaliteit die met bedreigingen en moorden de rechtsstaat ondermijnt, hoe zorgwekkend dat ook is. Dan doel ik op het feit dat – door regeringsbeleid – het voor armere mensen steeds moeilijker wordt om hun recht te halen. Hun rechten worden stelselmatig afgebroken: het recht op eerlijke rechtspraak, het recht op huisvesting, het recht op werkzekerheid, het recht op privacy, het recht op zorg, het recht op vrijheid van discriminatie, het recht op onderwijs. Al deze basale rechten zijn voor de ‘onderkant’ van de samenleving niet vanzelfsprekend meer door de wooncrisis, door de bezuinigingen op de sociale advocatuur, door wetten als de Fraudewet en de Rotterdamwet, door de doorgeslagen ‘flexibilisering’ van de arbeidsmarkt, en door de invoering van het eigen risico in de zorg en het leenstelsel in het hoger onderwijs.

Door dit alles is Nederland een kapitalistische klassenmaatschappij geworden, met een steeds rijkere bovenlaag die geniet van alle rechten en privileges – en die in veel gevallen zelfs boven de wet staat – en een groeiende en steeds armere onderlaag, voor wie basale rechten geen vanzelfsprekendheid meer zijn. Enerzijds groeit al tientallen jaren het aantal miljonairs in Nederland: in 2018 was 2,7 procent van alle huishoudens miljonair. Anderzijds groeit ook de armoede in Nederland, mede door de coronapandemie. En deze groep bevat ook steeds vaker werkende armen: mensen die gewoon een baan hebben maar toch niet rond kunnen komen. Volgens de SER zijn er inmiddels bijna een kwart miljoen werkende armen in Nederland. De mensen die van een uitkering moeten leven zijn dan zelfs nog niet meegeteld. En de verwachting is dat door de explosieve stijging van de gasprijzen de armoede drastisch zal toenemen. Voor deze armere Nederlanders is hun eigen land geen rechtsstaat meer.

Afbraak van de sociale advocatuur

Zo is de sociale advocatuur kapot bezuinigd in Nederland. De sociale advocatuur, oftewel de gesubsidieerde rechtsbijstand, is er voor de armste laag van de bevolking die niet in staat is het commerciële tarief van advocaten te betalen. Daar is door de regering zoveel op bezuinigd dat sociaal-advocaten massaal afhaken. Het wordt dan voor arme mensen bijna onmogelijk om hun recht te halen. Saillant detail hierbij is dat twee derde van de rechtszaken, waarbij de sociale advocatuur betrokken is, rechtszaken tegen de overheid zelf zijn. Met andere woorden: door de sociale advocatuur af te breken, maakt de overheid zichzelf onkwetsbaar. Geen wonder dat het mensen nagenoeg niet lukt om hun recht te halen als zij door de overheid zelf in de knel komen, zoals bij de toeslagenaffaire of de schandalig langzame afhandeling van de aardbevingsschade door gaswinning in Groningen.  


Positief is – al is het natuurlijk ook diep triest dit te moeten constateren – dat de rechterlijke macht zelf toegeeft dat ze massaal gefaald heeft bij de toeslagenaffaire, waarbij 50.000 mensen onterecht door de Belastingdienst als fraudeur zijn bestempeld en werden opgezadeld met torenhoge boetes. Bij rechtszaken die slachtoffers van de toeslagenaffaire aanspanden tegen de Belastingdienst, kozen de rechters steevast de kant van de Belastingdienst, want “regels zijn regels”, zelfs als deze regels fout zijn.

Stelselmatig wantrouwen
In die wettelijk vastgestelde regels zit ‘m natuurlijk een groot deel van het probleem. Overheidsinstanties als de Belastingdienst, het UWV en de gemeenten zijn de burgers die bij hen om hulp aankloppen steeds meer gaan zien als potentiële fraudeurs die met het grootst mogelijke wantrouwen bejegend moeten worden. Wetten zoals de Participatiewet en de Fraudewet legitimeren dit stelselmatige wantrouwen van overheidsinstanties tegenover de eigen burgers. Deze wetten leggen aan mensen die een uitkering of een toeslag nodig hebben een absurd strenge en ingewikkelde informatieplicht op. Wie een keer oprecht vergeet iets op te geven of geen wijs kan uit de ingewikkelde regels, die wordt meteen een loodzware boete opgelegd.

Dit bleek duidelijk begin 2021 toen een bijstandsgerechtigde in Wijdemeren ruim 7.000 euro moest terugbetalen vanwege de boodschappen die haar moeder voor haar had betaald, want dat was in strijd met de regels van de bijstand. Zoiets menselijks als je eigen dochter ondersteunen met boodschappen als ze van een bijstandsuitkering moet rondkomen, dat mag blijkbaar niet! De Tweede Kamer sprak er schande van, totdat men zich realiseerde dat dit een gevolg was van wetten waar de Kamer zelf mee had ingestemd. En ook hier koos de rechterlijke macht de kant van de overheid, want, tja, regels zijn nou eenmaal regels. Zelfs als die regels onrechtvaardig zijn. En dit zijn problemen die spelen bij alle overheidsinstanties waar mensen voor ‘hulp’ kunnen aankloppen, de Belastingdienst, het UWV, de gemeenten en de Sociale Verzekeringsbank die o.a. de persoonsgebonden budgetten (PGB’s) regelt.

De angst voor de overheid is nu zo groot geworden dat steeds meer mensen, die eigenlijk recht hebben op een toeslag (zoals huurtoeslag, zorgtoeslag of kinderopvangtoeslag), hier geen beroep meer op durven te doen. Want één klein foutje bij het invullen van de ingewikkelde formulieren en de kans is groot dat je als fraudeur wordt bestempeld en vele duizenden euro’s terug moet betalen. Alleen al aan zorgtoeslag blijft er zo in Nederland een bedrag van 100 miljoen euro liggen. Het is duidelijk dat er iets fundamenteel mis is met de overheid als burgers tegen elkaar zeggen: “Heb je hulp nodig? Klop dan vooral niet bij de overheid aan! Want dan kom je alleen maar dieper in de shit terecht.” Dan staat de overheid niet meer ten dienste van haar eigen bevolking.

De Stasi-methoden van het Inlichtingenbureau
Bij dit alles is er een discutabele hoofdrol weggelegd voor het Inlichtingenbureau, een tamelijk schimmige instantie die alle overheidsdata van bijstandsgerechtigden verzamelt en aan elkaar koppelt, op zoek naar patronen die wijzen op fraude. Wie aanklopt voor een uitkering, houdt zo maar weinig privacy over. Bankafschriften, vuilniszakken, je sociale media, je afval, je badkamer, je koelkast, je liefdesleven: het Inlichtingenbureau neust er in rond en waarschuwt gemeenten als er iets niet in de haak lijkt te zijn.

Wie eenmaal verdacht wordt van fraude en als zodanig is geregistreerd in de databank van het Inlichtingenbureau, moet zelf maar zien hoe hij of zij daar weer vanaf komt. Het probleem hierbij is dat het vrijwel onmogelijk is om erachter te komen wát het Inlichtingenbureau allemaal over je geregistreerd heeft en of dat wel klopt. Het bureau legt namelijk nergens verantwoording af. Bij een ‘inlichtingendienst’ denk je in eerste instantie aan organisaties als de Nederlandse AIVD of de Amerikaanse CIA: organisaties die in het geheim onderzoek doen naar bedreigingen voor de nationale veiligheid. Maar het systematische wantrouwen van de Nederlandse overheid jegens haar eigen burgers is nu blijkbaar zo ver doorgeslagen dat dit soort inlichtingen-onderzoek ook tegen de burgers zelf wordt ingezet en dan vooral tegen de armere burgers.

Zoals de Stasi in Oost-Duitsland de eigen bevolking moest controleren, zo moet het Inlichtingenbureau in Nederland de onderkant van de samenleving controleren. Op deze wijze is Nederland hard op weg een totalitaire klassenmaatschappij te worden. Een harde, kille maatschappij waarbij de onderklasse door middel van totalitaire controlemechanismen onder de duim en in een toestand van rechteloosheid wordt gehouden.

Recht op huisvesting? Vergeet het maar…
Rechters kiezen steevast de kant van de overheid als burgers bij de rechterlijke macht aankloppen omdat ze door de overheid vermorzeld worden. Bij de toeslagenaffaire geven de rechters nu zelf ook toe dat ze gefaald hebben, maar het probleem blijft natuurlijk gewoon bestaan. Dit bleek 1 oktober jongstleden maar weer eens, toen de rechter besloot dat de bewoners van de Rotterdamse Tweebosbuurt binnen een maand hun huis uit moeten omdat de gemeente en Vestia daar de boel willen slopen, om er veel duurdere woningen voor in de plaats te bouwen. Dit terwijl de bewoners nog in afwachting zijn van het hoger beroep in hun zaak tegen Vestia, waarin ze in eerste instantie gelijk kregen!

Inderdaad, u leest het goed: de rechtszaak van de bewoners tegen Vestia loopt nog en tóch besluit de rechter deze mensen hun huizen uit te zetten, zodat Vestia verder kan met haar sloop- en bouwplannen. Argument van de rechter: nog meer vertraging zou een te grote financiële schade voor Vestia betekenen. Voor de rechter weegt het financiële belang van Vestia dus zwaarder dan het elementaire recht op huisvesting en een eerlijke rechtsgang van de gedupeerde bewoners. Klassenjustitie op en top!

Rotterdamwet in strijd met de mensenrechten
Wat deze uitspraak van de rechter des te wranger en onbegrijpelijker maakt is dat mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties uitgesproken negatief zijn over de hele gang van zaken in de Rotterdamse Tweebosbuurt. Bewoners zijn zonder enige inspraak uit hun huizen gezet, omdat ze plaats moeten maken voor rijkere kopers en huurders. Maar waar moeten deze bewoners dan naar toe? Er is immers een schreeuwend tekort aan betaalbare woningen in Nederland. En het gaat hier om mensen die moeten leven van minimuminkomens en uitkeringen. De kans dat zij dakloos worden achten de VN-rapporteurs dan ook reëel. Volgens hen is dit beleid van de gemeente Rotterdam in strijd met het basale recht op huisvesting.

De VN-rapporteurs kraken ook de zogenoemde ‘Rotterdamwet’ die dergelijke huisuitzettingen mogelijk maakt. Deze wet (officieel de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek) werd in 2006 ingevoerd met als doel ‘om wijken leefbaar te houden’, wat er feitelijk op neerkomt dat mensen met een laag inkomen of een laag opleidingsniveau uit bepaalde wijken geweerd mogen worden. Zo wil men ‘concentratie van sociaal-economische problemen’ in bepaalde wijken vermijden. De Rotterdamwet biedt de gemeente daarom de mogelijkheid om ‘sociaal-economische kenmerken’ (zoals inkomen, opleiding of gezinssamenstelling) mee te wegen bij het aanwijzen van woningen. Dus ben je arm, laagopgeleid of ben je een alleenstaande moeder? Dan mag de gemeente tegen je zeggen: “Jammer voor je, maar jij mag hier niet wonen.” Volgens de VN-rapporteurs is de Rotterdamwet daarmee discriminerend en dus in strijd met de mensenrechten!

Recht op werkzekerheid, zorg en hoger onderwijs? Vergeet het maar...
Samen met de Participatiewet en de Fraudewet is de Rotterdamwet een duidelijk voorbeeld van de groeiende klassenjustitie in ons land. Ben je rijk, dan heb je alle toegang tot de rechtsstaat. Maar ben je arm, dan wordt die toegang stelselmatig afgebroken. Sterker nog, dan worden je rechten – zoals het recht op privacy, huisvesting en non-discriminatie – afgepakt. En deze ‘rechten-armoede’ speelt niet alleen bij uitkeringen en huisvesting, maar ook op de arbeidsmarkt, ook in de zorg en ook in het hoger onderwijs. 

  • Door de ‘flexibilisering’ van de arbeidsmarkt behoort de zekerheid van een vast contract nu voor bijna 2 miljoen werknemers tot het verleden. Elementaire werknemersrechten zoals contract-zekerheid, pensioenopbouw en doorbetaling bij ziekte gelden voor deze groep niet. 

  • Door de invoering van het eigen risico in 2008, de jaarlijkse premiestijgingen en de versoberingen van de zorgverzekeringen hebben steeds meer mensen moeite om de zorgkosten te betalen: in 2020 waren er 1,2 miljoen ‘zorgmijders’ in Nederland (7% van de bevolking). Deze mensen zien dus van zorg af simpelweg omdat ze bang zijn voor de kosten. Over 2021 zijn de cijfers nog niet bekend, maar het valt te verwachten dat het aantal zorgmijders flink zal toenemen door de groeiende armoede. 

  • Door de invoering van het leenstelsel is het hoger onderwijs veel minder toegankelijk geworden voor jongeren uit armere gezinnen; zij moeten nu enorme schulden maken om te kunnen studeren. Ook het recht op onderwijs is dus ingeperkt voor mensen aan de ‘onderkant’ van de samenleving. Kom je uit een rijk gezin, dan heb je alle toegang tot hoger onderwijs. Maar ben je arm, dan ligt dat een stuk moeilijker. Want wie heeft er zin om z’n arbeidzame leven te beginnen met een enorme studieschuld?

Groeiende klassenjustitie
Samenvattend kunnen we concluderen dat voor de armere Nederlanders de rechtsstaat systematisch wordt ingeperkt. De sociale advocatuur wordt afgebroken. Rechters hebben sowieso boter op hun hoofd en kiezen consequent de kant van de overheid. Wetten als de Participatiewet, de Fraudewet en de Rotterdamwet rechtvaardigen een systematisch wantrouwende en zelfs discriminerende houding tegenover armere Nederlanders, waarbij de totalitaire methoden van het Inlichtingenbureau niet worden geschuwd. Ben je niet zo rijk, dan geldt het recht op privacy blijkbaar niet voor jou. En ook niet het recht op huisvesting. En ook niet het recht op werkzekerheid. En ook niet het recht op medische zorg. En ook niet het recht op hoger onderwijs.

Tegenover deze toenemende rechteloosheid van de niet-rijken in Nederland staat de voorkeursbehandeling die de rijken en de grote bedrijven krijgen. Grote multinationals als Tata Steel mogen ongestraft het milieu vervuilen en daarmee de volksgezondheid van omwonenden ernstige schade berokkenen. De politiek spreekt er wel schande van en zegt dat Tata Steel “nu echt moet vergroenen”, maar van enige financiële dwang op Tata Steel of dreiging met sluiting is tot nu toe nog geen sprake. Een ander sprekend voorbeeld is ING-topman Ralph Hamers, dé spil in een grote witwasaffaire bij deze bank: Hamers kon in 2018 strafrechtelijke vervolging door het OM ontlopen doordat ING een schikking van 775 miljoen euro trof met het OM.

In dezelfde tijd zijn 50.000 mensen door de Belastingdienst onterecht van fraude met kindertoeslagen beschuldigd en beboet met vele (tien)duizenden euro’s. Van hen is nu nog maar 10% gecompenseerd. Het beeld is duidelijk: ben je rijk en machtig, dan kom je weg met échte fraude en met zware, ziekmakende milieuvervuiling. Maar ben je niet rijk, dan kun je fluiten naar je recht. Daar past maar één woord bij: klassenjustitie. En dit zal alleen maar toenemen in Nederland, zo waarschuwen de sociaal-advocaten, nu de sociale advocatuur door het kabinet kapot wordt bezuinigd.

De kers op de taart: geen belasting voor de rijken
Dus ben je arm, dan worden je meest elementaire rechten geschonden in Nederland. Maar ben je rijk, dan krijg je een voorkeursbehandeling. Dan helpt de Nederlandse staat je zelfs om belastingen te ontwijken en te ontduiken! Door het neoliberale beleid van de afgelopen kabinetten is Nederland verworden tot een belastingparadijs voor grote bedrijven en superrijken die zo min mogelijk belasting willen betalen. Nederland staat wat dat betreft op de vierde plek, na de Britse Maagdeneilanden, de Kaaimaneilanden en Bermuda! Normale burgers moeten gewoon belasting betalen, maar als je rijk bent dan hoeft dat blijkbaar niet.

Zelfs onze eigen minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) liet zijn beleggingen en pensioen via belastingparadijzen lopen – zelfs toen hij als Eerste Kamerlid deelnam aan een Kamercommissie die tot doel had om belastingontwijking tegen te gaan! Een duidelijk gevalletje van belangenverstrengeling. En hij komt er nog mee weg ook. Sterker nog, hij zit nu als partijleider van het CDA gewoon aan tafel met VVD, D66 en CU bij de formatie van een nieuw kabinet. Dit nadat VVD en CDA zes maanden lang PvdA en GroenLinks buiten de deur hebben gehouden. Ja nogal wiedes! We snappen nu wel waarom VVD en CDA niet met links willen regeren. De heersende machten hebben van Nederland een klassenmaatschappij gemaakt, waarin de rechtsstaat niet geldt voor de mensen aan de onderkant van de samenleving en waarin de rijken en machtigen boven de wet staan. Dan is het niet zo gek dat ze links buiten de regering willen houden…

J'accuse! Wil je meediscussiëren over de crisis van het kapitalisme en de noodzaak van een radicaal sociaal en groen alternatief? Doe dan ook mee met het Discussieplatform Antikapitalisme op Facebook: https://www.facebook.com/groups/discantikap