De neoliberale intensivering van de klassenstrijd vertaalt zich vooralsnog niet naar hernieuwd klassenbewustzijn bij de werkende klasse, ondanks het feit dat deze klasse – door de verslechterde positie tegenover het kapitaal – geconfronteerd wordt met toenemende precariteit. Daardoor nemen wel de algehele onvrede, het wantrouwen in de politiek en de polarisatie toe, en in die zin is er – in Marcuse’s terminologie – groeiend “tweedimensionaal” bewustzijn, maar dit gaat nog niet zo ver dat het kapitalistisch systeem als zodanig in twijfel getrokken wordt.
Afgezien van radicaliserende linkse minderheden, blijft de meerderheid van de werkende klasse zich eendimensionaal met de bestaande economische orde vereenzelvigen. In die zin kunnen we spreken van gefnuikt tweedimensionaal klassenbewustzijn – iets dat met name duidelijk wordt in de populariteit van het complotdenken, waarin enerzijds de bestaande orde kritisch wordt ‘ontmaskerd’, maar anderzijds deze kritische impuls meteen geneutraliseerd wordt door het aanwijzen van imaginaire schuldigen, van een vermeende links-satanistisch-pedofiele deep state tot en met buitenaardse reptilians die een menselijke gedaante aan zouden kunnen nemen en dan verrassend vaak als rijke invloedrijke Joden verschijnen; de Rothschilds zouden hun aanvoerders zijn, aldus complotdenker David Icke.
Daarmee wijst het complotdenken op de bredere strategie van zondebokpolitiek die het rechtspopulisme en neofascisme inzetten om het groeiende tweedimensionale bewustzijn te neutraliseren, om de bestaande machtsverhoudingen in stand te houden of zelfs te versterken (niet voor niets zijn de populaire complottheorieën standaard van radicaal-rechtse signatuur). De groeiende onvrede onder de werkende klasse wordt expliciet erkend en benoemd, maar afgewenteld op zondebokken als migranten, moslims en de linkse elite met haar “woke-” en “trans-ideologie” – waardoor de neoliberale wending als achterliggende oorzaak van de verslechterende positie van de werkende klasse buiten zicht blijft. De neofascistische zondebokpolitiek kanaliseert de groeiende onvrede zodanig dat de kapitalistische machtsverhoudingen buiten schot blijven.
Fascisme en antisemitisme volgens de Kritische Theorie
Om dit proces te begrijpen blijft de Kritische Theorie van de Frankfurter Schule met haar analyses van het fascisme en antisemitisme uiterst actueel. De Kritische Theorie ontstond uit het falen van het klassieke marxisme, toen in de jaren ‘20 en ‘30 de westerse arbeidersklasse niet revolutionair werd maar juist onder invloed kwam van burgerlijke en fascistische ideologieën. De verklaringen die de Frankfurters daarvoor gaven, kunnen nu nagenoeg naadloos toegepast worden op de opkomst van het rechtspopulisme en neofascisme (net zoals Marcuse’s theorie van surplus-repressie naadloos past op de huidige opkomst van een conservatievere seksuele moraal; zie hier). Zoals wij nu de opkomst van radicaal-rechts moeten zien in het licht van de neoliberale wending en de daaruit volgende verslechterende positie van de werkende klasse, zo was destijds voor de Frankfurters duidelijk dat het fascisme begrepen moest worden vanuit de crisis van het laissez-faire kapitalisme, dat na de roaring twenties ontspoorde in de Great Depression van de jaren ‘30 (een situatie die in het verslagen Duitsland nog verergerd werd door de astronomische herstelbetalingen aan de geallieerden).
“Wie niet over het kapitalisme wil spreken, zou ook over het fascisme moeten zwijgen”, aldus Horkheimer (1939: 115), waarmee hij doelde op de maatschappelijke functie van het fascisme als neutralisatie van de volkswoede die door de crisis van het kapitalisme was ontstaan. Het fascisme zorgde ervoor, aldus Horkheimer, dat die volkswoede zich niet tegen het kapitalisme keerde (wat met de opmars van het Bolsjewisme een reëel gevaar was), maar zodanig werd gekanaliseerd dat de kapitalistische machtsverhoudingen buiten schot bleven. Niet voor niets kozen de Duitse industriëlen grotendeels de kant van Hitler (net zoals we recent de Amerikaanse Tech-sector zich achter Trump hebben zien scharen). Cruciaal daarvoor was de zondebokpolitiek van het antisemitisme, waarmee de maatschappelijke onvrede op de Joden kon worden afgewenteld. Met name Horkheimer en Adorno hebben in het antisemitisme-hoofdstuk van hun Dialectiek van de Verlichting deze maatschappelijke functie van de Jodenhaat geanalyseerd.
Het geweld tegen de Joden kanaliseerde de volkswoede die door de crisis van het kapitalisme was ontstaan: “De Joden vormen vandaag de dag de groepering die zowel praktisch als theoretisch de vernietigingswil aantrekt, die door de verkeerde maatschappelijke orde wordt geproduceerd.” (Horkheimer & Adorno 2022: 183) Door hun traditionele discriminatie in christelijk Europa en uitsluiting van het gildesysteem, waren de Joden economisch veroordeeld tot tussenhandel en geldhandel: “De handel was niet zijn beroep, maar zijn noodlot.” (idem: 190) Dat maakte ‘de Jood’ tot een voor de hand liggend doelwit van de volkswoede. Voorzover mensen aanvoelden dat hun malaise te wijten viel aan het kapitalisme, kon men de schuld leggen bij ‘de Joodse geldwoekeraar’ – waardoor de eigenlijke bron van uitbuiting, de ongelijke machtsverhouding tussen arbeider en kapitalist in het productieproces, buiten zicht bleef:
“Op basis van zijn bezit aan machines en materiaal dwong hij [de kapitalist] af dat de anderen produceerden. Hij noemde zich de producent, maar wist net als ieder ander heimelijk hoe de vork in de steel zat. De productieve arbeid van de kapitalist was [...] de ideologie die de essentie van het arbeidscontract en de schraapzucht van het economisch systeem in het algemeen toedekte. / Daarom schreeuwt men: ‘Houdt de dief’, en wijst de Jood aan. Hij is inderdaad de zondebok [...] in de omvattende zin dat hem het economisch onrecht van de hele klasse ten laste wordt gelegd.” (Idem: 188-189)
Zo fungeerde het antisemitisme als afleiding en afwenteling van de oplaaiende klassenstrijd, die de kapitalistische machtsverhoudingen bedreigde. Iets soortgelijks zien we nu gebeuren, bijvoorbeeld ten aanzien van de wooncrisis die door radicaal-rechts geweten wordt aan de ‘instroom’ van asielzoekers die ‘onze woningen inpikken’, waarmee de neoliberale vermarkting van de volkshuisvesting als achterliggende oorzaak wordt verdoezeld.
Uiteraard speelt het antisemitisme nu een veel minder belangrijke rol dan destijds, al moet erkend worden dat Jodenhaat nog steeds springlevend is in radicaal-rechtse kringen (alsook in islamistische en sommige extreem-linkse kringen trouwens). Nog steeds geldt dat voorzover het kapitalisme al als probleem wordt gezien, het gaat om een antisemitisch antikapitalisme, waarin joodse kapitalisten als George Soros en de Rothschilds als hoofdschuldigen figureren (met name in complottheorieën als QAnon en de reptilian conspiracy, waarin duidelijke echo’s doorklinken van de nazi-mythe van het zionistisch complot). Ook de ‘joodse marxisten’ van de Frankfurter Schule zijn doelwit geworden van dit radicaal-rechtse antisemitisme, voorzover hun Kritische Theorie aangewezen wordt als oervorm van het “cultuur-marxisme” dat nu als “woke-denken” de Westerse cultuur van binnenuit zou verzwakken (alsof de ontegenzeggelijke verloedering van de cultuur niets te maken heeft met de grenzeloze dynamiek van het kapitalisme).
Over het algemeen geldt echter dat de zondebokfunctie verschoven is van Joden naar minderheden in het algemeen: asielzoekers, moslims, vrouwen, queer- en trans-mensen, “woke-links” etc. Horkheimer en Adorno wezen al op deze fluïditeit van de zondebokfunctie:
“De woede ontlaadt zich op diegene die opvalt en geen bescherming heeft. En zoals de slachtoffers onderling inwisselbaar zijn naargelang de constellatie: vagebonden, Joden, protestanten, katholieken, kan elk van die slachtoffers ook de plaats van moordenaars innemen, met dezelfde blinde lust tot doodslaan, zodra het zich norm voelt en dus machtig.” (Idem: 186)
De sadomasochistische persoonlijkheid
Waar het om gaat is dat slachtoffers zichtbaar afwijken van de maatschappelijke norm en relatief zwak en onbeschermd zijn; dat maakt hen tot geschikte zondebokken en doelwitten van de volkswoede. Hierbij speelt voor de Kritische Theorie de psychoanalytische theorie van het sadomasochisme als verklaring van de “autoritaire persoonlijkheid” een belangrijke rol.
Zoals Fromm (1994) uitlegt, wordt de sadomasochistische driftstructuur geactiveerd in tijden van grote maatschappelijke onzekerheid: mensen voelen zich gedwongen veiligheid te zoeken door zich masochistisch te onderwerpen aan de spreekwoordelijke ‘Sterke Man’ die orde op zaken zal stellen, een zelfvernedering die vervolgens sadistisch gecompenseerd wordt door de vernedering van anderen die gelukkig nóg lager op de maatschappelijke ladder staan. In de gewelddadige overheersing van anderen deelt de autoritaire persoonlijkheid ten minste in de ongebreidelde macht van de leider aan wie hij zijn individuele macht en autonomie heeft opgeofferd. Gedreven door existentiële angst en onzekerheid vervalt de sadomasochistische persoonlijkheid in een primitieve verering van brute macht en daarmee ook in een diepe verachting van machteloosheid. De slachtoffers wekken zijn haat op juist omdat ze zwak en machteloos zijn:
“Macht fascineert hem niet vanwege de waarden waarvoor een specifieke macht zou kunnen staan, maar louter omdat het macht is. Net zoals zijn “liefde” automatisch door macht wordt opgewekt, zo wekken machteloze personen of instellingen automatisch zijn minachting op. Alleen al het zien van een machteloos persoon maakt dat hij hem wil aanvallen, domineren, vernederen.” (Fromm 1994: 166-167)
Het is de politieke machteloosheid en/of fysieke zwakte van asielzoekers, vrouwen, quer- en trans-mensen en ‘soft links’ die de walging en woede opwekken van de neofascist, die vol verering opkijkt naar de masculiene kracht en patriarchale macht van een Trump, Poetin, Andrew Tate, etc.
Tot slot: de conservatieve demonisering van vrije seksualiteit
Het is echter niet alleen door de theorie van het sadomasochisme dat Freuds psychoanalyse deze situatie verheldert, maar ook door zijn bredere theorie van libido-repressie. Omdat (aldus Freud) het repressieve superego ontstaat door internalisering van de maatschappelijke repressie – gemedieerd door de “strenge vader” – , worden (aldus de Frankfurters) maatschappelijke machtsverhoudingen in de psychische structuur gereproduceerd. De vaak opgemerkte parallel tussen Freuds hiërarchisch model van de psyche (es-ego-superego) en de hiërarchie van de klassenmaatschappij (onderklasse-middenklasse-bovenklasse) kon volgens de Frankfurters geen toeval zijn (zie bijvoorbeeld Horkheimer en Adorno 2022: 219). Niet voor niets wordt de onderste, meest uitgebuite klasse binnen de culturele context van een repressieve klassenmaatschappij standaard voorgesteld als seksueel losbandig, pervers en gevaarlijk.
Net als het duistere onbewuste, waarin de onderdrukte seksualiteit voortwoekert, wordt ook de meest onderdrukte klasse cultureel voorgesteld als donker, onbewust, onwetend, dom en dierlijk. Van de “gevaarlijke, dierlijke seksualiteit” van de zwarte slaven waar de witte slavenhouders voor waarschuwden, en van de door Malthus betreurde onbeperkte seksualiteit van de arbeidersklasse (met als gevolg een structureel “bevolkingsoverschot” en dus armoede), tot en met Wilders’ demonisering van Arabische mannen als “testosteron-bommen” – steeds fungeert de onderklasse als heersend schrikbeeld van seksuele ‘losbandigheid’ (vrijheid), die door het supero c.q. de heersende klasse onderdrukt moet worden. In het nazisme speelde het stereotype van “geile Joodse bankiers” een vergelijkbare rol (zie Horkheimer & Adorno 2022: 187).
We zien hiermee een tweede functie van het huidige conservatiever worden van de seksuele moraal aan de dag treden: het gaat niet alleen om toenemende maatschappelijke aanpassing in reactie op de toegenomen neoliberale precariteit (zoals we betoogd hebben aan de hand van Marcuse’s theorie van surplus-repressie), maar ook om de demonisering van vrije seksualiteit. Strengere libido-repressie maakt niet alleen strengere maatschappelijke aanpassing mogelijk, maar ook de seksuele demonisering van minderheden waar de misleide volkswoede zich op richt en op uitleeft.
Niet voor niets worden Arabische mannen als “testosteron-bommen” en trans-mensen als seksuele perverselingen gezien, en niet voor niets wordt de vermeende linkse elite een pedofielennetwerk in de schoenen geschoven. Daarmee staat de toegenomen conservatieve libido-repressie namelijk ook in dienst van de neofascistische zondebokpolitiek, waardoor de dreigende klassenstrijd geneutraliseerd wordt.
Gebruikte literatuur
– Fromm, Erich (1994), Escape from Freedom. New York: Henry Holt and Company.
– Horkheimer, Max (1939), “Die Juden und Europa”, in: Zeitschrift für Sozialforschung, Jahrgang VIII 1939, Doppelheft 1/2.
No comments:
Post a Comment